Denkt u dat ik bier mag drinken van God?

Op een dag waren we op straat en brachten het evangelie.

Twee jongens kwamen we tegen met een biertje in hun hand. Ze zagen er redelijk netjes uit en hadden enorme lol samen. De ene jongen met de grootste mond zei: ‘O, mevrouw, ik ben bier aan het drinken, mag dat wel van God?’

Ik glimlachte en begon gewoon het evangelie te delen.

De jongens geloofden het.
Ze geloofden dat Jezus de Zoon van God is, en dat Hij ook voor hun zonden was gestorven aan het kruis.
Beiden namen Jezus aan.

Ik vertelde hen erna meer over een relatie met God.

Ik legde ze uit dat wanneer we een liefdesrelatie met iemand hier op aarde hebben, we het juiste voor die ander willen doen, omdat we van diegene houden en de relatie geen schade willen doen.
Wanneer we alleen maar bezig zijn met dat mag niet, en dat mag wel, wordt het een verstikkend gevoel.

God zegt niet dat we niet mogen drinken (al drink ik zelf niet) maar dat we niet dronken moeten zijn, omdat daar losbandigheid is, en daar gaat het vaak mis, waardoor er schade komt. Je grenzen vervagen door alcohol.

Dat erkende ze al lachend.

En wordt niet dronken van wijn, waarin losbandigheid is, maar wordt vervuld met de Geest, Efeze 5:18

God wil niet dat er iets tussen Hem en jou in komt te staan, legde ik de jongens uit. Hij wil dichtbij zijn.
De jongens begrepen het en het veranderde hun blik op God.
God wil een relatie met ons, geen religie.

Later sprak ik een andere man. Deze man vertelde dat hij nooit meer naar de kerk ging, omdat zijn vader hem had gezegd dat je zelfs geloven kon op de wc. ‘Dus haha, lachte hij. Ik doe het gewoon zo, en ja, als er echt iets is, doe ik echt wel een schietgebedje hoor.’

‘Wauw’, zei ik. ‘Meneer, ik ben zelf bijna 24 jaar getrouwd en…’ ‘Ik 50!’ onderbrak hij mij meteen. Bijna 50 jaar getrouwd. ‘Super! En als u nu met uw vrouw een relatie had gehad, zoals u het met God nu hebt,’ vroeg ik. ‘Zou u dan nu nog getrouwd zijn geweest? Dus u roept haar alleen als u een nood heeft?’
‘Nee, dat weet ik wel zeker van niet, antwoordde hij.

God wil een relatie uit liefde met u. Hij zegt nader tot Mij, en ik zal tot jou naderen. Hij is geen inbreker, maar Hij wacht tot we komen.

Nader tot God, en Hij zal tot u naderen. Reinig de handen, zondaars, en zuiver de harten, dubbelhartigen! Jacobus 4:8

God wil geen dubbel hart.
Hij wil je hele hart.
Niet alleen aan de buiten kant alles netjes opgepoetst en je hart vol ongeloof.

Mijn zoon, geef mij je hart, en laten je ogen behagen scheppen in mijn wegen. Spreuken 23:26

Vanuit de liefde van God, kunnen we terug liefhebben.
Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft.
1 Johannes 4:19

Meneer, wanneer u vanuit Zijn liefde gaat leven, wil u geen verkeerde dingen meer doen. Dan zoekt u het goede voor die ander.

Dat wens ik toe. Ga Hem echt zelf zoeken. Niet alleen wat u van Hem kan krijgen als u nood heeft, maar de liefdes relatie van de Vader.

Blij ging hij weg.

Wij waren al een paar dagen aan het vechten…

Er was een business dag van Revive toen ik in de rij stond voor het damestoilet.
Nergens zijn zulke lange rijen als daar.
Het leuke daarvan is dat je altijd wel een kletspraatje met iemand kan aangaan.

Ik hou van business en het evangelie.


Ik geloof dat mensen uit de business een groter bereik hebben dan de gemiddelde persoon. Dus als het evangelie door de business heen gaat stromen.
Door de ondernemer heen gaat stromen.
Hoe snel zal dit land dan bereikt worden?

Achter mij stond Lianne die ik herkende als een ondernemer die, die dag zou gaan spreken.

‘He, jouw getuigenis had ik gelezen, leuk!’ begon ik.
‘Deel je het evangelie al op je werkplek?’ Vroeg ik haar en nodigde haar meteen uit om eens mee te gaan de straat op.

We wisselden nummers uit en op een zaterdag was het zover.
Ze had een wereldreis gemaakt naar Amsterdam, maar was enthousiast om mee te gaan.

