Kevin van de Uber.

‘Mijn beste vriend was er niet meer, en vanaf daar moest ik alles alleen doen.’ Waren de woorden die werden gesproken in de Uber, en door de auto heen echode.

De diepe liefde van een moeder naar haar kind is enorm.

Ik ben een mama van twee prachtige mannen.

Wanneer ik tegen de jongste zeg dat ik van hem hou, vertelt hij me altijd dat hij meer van mij houdt en ik zeg weer dat dit niet kan, en meer van hem houdt.

God houdt zoveel van ons. Hij houdt veel meer van ons dan wij ooit van Hem kunnen houden. Veel meer dan we ooit kunnen beseffen. Zo ook van Kevin, de Uberchauffeur.

1 Johannes 4:19 HSV

Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft.

Toen ik in Amerika was, boekte ik regelmatig een Uber om van A naar B te komen. Kevin heette de chauffeur.

Het was een rit van ongeveer een half uur, dus ik begon eerst gewoon een gezellig praatje met Kevin, voordat ik hem de vraag stelde of hij wist dat God van hem houdt. Of hij een gezin had, of hij dit de hele dag deed, enz.

Hij was 16 jaar getrouwd, toen zijn vrouw ervandoor ging met een andere vrouw. Niet met een man, maar met een vrouw.

‘Mevrouw ik, kan u niet vertellen hoeveel pijn ik daarvan heb, en ik ben daar al vier jaar van aan het overleven. Voor mijn kinderen leef ik. Anders had het denk ik niet meer gehoeven.’

Ik praatte hier een tijdje over en ik zei dat ik geloofde dat hij een goede vader was.

En vroeg of hij zelf een fijn thuis had gehad.

Hij was opgegroeid in een arm thuis in Puerto Rico, maar was naar Amerika gekomen voor werk. Zijn vader was er nooit voor hem geweest, maar zijn moeder was zijn beste vriend.

‘Op een dag, reed ik op de weg en daar was ineens een ongeluk gebeurd, dus ik besloot te helpen. Ik liep naar het slachtoffer toe. En tot mijn grote schok was het mijn moeder. Ze lag daar te sterven. Nooit zal ik haar ogen vergeten. Mijn beste vriend was er niet meer, en vanaf dat moment moest ik alles alleen doen. God was er wel, maar het is moeilijk.’

Ik was er even stil van en begon het evangelie te delen. De uitgebreide versie. De God die zo ontzettend van ons houdt, dat Hij Zijn zoon had gegeven. De God die een Vader is voor wezen.

Een wit handdoekje kwam tevoorschijn en hij begon over zijn ogen te vegen.

Toen ik hem aanbood om Jezus aan te nemen in zijn leven, zei hij ja, en we begonnen het gebed. Iedere zin duurde even, omdat hij steeds opnieuw zijn tranen moest drogen met zijn witte doekje.

Deze Kevin, kwam thuis. Hij kwam thuis in de liefdevolle armen van de Vader.

Hij geloofde al in God, maar had nog nooit, Jezus de Heer van zijn leven, gemaakt. En nu hij dat gedaan had, hoeft hij het nooit meer alleen te doen.

Want de Bijbel zegt:

Zoals een vader zich ontfermt over zijn kinderen,

zo ontfermt de HEERE Zich over wie Hem vrezen.

Psalm 103:13

God wil ook jouw Vader zijn. Hij wil ieder stuk van je hart kennen en horen.

Hij wil je leiden, opvoeden en troosten.

Hij zal je richting geven in de weg die je moet gaan.

Dakloos

Dinsdagochtend van mijn eerste week in Amerika. De zon scheen al en ik genoot van het geluid van vogels. Het huisje waar ik verbleef, was vlakbij de kerk. Elke dag maakte ik een rondje richting de benzinepomp omdat deze lekker dichtbij was en ik altijd wel iemand kon vertellen over een God die van ons houdt. Die dag liep ik stevig door en zag in mijn ooghoek dat er rechts van mij twee mensen die er niet al te verzorgd uitzagen op een boomstam gingen zitten.

Ik voelde de drang om naar hen toe te gaan, hoewel ik eigenlijk door wilde lopen. Toen ik bij hen aankwam, stelde ik de beroemde vraag… ‘Goedemorgen, heeft jullie ooit iemand verteld dat er een God is die van jullie houdt?’ Ja, dat hadden ze weleens gehoord. Na een poosje van praten gingen ze het gebed met me mee bidden en begonnen te huilen. ‘Mevrouw, we zijn hier zo blij mee,’ zeiden ze. ‘We waren onderweg naar de kerk waar we straks een maaltijd kunnen krijgen, we zijn namelijk dakloos.’ Ik begon hen meer te vertellen dat God goede plannen voor hen heeft.”

