Het was alsof ze wachtten op het goede nieuws.

Er kwam een mail vanuit een woonplaats in het midden van het land. ‘We hebben een filmpje van je gezien over ‘Kies nu het leven.’ Het sprak ons aan, en we begrepen dat je ook regelmatig de straat op gaat…’

Ik was verrast.

‘Zou jij een keer met ons mee willen de straat op? We zijn met een klein team normaal. Er zal een markt zijn en we kunnen veel mensen bereiken.’

Ik keek mijn man aan en hij grijnsde. ‘Vind je leuk hé?’ zei hij. ‘Zeker weten’ antwoordde ik.

Mijn hart brandt voor het evangelie. We hebben de allerbeste boodschap die je maar bedenken kan. Een boodschap van redding. God wil dat niemand verloren gaat!

God was het namelijk die in Christus de wereld met Zichzelf verzoende, en aan hen hun overtredingen niet toerekende; en Hij heeft het woord van de verzoening in ons gelegd. Wij zijn dan gezanten van Christus, alsof God Zelf door ons smeekt. Namens Christus smeken wij u: laat u met God verzoenen. Want Hem Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid van God in Hem. 2 Korinthe 5: 19-21

God was het die Zichzelf met de wereld verzoende. Dit is verleden tijd. Hij heeft dit gedaan door Jezus Christus aan het kruis. En daar riep Jezus: ‘Het is volbracht’ Halleluja! Dat is de boodschap die wij hebben.

We besloten de straat mee op te gaan in het mooie stadje. We ontmoeten drie vurige evangelisten in een buurthuis, waarna we met twee van de drie de straat opgingen en 20 mensen tot Jezus zagen komen die dag. Een prachtige oogst.

Opnieuw geboren.

We wilden meteen erna naar huis, maar kregen het nog op ons hart, nog even het buurthuis in te gaan voor een bakkie koffie. Daar zaten Sylvie en Mike met nog andere mensen gezellig te kletsen. Eigenlijk wilden Mike en Sylvie ze die dag niet naar het buurthuis gaan. Op het laatst besloten ze om toch te gaan.

‘Komen jullie hiervandaan?’, was de vraag die ons werd gesteld. ‘Nee, wij komen uit Opheusden en zijn hier gekomen om met wat anderen de mensen over Jezus te vertellen op de straat.’ Ze lachten wat en keken elkaar aan. En ik stelde ze de vraag of zij Jezus al in hun hart hadden. ‘Nee, maar dat wil ik wel’, zei Sylvie. Waarna we samen een gebed hebben gebeden en we allen in diep ontzag waren voor onze Heer. Erna nodigde ook Mike Jezus uit in zijn hart.

Maar allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in Zijn naam geloven. Johannes 1:12

Die middag zijn Sylvie en Mike opnieuw geboren. En dat schreef Sylvie ook op Instagram. ‘Vandaag ben ik opnieuw geboren.’ De Heer heeft een honger en een dorst in hen gelegd en gaat door met Zijn werk. De volgende maand zullen ze worden gedoopt en ze zien er naar uit hun oude leven volledig af te leggen. Die dag namen ze het evangelie aan, waar ze ongemerkt al lange tijd naar op zoek waren. Zelfs als jong meisje had ze al gezocht naar God en wilde christen worden. Maar door omstandigheden werd dit geroofd.

‘We zijn nooit meer alleen en kunnen alles doen met Zijn kracht en hulp’, schreef Sylvie laatst. ‘Ik heb zo’n honger naar alles van God.’

Iedere keer opnieuw raakt het mij wanneer mensen tot geloof komen. De liefde van God voor ieder mens. De bijbel zegt dat er feest in de hemel is wanneer een zondaar zich bekeert.

Halleluja!! God is goed.

Dank U Heer, dat U het goede werk in hen begonnen bent en het zal afmaken. Dat U het zal leren, de weg die ze moeten gaan. Dat Uw oog op hen zal zijn. Dat U ze nooit zal begeven of verlaten en Uw Vrede nimmermeer van hen wijkt. Dank U dat U een honger in ze gelegd heeft. En dat U al wie hongeren en dorsten naar Uw gerechtigheid, zal verzadigen. Amen.