Toen we wat mensen tot Jezus hadden geleid en velen zaadjes hadden gezaaid, kwamen we een stel tegen.
Engelssprekende mensen.
Luxe gekleed, licht getint, dikke zonnebril op en goedlachs.

Samen gingen ze het gebed meebidden.
De vrouw begon het uit te jubelen hoe geweldig het was.
Hoe nodig ze dit hadden, omdat ze al een paar dagen aan het vechten waren samen.

Ze vroeg haar partner: ‘Ga je me nu ten huwelijk vragen?’

Zo mooi hoe God werkt. Meteen kwam haar verlangen boven.
‘Ah meneer’, zei ik. ‘Ze wil graag dat u haar ten huwelijk vraagt.’
Hij lachte.

Ik begon hen uit te leggen dat Jezus straks terugkomt voor Zijn bruid en niet voor Zijn vriendin.
Dat het huwelijk hier op aarde daar een beeld van is.
Een beeld van Christus met Zijn bruid. Hoe Hij zichzelf voor die bruid heeft overgegeven.

Dat een drievoudig snoer (een vlecht) niet snel wordt gebroken.
Samen als man en vrouw met God erbij ben je veel sterker.
Bij een vlecht zie je er ook maar twee, maar de derde loopt erdoorheen.
Dat is net als bij God.
We zien alleen man en vrouw, maar God loopt erdoorheen en houdt de boel vast.

En als iemand de één overweldigt, zullen die twee tegen hem standhouden. Een drievoudig snoer wordt niet snel gebroken.
Prediker 4:12

Ze vonden het prachtig en gingen erover nadenken.

Ik noemde een naam en dacht dat ik de juiste naam van de man zei.
Hij schrok! ‘Hoe weet je de naam van mijn zoon?’ vroeg hij. ‘Dit is echt bizar,’ ging hij verder.
Ik zei iets ‘verkeerd.’
Maar het bijzondere was, dat het deze mensen extra bemoedigde.

Deze mensen zullen vanaf vandaag nooit meer hetzelfde zijn.

Ik ga naar de hemel, want ik heb een nieuw hart…

Zoals elke dag ging ik mijn rondje wandelen door het dorp, gewoon in mijn eentje met de Heer.

Ik kwam een mevrouw tegen en besloot haar aan te spreken.

‘Mevrouw, heeft iemand u weleens verteld dat God van u houdt?’ begon ik mijn gebruikelijke zin.

Ze schrok zichtbaar en reageerde afwerend.

‘Hoezo vertel je mij dit?’

Ik glimlachte naar haar. Aan haar kleding had ik wel gezien dat ze gewend was om naar de kerk te gaan. Of ze moest in de rouw zijn, dat kon ook.

‘Omdat dit het belangrijkste nieuws toch is, mevrouw?’ reageerde ik.

‘De Bijbel zegt dat we allen gezondigd hebben en de nabijheid van God missen en dat het loon (gevolg) van de zonde, de dood is, maar de genade van God is eeuwig leven door het offer van Jezus Christus. Dat moet toch verteld worden?’

Ze begon tegen te werpen dat het niet voor iedereen was en dat ze er heel anders over dacht. En keek me achterdochtig aan.

Ik vertelde haar dat dit klopte.

We moeten het offer van Jezus aannemen. En dat doet niet iedereen.

Ik citeerde het Woord aan haar. ‘Dat de Bijbel zegt in

Johannes 1:12 

‘Maar allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven.’

‘Ja, de Bijbel’ reageerde ze geïrriteerd, dat geloof ik gewoon niet.’

Ik was geschokt. ‘Gelooft u niet wat er in de Bijbel staat?’

‘Nee, ja, nou ja, dat wel, maar niet zo. Maar ik moet nu gaan.’

Ik voelde verdriet voor deze mevrouw. Haar hele leven had ze al in de kerk doorgebracht zonder zeker te weten dat Jezus ook haar had gered van de eeuwige dood.

Er moest nog van alles gebeuren, zei ze.

‘En Jezus riep een kind bij Zich en zette dat in hun midden.

En Hij zei: Voorwaar, Ik zeg u: Als u zich niet verandert en wordt als de kinderen, zult u het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnengaan.

Wie zich dan zal vernederen als dit kind, die is de belangrijkste in het Koninkrijk der hemelen.’ Mattheüs 18:3-4

We moeten worden als de kinderen. Kinderen kunnen zich blijkbaar gewoon vernederen. En zeggen… Ik weet het niet, ik kan het niet, maar ik geloof het wel en neem het aan.

Ze geloven wat we zeggen. Als we ze een cadeau geven, pakken ze het gewoon aan.

