Met knikkende knieën

Een paar weken waren ze weggeweest. Samen op zakenreis naar China. Vader en zoon. Samen met onze aanstaande schoondochter ging ik de mannen weer ophalen van de luchthaven. Beiden in spanning om de mannen weer in onze armen te kunnen sluiten. Twaalf dagen waren ze weggeweest. We hadden ze gemist. Gezellig kletsten we over van alles en nog wat, toen we besloten er gewoon een bakkie koffie bij te gaan halen.

Bij de eerstvolgende benzinepomp reden we de afrit af en parkeerden de auto. Het was een lekker zonnig dagje en er stonden zeven motoren op de parkeerplaats.

Harley-Davidsons… Stoere mannen met leren hesjes. Een seconde twijfelde ik en bedacht dat ze het moesten horen. Horen dat God van ze houdt, dat Hij een goed plan voor hun leven heeft. Ik liep de groep in en ging in het midden staan. Spanning gierde door mijn lijf, maar ik moest het ze vertellen. Ze keken me verbaasd aan en twee trokken zich grinnikend terug. De anderen luisterden aandachtig.

Hun hoofd gebogen naar de grond. De derde zei dat het niks voor hem was en stapte ook achteruit. De Bijbel zegt dat we allemaal gezondigd hebben en daardoor Zijn nabijheid missen. Zonden brengen scheiding tussen Hem en ons, ging ik verder. Maar door Zijn genade kan die scheiding opgelost worden. God gaf Zijn Zoon Jezus, Die voor jullie en voor mij aan het kruis ging om te betalen voor onze zonden. En de Bijbel zegt: als je in Hem gelooft, zal je eeuwig leven hebben. Als je Hem aanroept, zal je worden gered. Zouden jullie dat willen? Dat je wordt gered van al je fouten en zonden? Allemaal zouden ze dat wel willen…

Maar toen ik ze aanbood samen te bidden, zeiden de meesten toch nee. Eén man… Eén man begon mee te bidden. Hardop tussen zijn maten. Hij begon te stralen. En ik straalde nog harder, denk ik. Het is zo’n vreugde wanneer een zondaar zich bekeert, zegt de Bijbel, en elke keer ervaar ik dat weer. Ik kan dan wel juichen!! God, dank U wel!! U raakte opnieuw een hart aan. Overtuigde de man. Hallelujaaaaa, Vader!! We liepen weg en ineens besefte ik hoe ik beefde. Mijn benen trilden en ik ervaarde ineens de spanning in mijn lijf. Maar het maakt niet uit. Zelfs Paulus vertelde het met vrees en veel beven, maar hij ging… En ik wil ook gaan, met trillende benen of niet. Maakt niet uit. En ik, broeders, toen ik bij u kwam, ben niet gekomen om u met voortreffelijkheid van woorden of van wijsheid het getuigenis van God te verkondigen, want ik had mij voorgenomen niets anders onder u te weten dan Jezus Christus, en Die gekruisigd. En ik was bij u in zwakheid, met vrees en veel beven. En mijn spreken en mijn prediking bestonden niet in overtuigende woorden van menselijke wijsheid, maar in het betonen van geest en kracht, opdat uw geloof niet zou bestaan in wijsheid van mensen, maar in kracht van God. 1 Korinthe 2:1-5 HSV

2 keer geen pakket…

Aan het einde van de dag kwam nog een telefoontje van een klant.
“Annelies, ik heb die spullen echt nodig, maar jullie hebben het pakket twee keer naar mij gestuurd en het komt gewoon niet aan.
Al twee keer is het teruggegaan door de verzender, en nu krijg ik een uitleverprobleem, want ik moet de spullen gaan monteren,” aldus onze klant.
Het pakket was nog onderweg en ik kon het dus niet meteen weer verzenden.
Wat doe je dan? Het enige wat misschien nog een optie was, was ophalen.
Maar om nou de man een uur te laten rijden, terwijl het er had moeten zijn, vond ik wel lastig.

Toch moest ik iets proberen, dus ik stelde voor het nog een derde keer op te sturen naar een ander adres, of hij kon het bij ons afhalen.
Dit werd het laatste. De volgende morgen zou de klant er om 7 uur staan om zijn pakketje op te halen, zodat hij aan de slag kon.
Meteen ging het door mijn hoofd: dan komt hij niet voor niets.
Maar ook tegelijk een irritant stemmetje dat zei: dus het is 2 keer niet goed gegaan en nu wil je hem ook nog het evangelie gaan vertellen terwijl hij een uur naar je toe komt rijden.
Denk je echt dat hij daar blij van wordt?

