Meer zielen, Heer!

Voordat we een lekker dagje gingen varen in Den Haag met Hemelvaartsdag, liep ik een rondje door het dorp.

Ik genoot van elke geur die voorbij kwam en vertelde de Heer hoe dankbaar ik was voor alles wat Hij gemaakt had.

Ik had die ochtend al wat mensen het goede nieuws kunnen vertellen, maar ik ervaarde onvrede in mijn hart. Onvrede over hoe weinig ik nog kon doen in het Koninkrijk van God.

Ik wil dat mijn leven telt voor de eeuwigheid. Dat mensen gered worden.

We moeten allen aan God straks verantwoorden wat we gedaan hebben.

Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, opdat ieder vergelding ontvangt voor wat hij door middel van zijn lichaam gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad. 2 Kor 5:10

‘Meer zielen, Heer, meer zielen.’ bad ik.

Even later kwam ik een vrouw tegen met een pitbull. En ik begon met haar het evangelie te delen. Ze begon te lachen en zei… ‘Ik heb het hele jaar echt in zonden geleefd en ben net twee weken mijn leven aan het omgooien, het moet echt anders, en nu kom jij met dat verhaal. Ik weet dat ik hulp nodig heb en wil echt Jezus in mijn leven.’

Halleluja.

Toen een andere man. Hij zat nog in zijn auto toen ik aankwam lopen.

‘Heer, als hij meteen uitstapt, spreek ik hem aan.’ Bad ik.

Hij stapte meteen uit…

‘Meneer, heeft iemand u weleens verteld dat God van u houdt en een geweldig plan heeft voor uw leven?’

‘NOOIT’, joelde hij vrolijk. ‘Ondanks dat ik al mijn hele leven naar de kerk ga.

‘En zou u zeker weten dat u naar de hemel gaat?’ Ging ik verder. ‘Ik denk het wel hoor, want mijn vader wacht daar op mij.’

‘Maar wat bijzonder dat u mij dit nu vertelt, want mevrouw, gisteravond kon ik niet slapen, ik was zo onrustig. En weet u wat ik deed? Ik heb de bijbel naast mijn hoofd gelegd en viel toen in slaap. Bijzonder hé.. En dan nu deze boodschap, geweldig!’

Weet u meneer, de Bijbel zegt we hebben allen gezondigd en missen de nabijheid van God… Dat erkende hij. Hij had gezondigd en een Redder nodig.

Hierna nodigde hij de Heere Jezus uit in zijn hart.

Nooit meer dezelfde…

Hij was zo blij! ‘Mevrouw, ik ken u niet, maar geef u gewoon een knuffel,’ en hij hing vervolgens om mijn nek.

Hij had de liefde van de Heer ervaren en uitte dat.

God is zo goed.

Handelingen 20:24 

Maar ik maak mij nergens zorgen over, en ook acht ik mijn leven niet kostbaar voor mijzelf, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen, evenals de bediening die ik van de Heere Jezus ontvangen heb om te getuigen van het Evangelie van Gods genade.

We zijn met niets deze wereld in gekomen, en we zullen er met niets uit gaan.

Alleen zielen (andere mensen) kunnen we meenemen.

Amen…

Wil jij een boekje ontvangen met meer verhalen?

Stuur me dan een berichtje met je adres.

AnneliesvanWalsem@gmail.com

Onderweg naar huis.

Ruim twee weken was ik naar Amerika geweest. Wat een tijd had ik daar gehad, maar het was tijd om naar huis te gaan.

Ik houd ervan om ruim op tijd aanwezig te zijn, zodat ik niet hoef te haasten, omdat ik daar een hekel aan heb. Ik houd van opschieten, maar bij haasten krijg ik het gevoel dat ik op de vlucht ben.

Tegen de tijd dat ik bij de gate moest zijn, bleek er vertraging te zijn. Het weer was de reden. Rustig at ik mijn eten, en wachtte geduldig af. In mijn achterhoofd speelde wel de gedachte af dat ik maar 1.5 uur de tijd had om over te stappen, dus het zou een uitdaging zijn, maar ik hoef me nergens zorgen over te maken, dus daar ook niet over. Ik zou hooguit iets later thuis komen.

Op Atlanta aangekomen, had ik 2 minuten voor de gate zou sluiten, maar wie het vliegveld van Atlanta een beetje kent, snapt dat dit echt niet gaat lukken. Ik opende een kort moment Instagram en er kwam één plaatje voorbij met alleen maar het woord ’trust’. Oké Heer, dat zal ik doen. En rende met alles wat in me is naar de betreffende gate. 20 minuten voor de stijging kwam ik aan, dus was opgelucht dat het gelukt was. Maar dat was mis gerekend, want het vliegtuig was al gesloten en ging niet meer open.

