“Jongens, ik heb goed nieuws voor jullie!”

We liepen door de straten van Rotterdam.
Ik hou echt van Rotterdam.
De reclamezuilen, de drukte, de veelkleurigheid, maar vooral het ongecompliceerde, directe.
“Keje dat nie horìh dan?”
Door de straten lopend kwamen we aan bij de locatie waar ik de groep mocht trainen om het evangelie te gaan delen.
Veel van de groep waren al ervaren en wilden graag gaan en meer leren.
Geweldig om samen te werken met een groep gemotiveerde mensen die zo graag de liefde van Jezus willen verspreiden.
Drie jongeren stonden precies voor de deur van de locatie.

“Jongens, ik heb goed nieuws voor jullie!”

Ze begonnen te lachen en vroegen nieuwsgierig wat dat voor goed nieuws kon zijn. Ik begon ze te vertellen dat God van hen houdt en een goed plan voor hun leven heeft. Maar God heeft ons Zijn grote liefde getoond door Christus te sturen en Hem voor ons te laten sterven toen wij nog schuldige zondaars waren.
Romeinen 5:8
Maar weet je, zonde maakt scheiding tussen God en ons, want de Bijbel zegt dat we allemaal gezondigd hebben. “Jullie ook?”
Ze beaamden het.
Soms denk ik dat jongeren niet weten wat zonde is, maar dan komen ze er vaak zelf mee als we vragen of ze zeker weten dat ze naar de hemel gaan, bijvoorbeeld.
“Nee, we hebben zonden gedaan.”
Ook deze jongeren wisten het. Een van de drie zei dat hij vroeger geloofde, toen hij nog bij zijn ouders woonde. Hij geloofde het nu ook nog wel een beetje, maar wilde er verder niets meer mee.
Toen de andere twee samen met mij gingen bidden, knikte hij steeds bevestigend. Toch wilde hij niet meedoen.
Maar dank God.
Het Woord van God keert nooit leeg terug.
“Zo is mijn woord ook. Ik stuur het uit en het levert altijd vrucht op. Het doet alles wat Ik wil en bereikt datgene waarvoor Ik het wegstuur.”
Jesaja 55:11
Zo mooi om altijd weer te zien hoe de Heer harten aanraakt.
Ik kan niemand overtuigen. Ik getuig, Hij overtuigt.

Niet alleen een kabel werd omgeruild

Het was een gewone en drukke werkdag toen een klant belde. “Mevrouw, ik heb de verkeerde waslijn besteld, zou ik die kunnen omruilen?” “Ja hoor meneer, dat kan wel,” hoor ik mezelf zeggen. Meteen denk bij mijzelf: wat zeg ik nu?

Omruilen is helemaal niet handig en kost veel tijd, dus normaal zeg ik altijd om het gewoon terug te sturen en een nieuwe bestelling te plaatsen. Nou ja, niks aan te doen, denk ik nog, en ga weer door. Twee dagen later staat de man op de stoep met het pakketje en komt vrolijk mijn kantoor in. “Ik had u gebeld met de vraag of het omgeruild kon worden, en dat kon zei u.”

Ik dacht: oh ja, dat kan er nog wel even bij in deze drukte, maar wist meteen dat dit niet voor niets was en vroeg hem lekker te gaan zitten en bood koffie aan. Ik ging weer zitten en vroeg of hij ver moest rijden. “Twee uur,” was zijn antwoord. “Twee uur meneer? Heeft u twee uur hiervoor gereden?”
“Ja, klopt. Mijn vrouw wilde graag een nieuwe waslijn en ik heb toch tijd zat. Dus ik rijd gewoon rustig aan naar de Betuwe. Ik ben namelijk ziek.”

“Oh, hopelijk niet ernstig meneer?”
“Ja, het is wel ernstig. Ik heb drie soorten leukemie, ze kunnen niets meer voor me doen en ik ben dus terminaal. Het kan een paar weken of een paar maanden duren, of zelfs dagen, dat kan ook.”
“Wow, zo heftig meneer. Dat moet heel moeilijk voor u en uw familie zijn.”
“Voor mijn familie misschien meer dan voor mij,” antwoordde hij. “Ik heb een prima leven gehad.”
“Dat is mooi meneer, weet u ook dat God van u houdt en een mooi plan voor uw leven heeft?” vraag ik dan vaak, maar het mooie plan liet ik even achterwege. Niet omdat het de waarheid niet is, maar omdat het cru voelde.