Maar ja, dat stemmetje kun je gewoon het zwijgen opleggen, en dat deed ik dan ook.
De man kwam aan en ik gaf hem zijn pakketje.
Alstublieft meneer, nogmaals excuus voor deze moeite.
Geeft niks hoor, zei hij vol genade.
Ik gaf hem koffie en begon mijn gesprekje…
Naast de koffie heb ik ook nog heel goed nieuws.
Nieuwsgierig keek hij me aan en ik begon het evangelie te delen.
Nadat hij dit vol blijdschap aannam, zei hij…
Misschien heeft dit toch zo moeten zijn.
Dank U HEER!

‘Wat moet ik doen?’

Het was een prachtige zonnige en frisse dag in Amsterdam. Zoals vaker waren we weer met een leger aan mensen de straat op. Mensen die allemaal het verlangen hadden om anderen te vertellen dat Jezus leeft. Dat God Zichzelf verzoend heeft met de mensen door Jezus Christus. Dat ze dat alleen nog wel aan moeten nemen, wat een goed nieuws! (2 Kor. 5) Sommige mensen wat gespannen, omdat ze voor het eerst waren, maar doordat ze mee waren met een ervaren trainer, hadden ze er vertrouwen in.

Ik liep even alleen. Had de groep aangevuurd voor die dag en liep vol goede moed de straten door en sprak veel mensen aan.
Toen ineens een bijzonder stel op mijn pad kwam. Een vrouw met een paars gewaad en hindoeïstische achtergrond, en haar Nederlandse man.
De man afwerend en de vrouw hongerig.

Ik stelde hen de vraag: ‘Heeft iemand jullie weleens verteld dat God van jullie houdt en een geweldig plan voor jullie leven heeft?’
De man zuchtte zichtbaar en reageerde geïrriteerd: ‘Vast wel, maar het hoeft verder niet hoor, ik ben atheïst.’
De vrouw lachte om hem en zei: ‘Ik wil het horen, dus vertel…’
Dus ik begon te vertellen dat God van ons houdt, een geweldig plan met ons leven heeft, maar dat we allen zonde hebben gedaan en dit scheiding brengt tussen God en ons, en dat Jezus kwam om de scheiding op te heffen,
Om mensen te verzoenen met God.
“Oke,” reageerde de vrouw helemaal enthousiast, “en wat moet ik dan nu doen hiervoor? Moet ik met je mee naar huis? Gaan we naar de kerk? Wat gaan we dan nu doen om daar te komen?”
Dus ik vertelde haar dat ze Jezus kon aannemen om een kind van God te worden.
Maar allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven. Joh. 1:12
‘Dat wil ik!’ riep ze uit. ‘Hoe gaan we dat doen?’

Dus samen baden we: Heere Jezus, komt U in mijn hart en vergeef me mijn zonden. Ik geloof dat U de Zoon van God bent en uit de dood bent opgestaan… Enz.
Helemaal blij gaf ze me een knuffel.
Haar man stond haar vertwijfeld aan te kijken en zei: “Oké. Als jij hier blij van wordt, moet je dat doen.”

Ik nodigde beide uit voor de kerk en zei: De relatie met God is de belangrijkste, maar komt u een keertje in de kerk kijken? Niemand bindt u vast, dus u kunt er zo weer in en uit lopen, zei ik erachteraan.
Nou, zei de vrouw, dat wil ik wel.
Maar hem kunt u beter wel vastbinden, anders komt hij niet.
Samen lachten we en vol blijdschap gingen we allen onze weg weer, nadat ik ze nog wat meer had uitgelegd en een Bijbel had mee gegeven.

Niet alleen een kabel werd omgeruild

Het was een gewone en drukke werkdag toen een klant belde. “Mevrouw, ik heb de verkeerde waslijn besteld, zou ik die kunnen omruilen?” “Ja hoor meneer, dat kan wel,” hoor ik mezelf zeggen. Meteen denk bij mijzelf: wat zeg ik nu?

Omruilen is helemaal niet handig en kost veel tijd, dus normaal zeg ik altijd om het gewoon terug te sturen en een nieuwe bestelling te plaatsen. Nou ja, niks aan te doen, denk ik nog, en ga weer door. Twee dagen later staat de man op de stoep met het pakketje en komt vrolijk mijn kantoor in. “Ik had u gebeld met de vraag of het omgeruild kon worden, en dat kon zei u.”