Laat de kinderen tot Mij komen.

‘Wilt u misschien stroopwafels kopen?’ Drie meisjes stonden voor mijn deur en keken me met z’n drieën vragend aan. Ik heb stiekem een beetje een hekel aan verkoop aan de deur. Contant geld moet overal worden gezocht, omdat ik dat meestal niet in huis heb. Maar de meisjes gewoon wegsturen wilde ik ook niet. Dus mijn antwoord was: ‘Tuurlijk meiden, doe er maar drie.’ Glunderend gaven ze de pakjes en mijn zoektocht naar geld begon in het huis. Uiteindelijk had ik het bij elkaar gesprokkeld en keerde terug naar de geduldige meisjes aan de deur.

Ik begon een gezellig praatje met ze. Vroeg ze waar ze vandaan kwamen en of ze familie van elkaar waren. Het bleken zusjes te zijn uit een groot gezin. Ik vroeg ze, of ze de Heere Jezus misschien al kenden. ‘Ja, hoor die kennen we zeker!’ ‘Mijn moeder is ook bekeerd.’ zei de oudste. ‘Sinds ze bekeerd is, doet ze geen oorbellen meer in. Dat mag niet van God, meenden ze.

Ik begon ze te vertellen wie de Heere Jezus is en ze beaamde mijn verhaal. Ook vertelde ik ze dat ik regelmatig de straat op ga om mensen te vertellen over de Heere Jezus en dat Hij is gekomen om de mensen te redden. Hij kwam, vertelde ik, om te zoeken en te redden wat verloren is. En dat dit soms mensen zijn die helemaal onder de tatoeages zitten en heel veel oorbellen hebben. De jongste keek me bedachtzaam aan en vroeg; ‘Wat zijn dat, tatoeages?’ ‘Nou,’ berichtte haar oudere zus, ‘dat zijn plakplaatjes van de Albert Heijn, die je er niet meer af krijgt.’

Ik vertelde verder dat ook deze mensen op straat ook liefde kregen van en voor de Heere Jezus. ‘Ja,’ zei oudste zus weer, ‘het maakt niet uit hoe je eruit ziet!’

‘Houden jullie van de Heere Jezus?’ vroeg ik. ‘Heeeel veel’ was hun antwoord. ‘Maar, we moeten nog wel bekeerd worden.’

Ik was verdrietig na dit gesprekje. Niet omdat de meisjes zoveel van de Heere Jezus houden uiteraard, maar om het feit dat dit volgens het onderwijs wat ze krijgen niet genoeg is om een kind van God te zijn.

Je moet tenslotte eerst nog bekeerd worden.

Ik huilde het uit bij de Heer. ‘Heer, hoe kan het, dat ze Uw woord zo moeilijk hebben gemaakt?’ Breng die kinderen maar Heer, laat ze maar komen aan de deur met wat dan ook, ik wil ze wel vertellen wie U bent.

Jezus zegent de kinderen in Markus 10:13-16 ‘En ze brachten kinderen bij Hem, opdat Hij hen zou aanraken, maar de discipelen bestraften degenen die hen bij Hem brachten. Maar toen Jezus dat zag, nam Hij het hun zeer kwalijk en zei tegen hen: Laat de kinderen bij Mij komen en verhinder hen niet, want voor zodanigen is het Koninkrijk van God. Voorwaar ik zeg u: wie het Koninkrijk van God niet ontvangt als een kind, zal het beslist niet ingaan. En Hij omarmde hen, legde de handen op hen en zegende hen.

Wauw! Jezus omarmde de kinderen. Wat een Liefde! Hij gaf de kinderen als voorbeeld om tot Hem te komen. Een kind neemt gewoon aan wat hij hoort. En Hij nam het de discipelen zelfs zeer kwalijk dat ze de kinderen weg wilden houden. Hij omarmde ze, legden de handen op en zegende ze.