Oké Heer, wie heeft U op het oog waardoor ik mijn vlucht miste?

Daar zat Sabrina. Sabrina gaf haar leven aan Jezus.

Het mooie was dat ik gelijk een betere vlucht had gekregen.

In het vliegtuig zat een open plek tussen Pieter uit België en mij.

Ik begon een praatje met Pieter en ging hem meteen het evangelie vertellen.

‘Voordat hij gaat pitten, moet hij het weten,’ dacht ik.

Een gesprek van drie kwartier volgde. Hoe hij het lang niet nodig dacht te hebben, maar er meer verlangen in hem kwam. Pieter zou nooit meer dezelfde zijn. Halleluja!

Op Schiphol aangekomen, was mijn koffer nergens te bekennen. Even ging er een baalgevoel door mij heen. ‘Mmm, er zitten spullen van anderen in.’ Maar meteen herpakte ik mezelf en ging het melden bij een aardige mevrouw. Ze zocht uit waar mijn koffer was, en begon formulieren in te vullen.

‘Mevrouw, heeft iemand u weleens verteld dat God van u houdt en een geweldig plan heeft voor uw leven? Ze keek me geïnteresseerd aan en ik vertelde het hele evangelie.

Ze zei: ‘Ik geloof het echt, want ik heb laatst al gedroomd van Jezus. Ik zag Hem in de wolken.’ Dus ze bad mee. Glorie aan God. Hij werkt al in de harten van mensen.

Wij hoeven alleen te wandelen in de werken die Hij heeft voorbereid.

Efeze 2:10 HSV

Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen

‘Nu snap ik dat u zo kalm kon zijn’ zei ze.

Twee dagen later bracht Mike mijn koffer terug.

En ook Mike koos die dag voor Jezus.

We hebben altijd een kans om het te vertellen. Laten we het ook benutten, want de tijd is kort.

2 Timotheüs 4:2 HSV

Predik het Woord. Volhard daarin, gelegen of ongelegen.

Dakloos

Dinsdagochtend van mijn eerste week in Amerika. De zon scheen al en ik genoot van het geluid van vogels. Het huisje waar ik verbleef, was vlakbij de kerk. Elke dag maakte ik een rondje richting de benzinepomp omdat deze lekker dichtbij was en ik altijd wel iemand kon vertellen over een God die van ons houdt. Die dag liep ik stevig door en zag in mijn ooghoek dat er rechts van mij twee mensen die er niet al te verzorgd uitzagen op een boomstam gingen zitten.

Ik voelde de drang om naar hen toe te gaan, hoewel ik eigenlijk door wilde lopen. Toen ik bij hen aankwam, stelde ik de beroemde vraag… ‘Goedemorgen, heeft jullie ooit iemand verteld dat er een God is die van jullie houdt?’ Ja, dat hadden ze weleens gehoord. Na een poosje van praten gingen ze het gebed met me mee bidden en begonnen te huilen. ‘Mevrouw, we zijn hier zo blij mee,’ zeiden ze. ‘We waren onderweg naar de kerk waar we straks een maaltijd kunnen krijgen, we zijn namelijk dakloos.’ Ik begon hen meer te vertellen dat God goede plannen voor hen heeft.”

‭Jeremia 29:11 HSV‬
[11] Ik immers, Ik ken de gedachten die Ik over u koester, spreekt de HEERE. Het zijn gedachten van vrede en niet van kwaad, namelijk om u toekomst en hoop te geven.

“Kom gewoon lekker naar de kerk en dan kun je geholpen worden,” ging ik verder. Dat zouden ze doen. “Kan ik nog ergens anders voor bidden?” vroeg ik verder. “Nee hoor, mevrouw. We zijn hier al zo blij mee. We gaan verder.” Ineens hoorde ik een zachte stem: “Geef maar 100 dollar.” Normaal gesproken doe ik dat niet bij mensen die dakloos zijn, omdat ze het vaak aan drugs of andere verdovende middelen uitgeven. Je kunt het op een andere manier oplossen door bijvoorbeeld een maaltijd te regelen. Nu ik de opdracht kreeg, wilde ik gehoorzamen en haalde ik de eerste twintig dollar uit mijn tas. Ik zei dat God een cadeau voor ze had en gaf de twintig dollar vast, omdat ik de rest nog uit het vakje van mijn tas moest peuteren. De vrouw boog voorover en begon erg hard te huilen. “Ik wil het niet aannemen, ik wil het niet,” zei ze huilend.