Hij had het weleens gehoord en was katholiek opgevoed, maar had het gelaten. “Ik hoop wel dat ik daar met mijn gezin naar de hemel ga,” zei hij.
Ik begon hem te vertellen: “Weet u meneer, de Bijbel zegt dat we allen zonden hebben gedaan…”
Ja, dat wist hij.
Ik vertelde het evangelie uitgebreid en zei hem een zegen mee te willen geven voordat hij naar huis ging.
Dat mocht.

Na de zegen stelde ik de vraag of hij met zijn hart geloofde en met zijn mond wilde belijden:
“Als u met uw mond de Heere Jezus belijdt en met uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u zalig worden. Want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot zaligheid.” Rom. 10:9
Dat deed hij. Hallelujaaa.

Hij kwam twee uur rijden om iets om te ruilen wat ik normaal niet doe.
Maar hij ruilde niet alleen zijn kabel, maar ook zijn hart.

“En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwe geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlezen hart geven.” Ez. 36:26

Een avondje bowlen

et ons gezin gingen we laatst een avondje bowlen. Altijd leuk om even te ontspannen met elkaar en lol te maken. Toen we binnenkwamen, waren er een paar banen bezet naast ons. Toen we vertrokken was alles leeg. Niet omdat we zo laat vertrokken, maar omdat het gewoon heel rustig was. Ik liep naar de toonbank om af te rekenen en daar was een vriendelijke jongen die me hielp. Nadat ik had betaald, begon ik het evangelie met hem te delen. “Hé jongen, voordat we gaan heb ik geweldig nieuws!”

Heeft iemand je al weleens verteld dat er een God is die van je houdt en een geweldig plan met je leven heeft?” “Ja hoor, zeker!” zei hij vrolijk en wees naar zijn twee enorme kruisoorbellen. “Daarom draag ik die kruizen in mijn oren.” Ik begon hem te vertellen wat Jezus had gedaan aan het kruis. En uiteindelijk nam hij Jezus aan. Toen bleek er nog een meisje te zijn. Ze was de administratie aan het bijwerken en ik begon een praatje met haar.

“Is het altijd zo rustig om deze tijd?” “Nee, het is vakantietijd en te mooi weer, dan komt er niemand bij ons.” “Komen er straks nog wel nieuwe mensen, of moet je nu gewoon wachten tot je naar huis mag?” “Ja, we moeten gewoon wachten. Er komt, zover we nu kunnen zien, niemand meer. Duurt best lang dan.” “Ik begrijp dat dit niet fijn is inderdaad,” gaf ik terug, en begon ook met haar het evangelie te delen. In mijn ooghoek zag ik de jongen glimlachen. Bij iedere zin zei het meisje: “Wat mooi! Bedankt. Dank u dat u dit deelt met mij.”

De jeugd staat super open voor het evangelie. Ook het meisje nam Jezus aan. Ik vertelde dat God niet alleen je woorden wil, maar je hart, zoals staat in Spreuken: “Mijn zoon (of dochter), geef mij je hart, en laten je ogen behagen scheppen in mijn wegen.” Spreuken 23:26 HSV

Ze begreep het en zou eraan gaan werken. Ik heb vaak sleutelhangers met een QR-code bij me, zodat ze meteen een Bijbel hebben en kunnen lezen hoe God de wereld zo liefhad dat Hij Zijn Zoon gegeven heeft.

Halleluja!

Een dagje uit met de Heer

Samen met de Heer op pad is prachtig. Hij is altijd met ons, maar wanneer ik alleen op pad ben, ben ik me daar vaak meer bewust van.

Deze dag was ik in Florida en ik had een dagje vrij. Mijn man had me aangeraden om een dagje naar Clearwater Beach te gaan en daar ook dolfijnen in het wild te gaan spotten.

Met de Uber ging ik op pad. Alfredo was mijn chauffeur. “Alfredo van de pastasaus,” zei hij.

Ik begon hem het evangelie te vertellen. “Ik heb eerst een vraag,” zei hij.

“Als toch iedereen naar de hemel gaat, bestaat er dan geen hel?”

Ik was even heel verbaasd over deze vraag. Heb al een hoop vragen gehad, maar deze nog niet.

En vertelde hem dus meteen dat die er wel is, en dat mensen daar automatisch op weg naartoe zijn, maar dat God de wereld zo liefhad, dat Hij een reddingsplan had voor de wereld. Dat Hij daarom Zijn Zoon Jezus had gestuurd om te betalen voor de zonden van de hele wereld.

Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. – Johannes 3:16

Dat deze redding aan iedereen wordt aangeboden, maar dat niet iedereen het aanneemt. “Nou, ik zou dat wel willen aannemen,” zei de man. Samen deden we een gebed, waarop de man ontzettend blij was.
Geweldig als je een uur de tijd hebt en elke vraag kan beantwoorden.

Na een geweldig relaxed dagje liep ik terug naar de plaats waar ik die ochtend was afgezet door de Uber.
Onderweg sprak ik Victor aan. Een open jongen, die relaxt luisterde. Op mijn vraag of hij naar de hemel ging, zei hij: “Inshallah.”

“Als God het wil” betekent dat. Hij wilde Jezus als zijn Redder aannemen en bad een gebed met mij mee, en ook hij was zichtbaar blij. Toen nog Marco. Wist niets zeker, al las hij de Bijbel af en toe. Wist er wel wat van. Kende God niet persoonlijk. Dus ook tegen hem vertelde ik het evangelie van redding. Hij nam het aan, en ik moedigde hem aan om het Woord te gaan lezen. “Hoe vaak eet jij per dag?” vroeg ik hem. “In ieder geval wel drie keer,” was zijn antwoord. “Stel nou dat je zo vaak het Woord zou lezen als je nu eet, hoe zou dan je leven veranderen?”

“Of, stel dat je zo vaak eet als dat je de Bijbel leest, zou je dan nog leven?” Hij lachte… Hij dacht van niet.
Dus ik legde hem uit hoe hij een relatie kon krijgen met God. Opnieuw blijdschap.

Predik het Woord. Volhard daarin, gelegen of ongelegen. Weerleg, bestraf, vermaan, en dat met alle geduld en onderricht. – 2 Timotheüs 4:2 (HSV)
Vertel het gewoon overal waar je komt.

Volgende keer deel 2 van deze dag

Een moslim bij de pomp

Er zijn weinig conferenties die ik bezoek buiten mijn kerk.

Maar naar deze conferentie wilde ik graag toe, en zodra ik de oproep zag, blokkeerde ik meteen mijn agenda. Het was de Soulwinnersconferentie – een bijeenkomst waar de noodzaak van het zielenwinnen centraal stond. Veel mensen vinden “zielenwinnen” een negatief woord. Zelf had ik daar ook mijn bedenkingen bij…

Totdat ik deze tekst las in Spreuken 11:30: “De vrucht van de rechtvaardige is een boom des levens, en wie zielen vangt, is wijs.” Het staat er dus gewoon.

Ik was die dag al vroeg op pad. De conferentie begon om 9 uur en de zaal zou om half 9 open gaan. Mensen die mij een beetje kennen, weten dat ik graag op tijd ben. Ik moet er zelfs voor waken dat ik niet als eerste binnenkom. Ik vind dat als mensen tijd voor je maken, je ervoor moet zorgen dat je op tijd bent.

Omdat ik hier zo van houd, vertrek ik vaak ruim op tijd. Op de parkeerplaats kan ik altijd nog wat appjes of mails beantwoorden. Onderweg genoot ik in de auto van een moment van worship en sprak ik met de Heer. Bij de laatste pomp besloot ik nog even wat te eten en drinken te kopen.

Zoals ik wel vaker zeg: het evangelie delen kan altijd en overal. Wanneer mensen zeggen dat ze daar geen tijd voor hebben, geloof ik dat niet. Elke dag kom je wel iemand tegen die Jezus nog niet kent. Terwijl ik met mijn vers gescoorde, heerlijk geurende bak koffie terugliep naar de auto, zag ik buiten een man in een hoekje staan.

“Meneer, heeft iemand u weleens verteld dat God van u houdt en een geweldig plan voor uw leven heeft?” begon ik het gesprek. Hij reageerde in het Engels dat hij mij niet verstond. Dus begon ik opnieuw: “Has anyone ever told you that God loves you?”

Hij knikte; hij had dat weleens gehoord, want hij was moslim. Ik vertelde hem wie Jezus was en bad een zegen over hem uit. Hij begon te lachen. Even later bad hij met mij mee:

“Lieve Heere Jezus, kom in mijn hart, vergeef mijn zonden, was en reinig mij en maak mij vrij…” Hij straalde erna en bedankte me hartelijk voor de moeite die ik had genomen om dit met hem te delen.

Blij stapte ik mijn auto weer in. Laat de conferentie nu maar beginnen!

“Predik het Woord. Volhard daarin, gelegen of ongelegen. Weerleg, bestraf, vermaan, en dat met alle geduld en onderricht.” — 2 Timoteüs 4:2