Dan komen er niet allerlei voorwaarden.

‘Ik moet eerst nog handen krijgen om het cadeau aan te pakken.’

‘Ik weet niet zeker of ik het cadeau wel echt wil.’

‘Er moet eerst nog een werk in mij gebeuren.’

‘Ik weet niet zeker of ik wel uitgekozen ben, om dit cadeau aan te nemen.’

Daarna kwam ik een paar jonge kinderen tegen, ongeveer tien jaar oud.

Een tijd lang twijfelde ik of het wel de bedoeling was om het tegen jonge kinderen te vertellen. Stel dat hun ouders het er niet mee eens zijn?

We maken mee dat kinderen heel graag willen luisteren naar dit geweldige nieuws, maar dat ze weg getrokken worden door papa of mama.

Maar alle troep van de wereld mogen ze wel horen.

Dus ik heb besloten dat deze kinderen het moeten horen.

Jezus gaf verschillende keren aan hoe belangrijk de kinderen zijn.

Lucas 18:15-17 Herziene Statenvertaling (HSV)

En zij brachten ook de jonge kinderen bij Hem, opdat Hij die zou aanraken. En toen de discipelen dat zagen, bestraften ze hen. Jezus echter riep die kinderen tot Zich en zei: Laat de kinderen tot Mij komen en verhinder hen niet, want voor zodanigen is het Koninkrijk van God. Voorwaar zeg Ik u: Wie het Koninkrijk van God niet ontvangt als een kind, zal daarin beslist niet binnengaan.

Als we niet WORDEN als de kinderen, kunnen we het koninkrijk van God niet in gaan.

Wauw. We moeten gewoon alles wat we weten afleggen. En als een kind aannemen.

Ik kwam dus die twee kinderen tegen.

‘He kids!’ En vertelde ze het evangelie.

Beiden keken enorm blij, maar één van de twee wist niet zeker of ze naar de hemel zou gaan. Ze hield wel van Jezus.

Stellig zei de ander, ik wel! Ik weet zeker dat ik naar de hemel ga.’

Wauw! Waardoor weet je dat zo zeker? Vroeg ik.

Omdat ik een nieuw hart heb. Ik heb Jezus in mijn hart.

Dit was het geloof van een kind. Puur, eerlijk en oprecht.

Ik heb een nieuw hart. En ik ben dus gered.

Halleluja.

Als je niet wordt als deze kinderen zei Jezus, kun je het koninkrijk niet ingaan.

Vertel ze over Mij…

Op een dag had ik onze jongste zoon naar een jeugdavond gebracht in Amsterdam.

Ontspannen zat ik het Woord te lezen in de auto.
Iemand had gevraagd of ik op hun bruiloft kort iets uit het Woord wilde delen, en erna zou danken.
Ik hou ervan om uit het Woord te delen.

Ik was een beetje aan het kletsen met de Heer, alsof Hij naast me in de auto zat. Gewoon vriendschappelijk.

Ik hoorde hoe een auto achter mijn auto stopte en een stel luidruchtige mannen uitstapte.
Ongemerkt drukte ik op het ‘slot’ knopje, omdat ik me een beetje onbehaaglijk voelde.
Het was een rustig straatje naast water en ik zat daar tenslotte alleen.

En toen de rustige zachte stem… ‘Vertel ze over Mij!’
‘Eh, Heer, ik zit hier alleen en het zijn drie mannen.’

Allerlei gedachten werden er op me afgevuurd.

‘Jij bent niet alleen!’ Het antwoord van de Heer kwam direct op mijn tegenwerping dat ik alleen was. ‘Jij bent niet alleen!’

Wat Hij heeft gezegd: Ik zal u geenszins begeven, Ik zal u geenszins verlaten. Daarom kunnen wij met vertrouwen zeggen: De Here is mij een helper, ik zal niet vrezen; wat zou een mens mij doen?
Hebreeën 13:5-6

‘Oké Heer, Ik ga.’ En stapte wat onzeker de auto uit.

Achter de auto stonden drie mannen. Eén met een capuchon op zijn hoofd, die vooral naar de grond staarde.
Eén met een trainingspak aan en goud in zijn mond en om zijn nek en gekleurde plaatjes overal waar huid te zien was.
En een die wat neutraal was. Niets opvallends aan zeg maar.

‘Mannen, heeft iemand jullie weleens verteld dat God van jullie houdt en een geweldig plan heeft voor jullie leven?’ Startte ik het gesprek.

De man met de capuchon ging de grond nog beter bestuderen en sprak geen woord.