“Mevrouw, het is niet van mij, het is de liefde van God voor u en Hij wil u bemoedigen!” Ze nam het aan. “Het is zo moeilijk om dakloos te zijn! Het is zo hard om zo te leven,” ging ze verder. “Ik begrijp het,” was mijn antwoord, omdat ik mee wilde leven, maar besefte meteen dat ik het helemaal niet begreep. Ik had één dag meegemaakt dat een vlucht was vertraagd tijdens een vorige reis en dat ik een dag zonder tandenborstel of schone kleding had gezeten, wat al verre van fijn was, terwijl ik gewoon in een hotel had geslapen en een douche had genomen. Maar deze mensen sliepen buiten, hun nagels waren zwart omrand en hun kleding was vies.

Ik begreep er helemaal niets van! “Nee, nee, ik begrijp het niet, ik begrijp helemaal niet wat u doormaakt,” corrigeerde ik mezelf. Opnieuw begon ze te huilen. ‘U bent zo eerlijk,” zei ze. “Maar Jezus begrijpt u wel. Hij weet wat u doormaakt.” Ze vroeg of ze me een knuffel mocht geven. “Absoluut, dat mag,” zei ik en voegde de daad bij het woord. Ik moedigde ze verder aan om naar de kerk te komen en elkaar lief te hebben.

“Heb in ieder geval elkaar lief, je hebt alleen elkaar, wees daar dan zuinig op.” Dat zouden ze doen. Helaas heb ik ze niet gezien op zondag. Mijn ervaring is dat mensen de drempel van de kerk enorm hoog vinden. Wij kunnen ze het beste meenemen, ze als het ware even aan de hand nemen en zeggen: “Kom maar onder mijn hoede.” Als ze dan twee of drie keer zijn geweest, gaat het ze alleen wel lukken.

Houdt U Casy en Brianda vast Vader, bad ik zachtjes.

Mattheüs 25:35 HSV
Want Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en u hebt Mij gastvrij onthaald

Iedere keer dook hij weer op…

Soms gaan we samen de straat op en soms alleen.

Deze dag was ik samen met mijn man de straat op, maar die was al een tijdje uit beeld.

Geen probleem, want we vinden elkaar later wel weer en zijn dan dubbel effectief.

Een grote groep jongens sprak ik aan. Ze jouwde me uit en lachte spottend om wat ik vertelde. Een jongen leek de hele tijd ongeïnteresseerd op zijn telefoon te kijken en keek me niet een keer aan, maar hij spotte ook niet mee.

Toen ik ze allemaal begon te zegenen, keek hij me een keer aan.

En toen ik vroeg wie de Heer ook wilde uitnodigen in zijn leven, lachten er zeven hard, maar hij begon me na te bidden. Naar beneden kijkend, alsof hij zich schaamde.

Achter deze groep op een trappetje zat een man. Hij keek en luisterde mee met het gesprek, maar toch had ik niet het idee dat ik naar hem toe moest gaan.

Ik liep de stad door en sprak veel mensen aan.

En iedere keer opnieuw dook de man weer op.

Alsof hij me volgde.

‘Heer, raak die man aan met Uw liefde.’ Bad ik.

Hij glimlachte als ik naar hem keek. Het zou me vroeger een ongemakkelijk gevoel hebben bezorgd, maar ik ervaarde enorme vrede. Waarom ik de man niet meteen aansprak kan ik niet uitleggen.

Nadat ik hem ongeveer de 5e keer weer ergens naast me zag, dacht ik.

Oké, nu is het klaar. Nu ga ik die man het evangelie vertellen.

‘Meneer, u volgt mij hé!’ begon ik. ‘Ja, dat klopt,’ was zijn antwoord.

‘U weet al wat ik te vertellen heb nu toch? Want u heeft toch geluisterd naar wat ik vertelde?’

‘Ook dat klopt.’ ‘Weet u mevrouw, mijn zus zegt dat God alleen maar kwaad op mij is door de zonden die ik doe. Dat Hij niets meer met mij te maken zou willen hebben. En dat vind ik moeilijk en het stoot me af. Het lijkt wel of mijn zus zelf een hekel aan mij heeft. En hij begon te vertellen welke zonden het waren. Ik ervaar nooit liefde bij haar als ze met me praat hierover. Denkt u ook dat God mij haat mevrouw?’