‭Jeremia 29:11 HSV‬
[11] Ik immers, Ik ken de gedachten die Ik over u koester, spreekt de HEERE. Het zijn gedachten van vrede en niet van kwaad, namelijk om u toekomst en hoop te geven.

“Kom gewoon lekker naar de kerk en dan kun je geholpen worden,” ging ik verder. Dat zouden ze doen. “Kan ik nog ergens anders voor bidden?” vroeg ik verder. “Nee hoor, mevrouw. We zijn hier al zo blij mee. We gaan verder.” Ineens hoorde ik een zachte stem: “Geef maar 100 dollar.” Normaal gesproken doe ik dat niet bij mensen die dakloos zijn, omdat ze het vaak aan drugs of andere verdovende middelen uitgeven. Je kunt het op een andere manier oplossen door bijvoorbeeld een maaltijd te regelen. Nu ik de opdracht kreeg, wilde ik gehoorzamen en haalde ik de eerste twintig dollar uit mijn tas. Ik zei dat God een cadeau voor ze had en gaf de twintig dollar vast, omdat ik de rest nog uit het vakje van mijn tas moest peuteren. De vrouw boog voorover en begon erg hard te huilen. “Ik wil het niet aannemen, ik wil het niet,” zei ze huilend.

“Mevrouw, het is niet van mij, het is de liefde van God voor u en Hij wil u bemoedigen!” Ze nam het aan. “Het is zo moeilijk om dakloos te zijn! Het is zo hard om zo te leven,” ging ze verder. “Ik begrijp het,” was mijn antwoord, omdat ik mee wilde leven, maar besefte meteen dat ik het helemaal niet begreep. Ik had één dag meegemaakt dat een vlucht was vertraagd tijdens een vorige reis en dat ik een dag zonder tandenborstel of schone kleding had gezeten, wat al verre van fijn was, terwijl ik gewoon in een hotel had geslapen en een douche had genomen. Maar deze mensen sliepen buiten, hun nagels waren zwart omrand en hun kleding was vies.

Ik begreep er helemaal niets van! “Nee, nee, ik begrijp het niet, ik begrijp helemaal niet wat u doormaakt,” corrigeerde ik mezelf. Opnieuw begon ze te huilen. ‘U bent zo eerlijk,” zei ze. “Maar Jezus begrijpt u wel. Hij weet wat u doormaakt.” Ze vroeg of ze me een knuffel mocht geven. “Absoluut, dat mag,” zei ik en voegde de daad bij het woord. Ik moedigde ze verder aan om naar de kerk te komen en elkaar lief te hebben.

“Heb in ieder geval elkaar lief, je hebt alleen elkaar, wees daar dan zuinig op.” Dat zouden ze doen. Helaas heb ik ze niet gezien op zondag. Mijn ervaring is dat mensen de drempel van de kerk enorm hoog vinden. Wij kunnen ze het beste meenemen, ze als het ware even aan de hand nemen en zeggen: “Kom maar onder mijn hoede.” Als ze dan twee of drie keer zijn geweest, gaat het ze alleen wel lukken.

Houdt U Casy en Brianda vast Vader, bad ik zachtjes.

Mattheüs 25:35 HSV
Want Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en u hebt Mij gastvrij onthaald

Iedere keer dook hij weer op…

Soms gaan we samen de straat op en soms alleen.

Deze dag was ik samen met mijn man de straat op, maar die was al een tijdje uit beeld.

Geen probleem, want we vinden elkaar later wel weer en zijn dan dubbel effectief.

Een grote groep jongens sprak ik aan. Ze jouwde me uit en lachte spottend om wat ik vertelde. Een jongen leek de hele tijd ongeïnteresseerd op zijn telefoon te kijken en keek me niet een keer aan, maar hij spotte ook niet mee.

Toen ik ze allemaal begon te zegenen, keek hij me een keer aan.

En toen ik vroeg wie de Heer ook wilde uitnodigen in zijn leven, lachten er zeven hard, maar hij begon me na te bidden. Naar beneden kijkend, alsof hij zich schaamde.

Achter deze groep op een trappetje zat een man. Hij keek en luisterde mee met het gesprek, maar toch had ik niet het idee dat ik naar hem toe moest gaan.

Ik liep de stad door en sprak veel mensen aan.

En iedere keer opnieuw dook de man weer op.

Alsof hij me volgde.

‘Heer, raak die man aan met Uw liefde.’ Bad ik.

Hij glimlachte als ik naar hem keek. Het zou me vroeger een ongemakkelijk gevoel hebben bezorgd, maar ik ervaarde enorme vrede. Waarom ik de man niet meteen aansprak kan ik niet uitleggen.

