Laat de kinderen tot Mij komen.

‘Wilt u misschien stroopwafels kopen?’ Drie meisjes stonden voor mijn deur en keken me met z’n drieën vragend aan. Ik heb stiekem een beetje een hekel aan verkoop aan de deur. Contant geld moet overal worden gezocht, omdat ik dat meestal niet in huis heb. Maar de meisjes gewoon wegsturen wilde ik ook niet. Dus mijn antwoord was: ‘Tuurlijk meiden, doe er maar drie.’ Glunderend gaven ze de pakjes en mijn zoektocht naar geld begon in het huis. Uiteindelijk had ik het bij elkaar gesprokkeld en keerde terug naar de geduldige meisjes aan de deur.

Ik begon een gezellig praatje met ze. Vroeg ze waar ze vandaan kwamen en of ze familie van elkaar waren. Het bleken zusjes te zijn uit een groot gezin. Ik vroeg ze, of ze de Heere Jezus misschien al kenden. ‘Ja, hoor die kennen we zeker!’ ‘Mijn moeder is ook bekeerd.’ zei de oudste. ‘Sinds ze bekeerd is, doet ze geen oorbellen meer in. Dat mag niet van God, meenden ze.

Ik begon ze te vertellen wie de Heere Jezus is en ze beaamde mijn verhaal. Ook vertelde ik ze dat ik regelmatig de straat op ga om mensen te vertellen over de Heere Jezus en dat Hij is gekomen om de mensen te redden. Hij kwam, vertelde ik, om te zoeken en te redden wat verloren is. En dat dit soms mensen zijn die helemaal onder de tatoeages zitten en heel veel oorbellen hebben. De jongste keek me bedachtzaam aan en vroeg; ‘Wat zijn dat, tatoeages?’ ‘Nou,’ berichtte haar oudere zus, ‘dat zijn plakplaatjes van de Albert Heijn, die je er niet meer af krijgt.’

Ik vertelde verder dat ook deze mensen op straat ook liefde kregen van en voor de Heere Jezus. ‘Ja,’ zei oudste zus weer, ‘het maakt niet uit hoe je eruit ziet!’

‘Houden jullie van de Heere Jezus?’ vroeg ik. ‘Heeeel veel’ was hun antwoord. ‘Maar, we moeten nog wel bekeerd worden.’

Ik was verdrietig na dit gesprekje. Niet omdat de meisjes zoveel van de Heere Jezus houden uiteraard, maar om het feit dat dit volgens het onderwijs wat ze krijgen niet genoeg is om een kind van God te zijn.

Je moet tenslotte eerst nog bekeerd worden.

Ik huilde het uit bij de Heer. ‘Heer, hoe kan het, dat ze Uw woord zo moeilijk hebben gemaakt?’ Breng die kinderen maar Heer, laat ze maar komen aan de deur met wat dan ook, ik wil ze wel vertellen wie U bent.

Jezus zegent de kinderen in Markus 10:13-16 ‘En ze brachten kinderen bij Hem, opdat Hij hen zou aanraken, maar de discipelen bestraften degenen die hen bij Hem brachten. Maar toen Jezus dat zag, nam Hij het hun zeer kwalijk en zei tegen hen: Laat de kinderen bij Mij komen en verhinder hen niet, want voor zodanigen is het Koninkrijk van God. Voorwaar ik zeg u: wie het Koninkrijk van God niet ontvangt als een kind, zal het beslist niet ingaan. En Hij omarmde hen, legde de handen op hen en zegende hen.

Wauw! Jezus omarmde de kinderen. Wat een Liefde! Hij gaf de kinderen als voorbeeld om tot Hem te komen. Een kind neemt gewoon aan wat hij hoort. En Hij nam het de discipelen zelfs zeer kwalijk dat ze de kinderen weg wilden houden. Hij omarmde ze, legden de handen op en zegende ze.