Wow, wat een diepte bij deze man. Een diepe nood en gevoel van veroordeling. ‘Meneer, God zegt dingen over zonden. Bijvoorbeeld dat het loon, of het gevolg van de zonden de dood is.’ Er zit dus een gevolg aan.

Maar Jezus kwam niet in de wereld om u te veroordelen, maar om te redden.

En als iemand Mijn woorden hoort en niet gelooft, veroordeel Ik hem niet,  want Ik ben niet gekomen om de wereld te veroordelen, maar om de wereld zalig te maken. Johannus 12:47

‘Mevrouw, u straalde liefde uit en daarom wilde ik alles horen wat u te zeggen had.’

‘Dat ben ik niet hoor meneer, dat is de liefde van Jezus.’ Hij is het die u zo liefheeft, Hij wil u niet naar de dood, maar naar het leven hebben.

Kies wie u gaat dienen. Uzelf met de zonden, of de Heere Jezus, die gestorven is voor die zonden, en u daarvan redt?

Hij koos de Redder die dag.

Zijn gezicht begon te stralen. Van afgeschreven naar aangenomen.

God is zo liefdevol. Hij is de WEG, de Waarheid en het Leven.

Hij schreeuwde, ‘I have a bad spirit’

Nog regelmatig denk ik terug aan die dag in een stad.

Nog niet vaak waren mijn man en ik de straat op geweest voor het evangelie.

Met weinig ervaring, maar een hart voor de zielen waren we op de straat.

Even was mijn man van mij weggelopen toen ik werd opgeschrikt door een man die enorm tekeerging in het engels tegen iedereen. Hij schreeuwde, schold en vloekte, waarna de klodders tuf om je oren vlogen.

Ik ervaarde vrede in mijn hart en ging naast zijn vrouw op het bankje zitten.

Ze zag er zo gebroken uit. En ik vroeg haar of ze wist dat God van haar houdt.

Meteen begon ze te huilen.

Ondertussen zagen we haar man zijn shirt kapot scheuren en zijn schoenen een heel eind weggooien.

‘Heb je het over God?’ schreeuwde hij. ‘God doet niks, ik heb super veel last van een kwade geest, en kom er maar niet vanaf.’ Toen drukte hij de sigaret uit op zijn arm.

De vrouw huilde door en smeekte ‘iets’ te doen. Ik ging verder met het evangelie, en ze nam het aan.

Ze had haar baby moeten afstaan, omdat ze door het gedrag van haar man, hun huis waren verloren en hun werk. En nu dus ook hun kindje. Hartverscheurend.

De man smeekte me. ‘Help me please! I have a bad spirit.’

Man man kwam terug en ik vertelde wat er was gebeurd en dat de man bevrijding nodig had en daarom smeekte.

Dus wij begonnen met hem te praten, maar hij zei dat we niet sterk genoeg waren. Wij moesten met vijf mensen komen, dan waren we sterker dan die geest in hem. Onervaren als we waren, geloofden we het en belde een bevriende broer.

Die begon te lachen en bevrijdde hem, waarna de man hart begon te roepen..

‘ I’m free now, i’m free now!!

Halleluja! De man was vrij.

1 Johannes 4:4 HSV

Lieve kinderen, u bent uit God en u hebt hen overwonnen, want Hij Die in u is, is groter dan hij die in de wereld is.

Zijn vrouw had slangen in haar oren. Oorbel slangen. Ik keek ernaar. Normaal zeg ik er niet gauw wat van, nu wel.

‘U heeft slangen in uw oren. Niet van God.’ zei ik. ‘Ik weet het, was haar antwoord, maar heb niks anders.’

We praten nog een poosje door, over God zoeken en Zijn gerechtigheid. En ineens haalde ze haar oorbellen eruit, en gooide ze in het water.

Vrij.

Johannes 8:36 HSV

Als dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult u werkelijk vrij zijn.

Beide waren vrij.

We gaven ze geld, om nieuwe kleding te kopen en nieuwe oorbellen.

Zodat ze echt nieuw konden beginnen.

Jakobus 2:16-17 HSV

en iemand van u zou tegen hen zeggen: Ga heen in vrede, word warm en word verzadigd, en u zou hun niet geven wat het lichaam nodig heeft, wat voor nut heeft dat dan?

Zo is ook het geloof als het geen werken heeft, in zichzelf dood.