Nadat ik hem ongeveer de 5e keer weer ergens naast me zag, dacht ik.

Oké, nu is het klaar. Nu ga ik die man het evangelie vertellen.

‘Meneer, u volgt mij hé!’ begon ik. ‘Ja, dat klopt,’ was zijn antwoord.

‘U weet al wat ik te vertellen heb nu toch? Want u heeft toch geluisterd naar wat ik vertelde?’

‘Ook dat klopt.’ ‘Weet u mevrouw, mijn zus zegt dat God alleen maar kwaad op mij is door de zonden die ik doe. Dat Hij niets meer met mij te maken zou willen hebben. En dat vind ik moeilijk en het stoot me af. Het lijkt wel of mijn zus zelf een hekel aan mij heeft. En hij begon te vertellen welke zonden het waren. Ik ervaar nooit liefde bij haar als ze met me praat hierover. Denkt u ook dat God mij haat mevrouw?’

Wow, wat een diepte bij deze man. Een diepe nood en gevoel van veroordeling. ‘Meneer, God zegt dingen over zonden. Bijvoorbeeld dat het loon, of het gevolg van de zonden de dood is.’ Er zit dus een gevolg aan.

Maar Jezus kwam niet in de wereld om u te veroordelen, maar om te redden.

En als iemand Mijn woorden hoort en niet gelooft, veroordeel Ik hem niet,  want Ik ben niet gekomen om de wereld te veroordelen, maar om de wereld zalig te maken. Johannus 12:47

‘Mevrouw, u straalde liefde uit en daarom wilde ik alles horen wat u te zeggen had.’

‘Dat ben ik niet hoor meneer, dat is de liefde van Jezus.’ Hij is het die u zo liefheeft, Hij wil u niet naar de dood, maar naar het leven hebben.

Kies wie u gaat dienen. Uzelf met de zonden, of de Heere Jezus, die gestorven is voor die zonden, en u daarvan redt?

Hij koos de Redder die dag.

Zijn gezicht begon te stralen. Van afgeschreven naar aangenomen.

God is zo liefdevol. Hij is de WEG, de Waarheid en het Leven.

Hij schreeuwde, ‘I have a bad spirit’

Nog regelmatig denk ik terug aan die dag in een stad.

Nog niet vaak waren mijn man en ik de straat op geweest voor het evangelie.

Met weinig ervaring, maar een hart voor de zielen waren we op de straat.

Even was mijn man van mij weggelopen toen ik werd opgeschrikt door een man die enorm tekeerging in het engels tegen iedereen. Hij schreeuwde, schold en vloekte, waarna de klodders tuf om je oren vlogen.

Ik ervaarde vrede in mijn hart en ging naast zijn vrouw op het bankje zitten.

Ze zag er zo gebroken uit. En ik vroeg haar of ze wist dat God van haar houdt.

Meteen begon ze te huilen.

Ondertussen zagen we haar man zijn shirt kapot scheuren en zijn schoenen een heel eind weggooien.

‘Heb je het over God?’ schreeuwde hij. ‘God doet niks, ik heb super veel last van een kwade geest, en kom er maar niet vanaf.’ Toen drukte hij de sigaret uit op zijn arm.

De vrouw huilde door en smeekte ‘iets’ te doen. Ik ging verder met het evangelie, en ze nam het aan.

Ze had haar baby moeten afstaan, omdat ze door het gedrag van haar man, hun huis waren verloren en hun werk. En nu dus ook hun kindje. Hartverscheurend.

De man smeekte me. ‘Help me please! I have a bad spirit.’

Man man kwam terug en ik vertelde wat er was gebeurd en dat de man bevrijding nodig had en daarom smeekte.

Dus wij begonnen met hem te praten, maar hij zei dat we niet sterk genoeg waren. Wij moesten met vijf mensen komen, dan waren we sterker dan die geest in hem. Onervaren als we waren, geloofden we het en belde een bevriende broer.

Die begon te lachen en bevrijdde hem, waarna de man hart begon te roepen..

‘ I’m free now, i’m free now!!

Halleluja! De man was vrij.

1 Johannes 4:4 HSV

Lieve kinderen, u bent uit God en u hebt hen overwonnen, want Hij Die in u is, is groter dan hij die in de wereld is.

Zijn vrouw had slangen in haar oren. Oorbel slangen. Ik keek ernaar. Normaal zeg ik er niet gauw wat van, nu wel.

‘U heeft slangen in uw oren. Niet van God.’ zei ik. ‘Ik weet het, was haar antwoord, maar heb niks anders.’

We praten nog een poosje door, over God zoeken en Zijn gerechtigheid. En ineens haalde ze haar oorbellen eruit, en gooide ze in het water.

Vrij.