Een tegenstelling kreeg ik een paar weken later bij het centraal station van Amsterdam. We begonnen het evangelie te vertellen tegen een mevrouw en haar kinderen. En één van haar kinderen, een jongen van een jaar of acht keek ons de hele tijd met open mond aan. Ineens vroeg hij: ‘Waarom zeggen jullie de hele tijd het scheldwoord Jezus?’ Even was ik perplex. Dit kind had nog nooit het woord jezus anders gehoord, dan door een scheldwoord en dacht dat wij dit ook zo gebruikten. Snel legde ik hem uit hoe het echt zat. Dat Jezus Christus de zoon van God is, die gekomen is om het weer goed te maken tussen God en ons. ‘oh?’ kwam er uit zijn mond… Ik zei hem dat hij de Heere Jezus ook kon uitnodigen in zijn hart. ‘oh’ opnieuw… Je mag gewoon zeggen, ‘Lieve Heere Jezus kom in mijn hart’ zei ik. Meteen zei hij mij na; ‘Lieve Heere Jezus kom in mijn hart.’ Dat is een kind. Geen maar, maar gewoon doen.

Zijn mama moest gaan, omdat hun metro er was en ze zei tegen hem; ‘Oma kan je er alles over vertellen.’

Wauw, oma weet ervan en heeft er blijkbaar nog nooit iets over gezegd. Meteen bad ik ‘Heer, laat het zaad wat gezaaid is opgroeien in het hart van dit kind. Laat niemand het roven uit zijn hart. Laat hij dit moment nooit vergeten en dank U dat U zelf dit kind zal vast houden. Stuurt u mensen op zijn pad, zodat hij meer zal gaan horen. En Heer, laten al die kinderen weten dat U zelf hen omarmen zult als ze tot U komen. Amen.

De bel ging..

Op avond zaten we op de bank. Er waren allerlei mensen in ons huis. Onder andere een vrouw met vier van haar vijf kinderen. Ze waren hier voor een tijd van herstel. Het was een fijne avond.

Heerlijk wegmijmeren..

Vergeet de herbergzaamheid niet; want hierdoor hebben sommigen onwetend engelen geherbergd. Hebreeën 13:2

Toen ging de bel rond half 10. Er was ondanks het volle huis, vreugde en vrede. Ik deed de deur open. Daar stond een man. Hij vroeg in het Engels of hij een taxibedrijf mocht bellen. Wat een rare vraag om half 10 in de avond. Het was al lang donker. 

‘Hoe bent u hier gekomen?’, voeg ik. ‘Met een huurauto vanuit Duitsland’, zei hij. Ik vond het allemaal erg vreemd. ‘Waar is die auto dan nu?’ ‘Vier huizen verderop staat hij op een parkeerplaats met een lekke band.’ De man bleek vier adressen overgeslagen te hebben om hier te komen.

Ondanks een beetje twijfel en verwarring ervaar ik rust in mijn hart en komen de Bijbelse woorden.. ‘onwetend hebben ze engelen geherbergd’. Ik dacht: ‘Prima, Heer’. ‘Kom maar binnen’, antwoord ik de man.

De mensen in de kamer keken me verbaasd aan toen ik met deze man binnenkwam. Ik vertel dat ik een taxi zal bellen. De eerste heeft geen auto’s meer die rijden. Iedereen is onderweg. De tweede krijg ik een tuut toon als teken dat het nummer niet meer bestaat en als derde hoor ik dat de chauffeurs aan hun uren zitten en dus niet meer weg mogen.

Ik vraag Piet mijn man ‘Kun jij hem niet even naar Amsterdam brengen?’ Hij kijkt me een beetje schaapachtig aan en herhaalt ‘Amsterdam?’

‘Lies, het is half tien. Dat wordt een uur heen en een uur terug als ik geluk heb.’ Ja, dat klopt.. ‘Onwetend hebben ze engelen geherbergd’ kwam ook in Piet zijn hart.

‘Prima’ zei hij, ‘ik ga’. Samen met de man rijdt hij naar Amsterdam. Hij praat met hem en vraagt naar zijn leven. De man vertelt dat hij voor een groot bedrijf werkt. Piet vertelt hem over de Redder van de wereld Jezus. Dat Hij ook hem wil redden als hij dat ook wil.