Een tegenstelling kreeg ik een paar weken later bij het centraal station van Amsterdam. We begonnen het evangelie te vertellen tegen een mevrouw en haar kinderen. En één van haar kinderen, een jongen van een jaar of acht keek ons de hele tijd met open mond aan. Ineens vroeg hij: ‘Waarom zeggen jullie de hele tijd het scheldwoord Jezus?’ Even was ik perplex. Dit kind had nog nooit het woord jezus anders gehoord, dan door een scheldwoord en dacht dat wij dit ook zo gebruikten. Snel legde ik hem uit hoe het echt zat. Dat Jezus Christus de zoon van God is, die gekomen is om het weer goed te maken tussen God en ons. ‘oh?’ kwam er uit zijn mond… Ik zei hem dat hij de Heere Jezus ook kon uitnodigen in zijn hart. ‘oh’ opnieuw… Je mag gewoon zeggen, ‘Lieve Heere Jezus kom in mijn hart’ zei ik. Meteen zei hij mij na; ‘Lieve Heere Jezus kom in mijn hart.’ Dat is een kind. Geen maar, maar gewoon doen.

Zijn mama moest gaan, omdat hun metro er was en ze zei tegen hem; ‘Oma kan je er alles over vertellen.’

Wauw, oma weet ervan en heeft er blijkbaar nog nooit iets over gezegd. Meteen bad ik ‘Heer, laat het zaad wat gezaaid is opgroeien in het hart van dit kind. Laat niemand het roven uit zijn hart. Laat hij dit moment nooit vergeten en dank U dat U zelf dit kind zal vast houden. Stuurt u mensen op zijn pad, zodat hij meer zal gaan horen. En Heer, laten al die kinderen weten dat U zelf hen omarmen zult als ze tot U komen. Amen.

‘Hoe kan het Heer?’

Afgelopen week was ik de auto aan het wassen. Onder het autowassen is er dan meteen die stilte die ik regelmatig gebruik om met de Heer te praten. Ik hoef dan niet ergens over na te denken en kan gewoon bidden. Zoals Paulus zei: ‘Bid zonder ophouden.’

Er komen veel mensen tot geloof op straat. Afgelopen week bijvoorbeeld, gingen we even naar een juwelier in een stad en daar zat voor de winkel een man op een bankje. Met regelmaat word ik naar iemand toegetrokken en weet dan dat ik het evangelie mag delen. Ik vroeg de man of hij weleens gehoord had dat God veel van hem houdt en een plan met zijn leven heeft. Dat had hij nog nooit gehoord, zei hij, en hij wilde dit wel horen. We gingen hem vertellen dat we allemaal gezondigd hebben en de heerlijkheid van God missen, en dat het loon van de zonde de dood is. Maar de genade die God schenkt is eeuwig leven, door Zijn Zoon Jezus Christus. En dat de Bijbel zegt, ‘Ieder die de Naam van Jezus aanroept, zal worden gered.’ Spontaan gaf hij zijn leven aan Jezus en bad het gebed met ons mee. Op mijn vraag of hij een bijbel had, was het antwoord: ‘nee.’ In diezelfde straat was een boekhandel. Piet kocht een Bijbel voor de man en de man bedankte ons voor dit gesprek en vervolgde zijn weg met blijdschap. Halleluja!

Een vrouw nam de Heere Jezus aan in haar hart.

Want ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal zalig worden. Romeinen 10:13

Onder dat autowassen dus, vroeg ik de Heer: ‘Heer, hoe kan het dat mensen, die nooit van U hebben gehoord, U meestal zo makkelijk uitnodigen in hun hart? Hoe kan het, dat ze zo blij worden om te horen dat er redding voor ze is door Jezus die aan het kruis ging?’ De Heer sprak tot mijn hart: ‘ Omdat ik niet gekomen ben om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering. (Lukas 5:32) Mensen die zichzelf nog wel geweldig vinden, kunnen niet ingaan.