Ik dacht: oh ja, dat kan er nog wel even bij in deze drukte, maar wist meteen dat dit niet voor niets was en vroeg hem lekker te gaan zitten en bood koffie aan. Ik ging weer zitten en vroeg of hij ver moest rijden. “Twee uur,” was zijn antwoord. “Twee uur meneer? Heeft u twee uur hiervoor gereden?”
“Ja, klopt. Mijn vrouw wilde graag een nieuwe waslijn en ik heb toch tijd zat. Dus ik rijd gewoon rustig aan naar de Betuwe. Ik ben namelijk ziek.”

“Oh, hopelijk niet ernstig meneer?”
“Ja, het is wel ernstig. Ik heb drie soorten leukemie, ze kunnen niets meer voor me doen en ik ben dus terminaal. Het kan een paar weken of een paar maanden duren, of zelfs dagen, dat kan ook.”
“Wow, zo heftig meneer. Dat moet heel moeilijk voor u en uw familie zijn.”
“Voor mijn familie misschien meer dan voor mij,” antwoordde hij. “Ik heb een prima leven gehad.”
“Dat is mooi meneer, weet u ook dat God van u houdt en een mooi plan voor uw leven heeft?” vraag ik dan vaak, maar het mooie plan liet ik even achterwege. Niet omdat het de waarheid niet is, maar omdat het cru voelde.

Hij had het weleens gehoord en was katholiek opgevoed, maar had het gelaten. “Ik hoop wel dat ik daar met mijn gezin naar de hemel ga,” zei hij.
Ik begon hem te vertellen: “Weet u meneer, de Bijbel zegt dat we allen zonden hebben gedaan…”
Ja, dat wist hij.
Ik vertelde het evangelie uitgebreid en zei hem een zegen mee te willen geven voordat hij naar huis ging.
Dat mocht.

Na de zegen stelde ik de vraag of hij met zijn hart geloofde en met zijn mond wilde belijden:
“Als u met uw mond de Heere Jezus belijdt en met uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u zalig worden. Want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot zaligheid.” Rom. 10:9
Dat deed hij. Hallelujaaa.

Hij kwam twee uur rijden om iets om te ruilen wat ik normaal niet doe.
Maar hij ruilde niet alleen zijn kabel, maar ook zijn hart.

“En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwe geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlezen hart geven.” Ez. 36:26

Ik vroeg de gids of ik misschien wat mocht vertellen…

Op zaterdag was ik onderweg naar Amsterdam. en dag waarop ik het team zou aanvuren, voordat we de straat op zouden gaan om het allerbeste nieuws te brengen. Tijdens mijn reistijd zocht ik de Heer in worship en gebed. Ik vraag Hem altijd of Hij de weg wil voorbereiden en harten wil voorbereiden, zodat wij alleen maar hoeven te wandelen in wat Hij al heeft voorbereid. Het is tenslotte Zijn wil dat niemand verloren gaat en dat allen tot bekering komen.

Net voor de deur kwam er een groep van twaalf mensen aan, onder leiding van een gids. De gids draagt verantwoordelijkheid, dus ik stapte op hem af en vroeg: “Zou ik iets over de liefde van God tegen uw groep mogen vertellen?” “Natuurlijk!” riep hij bijna juichend. Ik dacht direct: die moet wel christen zijn. Dat bleek niet zo te zijn.

Ik deelde het evangelie. En toen gebeurde het: ook de gids ging mee bidden. Van de hele groep baden elf mensen het gebed hardop mee. Halleluja! Als één stem klonk het door de straten: “Lieve Heere Jezus, kom in mijn hart!”
Ik was zo blij. Lang geleden had ik eerder een gids zover gekregen dat ik het evangelie mocht delen tegen de groep, maar al zo vaak had ik een nee gehad. Maar deze gids zijn hart was klaar gemaakt. Blij vervolgden zij hun weg.

En nog vóórdat ik naar binnen ging, had God mijn gebed verhoord, en waren het geen tien mensen, maar zelfs elf. God is zo trouw. Wanneer wij uitstappen in gehoorzaamheid, stapt Hij in met kracht. Wij overtuigen niemand — Hij overtuigt.

Ga jij een keer mee? Die dag gingen we met 75 mensen de straat op.
Twintig werden getraind.
Samen mochten we 844 mensen tot Jezus brengen, en nog veel meer hoorden het evangelie.
De één zaait.
De ander watert.
Maar God geeft de groei.