Na een uur is de man op zijn bestemming. Met alle geweld wil hij Pieter tweehonderdvijftig euro geven, maar dit weigerde hij. Nee hoor meneer, we hebben alles ook gewoon van de Heer gekregen en hoeven er echt geen geld voor. Uiteindelijk gaat de man akkoord na nog even.. ‘voor je kinderen dan?’ gevraagd te hebben. ‘Nee hoor, zij hebben ook genoeg.’

Met vreugde kwam Piet thuis. Wauw wat bijzonder om zo gestuurd te worden.

Na een week word er een groot pakket bij ons bezorgd. Het was allemaal in de maand december. De tijd van Sinterklaas en de kerstpakketten. De kerstpakketten kocht ik zelf altijd voor de mensen die bij ons werken. Tegen Piet had ik gezegd dat het mij ook leuk leek eens een kerstpakket te krijgen. Mijn wens werd vervuld. De Heer zag het verlangen van mijn hart en liet de man een pakket sturen. Een nieuwe airfryer. Een prachtig apparaat van een bekend merk, waar de man voor bleek te werken.

Met een kaartje erbij. ‘Dank u wel, dat u gezorgd heeft voor een van onze belangrijke mensen.’ Wij wisten niets van de man. Hij had de naam van zijn bedrijf niet bekend gemaakt. We hadden alleen gedaan wat we op ons hart kregen. ‘Dank U Heer voor dit geweldige verhaal en voor de herinnering die ik nooit zal kwijtraken.’

Ik zal de HEERE loven met mijn ganse hart; ik zal al Uw wonderen vertellen. Psalm 9:2

Zomaar een ontmoeting

Zondag 21 maart vandaag. Een dag om uit te slapen. De dienst begint om 12.30 en ik zet mijn wekker om 9 uur. Ik hou ervan veel van de dag mee te krijgen en langer uitslapen vind ik zonde van mijn dag. Ik dut nog heel even door en bedenk wat ik deze dag zou willen doen. Even tijd voor mezelf lijkt me fijn en daarin tijd voor de Heer. Ik weet dat wanneer ik in Zijn schuilplaats zit, de meeste energie ontvang. Wanneer ik Zijn woorden hoor of lees, vult vrede mijn hart.

Ik denk na over de afgelopen week, waarin we een nieuwe wereld in zijn getrokken. Een wereld waar angst heerst over Covid 19. Waarin de wereld een soort vertraging heeft gekregen. Uitdrukkelijk door de overheid gevraagd is, elkaar niet te bezoeken en zeker niet aan te raken in verband met besmettingsgevaar.

Op het moment dat ik beneden kom, zit mijn jongste kind er al. ‘Mam, zullen we naar het bos gaan?’ Daar gaat mijn tijd met de Heer denk ik.. Hij had het de avond ervoor al gevraagd en ik zeg meteen ‘ja’. De hele week had ik me naar dit kind schuldig gevoeld door de drukte in ons bedrijf. Mijn jongste moest net als alle andere kinderen maar thuis leren en mijn week was overvol geweest. Enorm dankbaar voelde ik me dat alles doordraaide, maar het gevoel om mijzelf in vieren te moeten delen, matte mij af.

In het bos aangekomen, genieten we enorm van fluitende vogels, van mijn zoons mankracht die hij overvloedig laat zien en van zomaar ineens een tak bloesem tussen het nog dorre winterbos.

bloesem in een dor winterbos

We lopen rinchting uitgang als een meneer ons aanspreekt met een doemscenario. ‘Weet u wel wat er gaat komen met deze 1.5 meter? Er komt een gigantische crisis door dit alles. Over 2 jaar is die crisis nog veel erger. Ik kom uit de brandhaard nu die in Brabant is. Vreselijk daar. Kan niet meer normaal over straat. Ik ben zo’n beetje hierheen gevlucht.’ Ondertussen had de meneer bij iedere zin tics in zijn gezicht. ‘Trouwens’, zegt hij;, ‘Het kan mij verder niet schelen als ik dood zou gaan. Dan moet de sociale dienst mijn rommel maar opruimen’, zegt hij lachend. ‘Ik heb toch niemand meer.’