En Hij sprak ook met het oog op sommigen die van zichzelf overtuigd waren dat zij rechtvaardig waren en alle anderen minachtten, deze gelijkenis: ‘Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden. De één was een Farizeeër en de ander een tollenaar. De Farizeeër stond daar en bad dit bij zichzelf:  God, ik dank U dat ik niet ben zoals de andere mensen: rovers, onrechtvaardigen, overspelers of ook als deze tollenaar. Ik vast tweemaal per week. Ik geef tienden van alles wat ik bezit. En de tollenaar bleef op een afstand staan en wilde ook zelfs zijn ogen niet naar de hemel opheffen, maar sloeg op zijn borst en zei: O God, wees mij, de zondaar, genadig. Ik zeg u: Deze man ging gerechtvaardigd terug naar zijn huis, in tegenstelling tot die andere. Want ieder die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden en wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.’ Lukas 18:9-14

Jarenlang hebben we mensen het evangelie verteld. Mensen die al hun hele leven in de kerk komen. Zoals bij mensen van de straat, was er geen vreugde bij de boodschap. Er kwam vaak verwijdering door. Er werd gevraagd of we geen teksten meer wilden delen, of er werd gezegd dat we erover moesten zwijgen. Er werd ons verteld hoe je bekeerd moest worden, terwijl ze dit zelf niet waren. Er werd gezegd: ‘Als je echt bekeerd zou zijn, dan zou je wel andere kleding dragen. Als je echt bekeerd zou zijn, zou je , je bekering niet vertellen. Want bekeerde mensen praten daar niet over. Dan zou je erover zwijgen.’ Er werd aanstoot genomen aan de woorden van God. Terwijl veel van deze mensen, voor de buitenkant netjes leven.

Wel heeft Jesaja van u geprofeteerd, zeggende: Dit volk genaakt Mij met hun mond, en eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich verre van Mij; Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden van mensen zijn. Matthëus 15:8

Op een dag zat ik in de auto en keek in mijn achteruitkijkspiegel waar ik drie mannen tegen hun auto zag leunen. Ze hingen wat met drinken in hun hand tegen de auto. Automatisch ging mijn hand, naar het op- slot- knopje. Een oude gewoonte die ik soms nog heb overgehouden van de tijd als vertegenwoordiger langs de weg. De Heer sprak tot mijn hart: ‘Ga erheen’ ‘Ehm, nou Heer, U heeft het vast gezien dat deze mannen met z’n drieën zijn en ik ben alleen.’ Meteen de stem van de Heer: ‘Jij bent niet alleen?’ ‘Oh nee Heer dat is waar, met U ben ik nooit alleen. Sorry dat ik dat zei.’ Ik opende mijn deur en liep op de mannen af met het woord van God. ‘Heeft iemand jullie weleens verteld dat God veel van jullie houdt?’ (Bijbel: Want God, Die rijk is in barmhartigheid, heeft ons door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefgehad heeft, ook toen wij dood waren door de overtredingen, Efeze 2:4-5a) Eén van de mannen wees meteen één van zijn andere maten aan en zei: ‘Tegen hem moet je dit vertellen, hij wil dat.’ Als ik met natuurlijke ogen gekeken had, en niet de stem van de Heer had gevolgd, zou ik nooit op hem zijn afgestapt. Zijn huid was gekleurd met plaatjes, en met zijn gouden tanden grijnsde hij naar me en zei: ‘Ja, ik wil het horen.’ Ik begon hem het evangelie te vertellen en serieus luisterden de mannen. De bewuste man ontving het Woord meteen met vreugde en bad het zondaarsgebed met me mee. Hij ontving Jezus in zijn hart en vroeg of nu al zijn zonden waren vergeven.

‘Ja,’ zei ik: want de Bijbel zegt: ‘In Hem zijn wij door zijn bloed verlost en zijn onze zonden vergeven, dankzij de rijke genade.’ Efeze 1:7 onze zonden ZIJN vergeven staat er. Maar blijf in Jezus en ga het niet alleen doen. Blijf naar Hem toegaan en niet van Hem af. Ik gaf hem een Bijbel en hij was blij. Bekering betekent: Omkeren. Omkeren van de wereld en je eigen ik. En keren naar God.