De man die er het meest neutraal uitzag, zei: ‘Je moet hem hebben, hij wil dit wel. Hij is al langer naar dit op zoek. Zelf ben ik moslim en wil ik het niet, maar hij wel.’ En wees naar zijn met goud behangen vriend.

De vriend grijnsde me aan en zei: ‘Ja, mevrouw, ik wil dat weten.’

Dus ik begon het evangelie aan hem uit te leggen.
Hij werd zo enorm blij. En bad het gebed met mij mee.

Lieve Heere Jezus, kom in mijn hart,
Vergeef u mijn zonden, was en reinig mij en maak mij vrij.
En zo verder.

‘Wauw mevrouw, dit had ik echt nodig!’

Ik vertelde hem dat hij nu nooit meer alleen zou zijn. Dat het belangrijk was om samen met de Heer een relatie te bouwen door tijd met Hem door te brengen.
Zodat Hij God beter kon leren kennen.
En vertelde Hem dat God altijd via Zijn woord en Geest tot ons sprak.
En haalde een bijbel uit mijn auto voor hem.

Deze man zou nooit meer dezelfde zijn.
Halleluja.

De HEERE is allen nabij die Hem aanroepen, allen die Hem in waarheid aanroepen. Hij vervult het verlangen van wie Hem vrezen, Hij hoort hun hulpgeroep en verlost hen.
Psalm 145:18-19

Meer zielen, Heer!

Voordat we een lekker dagje gingen varen in Den Haag met Hemelvaartsdag, liep ik een rondje door het dorp.

Ik genoot van elke geur die voorbij kwam en vertelde de Heer hoe dankbaar ik was voor alles wat Hij gemaakt had.

Ik had die ochtend al wat mensen het goede nieuws kunnen vertellen, maar ik ervaarde onvrede in mijn hart. Onvrede over hoe weinig ik nog kon doen in het Koninkrijk van God.

Ik wil dat mijn leven telt voor de eeuwigheid. Dat mensen gered worden.

We moeten allen aan God straks verantwoorden wat we gedaan hebben.

Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, opdat ieder vergelding ontvangt voor wat hij door middel van zijn lichaam gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad. 2 Kor 5:10

‘Meer zielen, Heer, meer zielen.’ bad ik.

Even later kwam ik een vrouw tegen met een pitbull. En ik begon met haar het evangelie te delen. Ze begon te lachen en zei… ‘Ik heb het hele jaar echt in zonden geleefd en ben net twee weken mijn leven aan het omgooien, het moet echt anders, en nu kom jij met dat verhaal. Ik weet dat ik hulp nodig heb en wil echt Jezus in mijn leven.’

Halleluja.

Toen een andere man. Hij zat nog in zijn auto toen ik aankwam lopen.

‘Heer, als hij meteen uitstapt, spreek ik hem aan.’ Bad ik.

Hij stapte meteen uit…

‘Meneer, heeft iemand u weleens verteld dat God van u houdt en een geweldig plan heeft voor uw leven?’

‘NOOIT’, joelde hij vrolijk. ‘Ondanks dat ik al mijn hele leven naar de kerk ga.

‘En zou u zeker weten dat u naar de hemel gaat?’ Ging ik verder. ‘Ik denk het wel hoor, want mijn vader wacht daar op mij.’

‘Maar wat bijzonder dat u mij dit nu vertelt, want mevrouw, gisteravond kon ik niet slapen, ik was zo onrustig. En weet u wat ik deed? Ik heb de bijbel naast mijn hoofd gelegd en viel toen in slaap. Bijzonder hé.. En dan nu deze boodschap, geweldig!’

Weet u meneer, de Bijbel zegt we hebben allen gezondigd en missen de nabijheid van God… Dat erkende hij. Hij had gezondigd en een Redder nodig.

Hierna nodigde hij de Heere Jezus uit in zijn hart.

Nooit meer dezelfde…

Hij was zo blij! ‘Mevrouw, ik ken u niet, maar geef u gewoon een knuffel,’ en hij hing vervolgens om mijn nek.

Hij had de liefde van de Heer ervaren en uitte dat.

God is zo goed.

Handelingen 20:24 

Maar ik maak mij nergens zorgen over, en ook acht ik mijn leven niet kostbaar voor mijzelf, opdat ik mijn loop met blijdschap mag volbrengen, evenals de bediening die ik van de Heere Jezus ontvangen heb om te getuigen van het Evangelie van Gods genade.

We zijn met niets deze wereld in gekomen, en we zullen er met niets uit gaan.

Alleen zielen (andere mensen) kunnen we meenemen.

Amen…

Wil jij een boekje ontvangen met meer verhalen?

Stuur me dan een berichtje met je adres.

AnneliesvanWalsem@gmail.com