Pijn voel ik voor die man en ik vraag voorzichtig of hij ook gelooft. Hij begint hard te lachen en haalt een kaartje uit zijn zak, Jezus erop afgebeeld. ‘Ik geloof in een God die barmhartig schijnt te zijn, maar voor mij alles kapot maakte.’ ‘Gelooft u dat echt? ‘ ‘Ja’, zei hij . ‘Zoals je ziet heb ik Gilles de la tourette. Hierdoor werd ik vanaf mijn 3e jaar in een internaat geplaatst. Mijn ouders keken nooit naar mij om. Daar in het internaat werd ik met stokken geslagen en misbruikt. Op mijn 18e mocht ik weer thuis komen. Nou mooi niet, ik haatte mijn ouders. Nu hoefde het niet meer. Ik geloof dat ze rechtstreeks naar de hel zijn gegaan toen ze dood gingen.’

‘Wat een moeilijk leven heeft u gehad meneer. Wat erg. Ik geloof dat de Heer Jezus met innerlijke ontferming over u bewogen is.’ Hij keek me aan.. ‘Ja, denk je dat?’ ‘Ja echt meneer.’ Hij lachte weer, vreugdeloos en ging verder over zijn weg in de schuldsanering, zijn werk in de haven en zijn diepe weg van alleen zijn.

‘Wat moet die jongen hier eigenlijk van denken’, vroeg hij? ‘Nou jongen’, vroeg ik mijn zoon., ‘wat vind je hiervan?’ En zoals wel vaker verraste mijn 12-jarig kind mij met de woorden: ‘Meneer de ellende is niet door God in de wereld gekomen! Het komt door de zondeval.’ ‘Oh ja’, zei de man. ‘De appel’.. ‘Inderdaad de appel. Maar Jezus is gekomen om u en mij te redden van die val’ vulde ik aan. ‘Wanneer u in Hem gelooft bent u gered. Dan geldt ook voor u de belofte van Psalm 91.’

Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten, die zal vernachten in de tent van de Almachtige. Die zal zeggen, mijn Toevlucht, mijn Burcht, mijn God op wie ik vertrouw.

‘Dan hoeft u niet bang te zijn.’

‘Zal ik met u bidden?’ Opnieuw lacht hij.. weer gaat zijn verhaal verder. Hoe hij misdienaar was en dat het leven nu wel lijkt op de plagen uit Egypte. Met sprinkhanen in Kenia en ziekte over de hele wereld. ‘Heeft u een Bijbel?’ vraag ik. ‘Ja’, is het antwoord.. ‘gratis gekregen’. “Wat mooi!’ ‘Ja he, dat vind ik ook mooi.’

Nog steeds op 1.5 meter afstand vraag ik of ik voor hem mag bidden. ‘Het is goed’, zegt hij. ‘U mag uw handen vouwen en ogen sluiten’, en na opnieuw een lach doet hij dat. Daar op het bospad van de Grebbeberg, waar jaren geleden oorlog werd gevoerd, lijkt nu de inwendige strijd voorbij te gaan. Ik vraag hem of hij Psalm 91 wil gaan lezen en hij schrijft in zijn agenda: ‘Bijbel lezen Psalm 91.’

Ik voel blijdschap voor deze ontmoeting.. ik geloof dat Jezus kwam voor iemand als deze man. Hij begroette me vrolijk, lachte nu oprecht en ging zijn weg verder.

‘Heer, zorgt u voor Tonnie?’

Vader (dag)

Mijn papa weet alles, hij is de sterkste. Zal ik hem er eens bijhalen? Zeker weten dat hij er voor me zal zijn. Ik zing wat hij zingt, praat zoals hij praat. Een echt papa’s kindje was ik. En fluiten.. samen fluiten we wat af. Ik mocht mee naar de slagerij toen ik twaalf was en verdiende er geld. Mijn papa.. Tegen hem aan zitten en proberen de ring die hij draagt aan die grote hand, eraf te draaien. Ik voelde het eelt van zijn werkhanden. Beschermend voelde het.