Als u met uw mond de Heere Jezus belijdt en met uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u zalig worden. Want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot zaligheid. Want de Schrift zegt: Ieder die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden. Er is immers geen enkel onderscheid tussen Jood en Griek. Want Een en dezelfde is Heere van allen en Hij is rijk voor allen die Hem aanroepen. Want ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal zalig worden. Romeinen 10:9-13

Tot welke groep hoor jij? Tot de (zelf) rechtvaardige die het bloed van Jezus niet nodig heeft? Of ben je een zondaar die weet, dat je de Redder nodig hebt, en niets anders meer kan, dan de boodschap van Jezus dood en opstanding aan te nemen?

De Heere vertraagt de belofte niet (zoals sommigen dat als traagheid beschouwen), maar Hij heeft geduld met ons en wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen. 2 Petrus 3:9

Toets je hart. En vraag de Heer je hart te toetsen en bid dit gebed dan als je de Heer nog niet in je hart hebt. ‘Heer, laat mij zien wie ik ben tegenover U. Laat mij zien dat ik gezondigd heb en Uw heerlijkheid mis Heer. Ik beleid dat ik me gedragen heb als een Farizeeër. Ik ben een zondaar die Uw genade nodig heeft. Was mij Heer, dan zal ik wit zijn. Vergeef me Heer al mijn overtredingen. Ik bid U Heere Jezus, kom in mijn hart. Was mij en reinig mij en maak mij vrij. Vergeef me mijn zonden. Dank U dat U ook stierf voor mij. Ik keer de wereld de rug toe en keer me naar U toe. U zegt Jezus: Leer van Mij nederig te zijn. Ik wil dat leren Heer, nederig te zijn en zachtmoedig. Laat me zien wat Uw hart is Heer en maak mijn hart als dat van U. Amen.’

Hoe zou jij je Redder eren?

Daar komt ze binnen. Een vrouw die bekend staat als hoer. Jezus is op bezoek bij de Farizeeër Simon. En wanneer Jezus daar bij hem aan tafel ligt, en de vrouw Jezus ziet, begint ze te huilen. Haar tranen druppelen op de voeten van Jezus. Zijn voeten worden nat en ze begint Zijn voeten af te drogen met de haren van haar hoofd.

Ze huilt aan Jezus voeten.

De Farizeeër velt een oordeel in Zijn hart. Pfff… Als deze man echt een profeet was, dan had Hij geweten dat deze vrouw een hoer was en dan had Hij dit nooit laten gebeuren. Simon bekeek het vanuit zijn positie van Farizeeër. Een wetgeleerde.

Het maakt haar niet uit wat iemand denkt. Ze wil Hem, Jezus zo graag eren om Wie Hij is. Een wetteloze vrouw, komt binnen bij een wetshandhaver en raakt zijn bezoek die aan zijn tafel ligt aan. Huilend nog wel. Wat een vertoning is dit.

Jezus kent zijn gedachten zegt: ‘Simon, luister, Ik heb je wat te zeggen.’ ‘Meester, ik luister.’ zei Simon en Jezus begint een verhaal.

Jezus zei: Een zekere schuldeiser had twee schuldenaars; de één was vijfhonderd penningen, (dat is het dagloon van een arbeider.) schuldig en de ander vijftig. Toen zij niets hadden om te betalen, schold hij het hun beiden kwijt. Zeg dan: Wie van hen zal hem meer liefhebben? Lukas 7:41-42

Wie zou meer dankbaar zijn, een rechtvaardige? Een wetsdienaar, of een hoer? Wie zou meer dankbaar zijn? Iemand die zichzelf al een goed persoon vindt? Of iemand die weet dat hij/zij genade nodig heeft?