Ze weet dat hij haar niet zal laten vallen.

De pubertijd begint en een worsteling, een zoektocht naar een eigen ik. Papa worstelt mee. Hij wil zijn kind niet laten vallen, maar worstelt tussen hoe het is en hoe het hoort te zijn. Te weten uit verleden. Onzekerheid van heden en een onzichtbare toekomst. Verwachting en liefde. Laten gehoorzamen en loslaten. Ze wil de andere kant op. En ineens komt daar een moment, dat het gewone, ongewoon wordt. Het vrij zingen met mijn papa, wordt ongemakkelijk, het fluiten stopt. Papa.. Begrijp je me nog? Zie je nog wie ik ben? Welke weg ik ook ging, ik mocht terugkomen. Een ‘zie je wel’ gesprek als gevolg. Wat heb je er nu van geleerd? Samen zoeken naar verbinding en een andere taal gaan spreken. Papa maakte plaats voor een nieuwe man in mijn leven.. Mijn man..

Morgen is het vaderdag en ik denk hieraan, aan al deze dingen. En nog een beetje meer. .. in de Bijbel staat een verhaal over een vader.. Het is het verhaal van een zoon die zijn eigen leven wilde leven. Zoon vraagt: ‘Geef mij mijn erfenis, ik wil weg hier.’ De vader gaf het en zoonlief liet alles achter. Hij gaf alles binnen no time uit aan dingen waar zijn vader nooit achter zou staan. Hij kreeg problemen. Had geen geld meer, en kreeg honger. Dan komt hij tot besef.. de knechten van mijn vader hebben het nog beter dan ik.. Ik ga gewoon terug en zeg: ‘Vader ik heb het verkeerd gedaan naar God en naar u. Mag ik uw knecht worden?’

Toen hij nog ver weg was, zag zijn vader hem aankomen. Hij had medelijden met hem. Hij liep hem snel tegemoet, omhelsde hem en kuste hem. De zoon zei: ‘Vader, ik heb verkeerd gedaan tegen God en tegen u. Ik ben het niet meer waard om uw zoon te zijn.’  Maar de vader zei tegen zijn dienaren: ‘Breng vlug de beste kleren hier en trek hem die aan. Doe een zegelring  aan zijn vinger en trek hem schoenen aan.  En haal het vetgemeste kalf en slacht het. Want we gaan feestvieren. Want mijn zoon hier was dood en hij is weer levend geworden. Want ik was hem kwijt, maar ik heb hem weer terug!’ En ze gingen feestvieren. Lucas 15:20-24

De vader omhelst zijn zoon (getekend door mijn man)

Misschien heb jij een liefde volle vader gehad. Een vader die je opvoedde, de weg wees, beschermde en onderwees. Of had jij een vader die je kleineerde, je niet zag en aan je lot overliet.. of heb je nooit een vader gehad. Hoe pijnlijk.. Vind je vaderdag een belangrijke dag omdat jij je vader wil eren, of een pijnlijke dag omdat hij er niet meer is. Wat je er ook voor herinnering bij hebt, het is er.

God wil je Vader zijn. Jezus vertelde het verhaal van de verloren zoon aan de mensen om te laten weten wie Zijn Vader is en wil zijn. ‘Vader, ik heb het verkeerd gedaan..’ Hij zegt: ‘Welkom thuis, Mijn kind.’ Hij geeft je nieuwe schoenen aan je voeten, nieuwe kleding en een ring aan je vinger. Want.. mijn zoon was dood en leeft nu en komt thuis bij de Vader.

Een ring aan je vinger..

Bedenk toch hoe groot de liefde is die de Vader ons heeft geschonken! Wij worden kinderen van God genoemd, en dat zijn we ook. Dat de wereld ons niet kent, komt doordat de wereld Hem niet kent.’ 1 Johannes 3:1.