Simon antwoordde en zei: Ik denk dat hij het is aan wie hij het meeste kwijtgescholden heeft. Hij zei tegen hem: U hebt juist geoordeeld. Lukas 7:43

Een wetsgeleerde is van de zekerheden. Zeker weet hij wat goed en fout is. Ineens verandert dat blijkbaar en hij zegt:’ Ik denk…’ Iedereen weet dat iemand die meer schuld heeft, meer dankbaar zal zijn. Iemand die 50.000 euro schuld heeft. Of iemand met 5000 euro. Het eerste bedrag voelt onoverkomelijk. Hoe kom ik daar ooit vanaf? De 5000 is te doen. Die persoon zal nooit zo dankbaar zijn. Word je gered van de dood of van in het water vallen, een groot verschil.

Ik ben gered van de hel. Ik was daar op weg naar toe. Ik was op weg naar de hel en toen hoorde ik dat daar Jezus was. Dat Hij mij had gered door aan het kruis te gaan en Zijn leven af te leggen voor mij. Dat Hij daar door alles en iedereen verlaten was. Dat hij kapot geslagen werd voor mijn genezing. Hij was daar en nam mijn enorme schuld mee aan het kruis en riep ‘HET IS VOLBRACHT.’ Zodat ik een open toegang heb gekregen naar God de Vader. In Hem leef ik en beweeg ik. Halleluja!

Zij heeft Mijn voeten met zalf gezalfd. Daarom zeg Ik u: Haar zonden, die veel waren, zijn haar vergeven, want zij heeft veel liefgehad; maar aan wie weinig vergeven wordt, die heeft weinig lief. En Hij zei tegen haar: Uw zonden zijn u vergeven. En zij die mee aanlagen, begonnen bij zichzelf te zeggen: Wie is Deze Die ook zonden vergeeft? Maar Hij zei tegen de vrouw: Uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede!

De farizeeër nam aanstoot aan de uitbundig bewogen vrouw die huilde aan en op de voeten van Jezus. Die Zijn voeten afdroogde met haar haren. Zijn voeten kuste en ze zalfde met olie.

De religie kijkt ook zo. Ja, ja als je echt een gelovige zou zijn, zou je dat niet doen. Je zou niet zo uitbundig zingen, je zou niet zo enthousiast over Jezus praten. Je zou ingetogen zijn en praten over een hoop die je hebt. Je zou je haar netjes vast doen. Je gedragen als een waardige vrouw, in je daad gelaat en gepraat.

Jezus kijkt heel anders. En Hij keerde Zich om naar de vrouw en zei tegen Simon: ‘Ziet u deze vrouw? Ik ben in uw huis gekomen: water voor Mijn voeten hebt u niet gegeven, maar zij heeft Mijn voeten met tranen natgemaakt en met het haar van haar hoofd afgedroogd; u hebt Mij geen kus gegeven, maar vanaf het moment dat zij binnengekomen is, heeft zij niet opgehouden Mijn voeten te kussen; met olie hebt u Mijn hoofd niet gezalfd, maar zij heeft Mijn voeten met zalf gezalfd.’

Op Youtube komen filmpjes voorbij van een rechter. De rechter kijkt vriendelijk uit zijn ogen. Mensen die bij hem komen, hopen op een eerlijk vonnis. Hij is een eerlijke, vriendelijke en oprechte rechter. Veel van de mensen worden vrij gesproken of krijgen een lage straf. Ze weten het niet zeker als ze naar hem toegaan. Ze hopen op genade. Net als de religie die het nooit zeker weet. Heb ik genoeg goed gedaan om Jezus te verdienen? Nee, nooit.

De vrouw wist het zeker. Ze eerde haar Redder al voor de redding die ze geschonken kreeg. De vrijspraak van Jezus. Ze wist in geloof dat Hij haar zou vrijspreken en eerde Hem daarvoor met haar liefde. En Hij zei tegen haar: Uw zonden zijn u vergeven. Lukas 7:48 En Hij zei tegen de vrouw: Uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede! Lukas 7:50

Wanneer dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult gij werkelijk vrij zijn. Johannes 8:36

Jezus bevrijdt zeker weten. Hij heeft alles volbracht omdat God de wereld zo lief had. Johannes 3.16

Hoe zou jij je Redder eren?