Johannes 8:36 HSV

Als dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult u werkelijk vrij zijn.

Beide waren vrij.

We gaven ze geld, om nieuwe kleding te kopen en nieuwe oorbellen.

Zodat ze echt nieuw konden beginnen.

Jakobus 2:16-17 HSV

en iemand van u zou tegen hen zeggen: Ga heen in vrede, word warm en word verzadigd, en u zou hun niet geven wat het lichaam nodig heeft, wat voor nut heeft dat dan?

Zo is ook het geloof als het geen werken heeft, in zichzelf dood.

Ben je bereid voor die ene te gaan?

Al een paar jaar wilde ik aan de bak voor de Heer.

Ik had een verlangen om nuttig te zijn voor Zijn Koninkrijk.

Soms is je man of je vrouw daar nog niet aan toe. Of leent je situatie er niet voor om dingen buiten de deur dingen te doen en ligt onze eerste taak altijd thuis.

Verzorgen in het kleine wat de Heer ons al heeft toevertrouwd. Je gezin of misschien al iets breder, je bedrijf.

Wanneer we trouw zijn in het kleine, kan ons meer worden toevertrouwd.

Lees Matthëus 25 maar eens helemaal. Vers 14b zegt Jezus dit: ‘Over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in, in de vreugde van uw heer.’

Op een dag kwam er in mijn gedachten om eens vacatures gaan bekijken van een maatschappelijke instelling. En ja hoor een half uurtje van ons huis vandaan was een kookvacature. Je kon dan koken voor bewoners en met ze eten. Een mooie kans voor het evangelie dacht ik. Ik overlegde dit met mijn man, en hij zei: ‘Ga er maar heen.’ Halleluja, blijkbaar was de tijd nu rijp hiervoor. En ik belde naar de instantie.

Ik mocht langskomen voor een gesprek. Zenuwachtig ging op weg, omdat ik wist dat dit buiten mijn comfort zou zijn. Mensen die aan de rand van de samenleving stonden, doordat ze dakloos waren of verslaafd of vaak beide.

Na een gezellig gesprek met een mevrouw vertrok ik naar huis. Ik was bang. Enorme angst overviel me in de auto. ‘Oh, nee Heer, zei ik hardop. Dit is niks voor mij, ik ga dit niet doen.’

Het hele verhaal vertelde ik mijn man. Hoe leuk het gesprek was, maar ik zoveel angst had voor de omgeving en eigenlijk ook voor de mensen.’

‘Oké’, zei mijn man, jij kan dit wel.’

Waarop mijn antwoord was:

‘Blij dat je in me gelooft, maar ik denk het niet.’

De volgende dag belde de aardige mevrouw mij om te overleggen. Zij zou erover nadenken en ik ook. ‘En?’ Vroeg ze. ‘Wat denk je?’ Ik vertelde haar dat ik het echt niet zag zitten. Hoe de angst me had overvallen en dat ik niet dacht daar geschikt voor te zijn. Ik hield er echt niet van om zo kwetsbaar over te komen, maar wist ook dat ik binnen twee weken door de mand zou vallen als ik het niet zou vertellen, en ik maar beter gewoon eerlijk kon zijn over dat ik niet geschikt was.

Ze begon wat vragen te stellen en zei uiteindelijk.’ Nou, ik denk dat jij het wel kan, dat komt goed!’ Mijn mond viel haast open van verbazing.

Omdat er twee mensen in geloofden, gaf ik het een kans. De Heer was altijd met me, maar in die tijd besefte ik dat minder nog.

Om de week op dinsdag kookte ik en liep met iemand anders mee. Ik deed de boodschappen, reed ernaar toe en kookte het eten.

Er zouden ongeveer 10- 15 mensen komen eten. De moeite waard vond ik.

Toch kwamen er soms maar 2-5 mensen. En ik begon te klagen tegen de Heer. ‘Heer, vindt U niet dat ik iets beters te doen heb? Ik ben al vaak druk, nu kom ik hier en zijn er vaak maar zo weinig mensen. Ze beloven vaak te komen, maar komen dan niet. Moet ik echt al die moeite en tijd nemen voor dit?’

De Heer sprak heel duidelijk tot mijn hart. ‘Ben jij bereid om voor die ene te gaan? Ben je bereid om alles te doen voor alleen die ene?’

Ik was bereid voor die ene te gaan, want al was ik alleen voor jou gestorven, dan had Ik dat gedaan.’

BAM! De woorden maakten me zo beschaamd. Het liefst had ik ze teruggenomen.

De Heer, die voor mij Zijn hele leven had afgelegd, die Zijn rug had kapot laten slaan, was afgedaald van de hemel naar de aarde, in alles een dienaar was geweest als voorbeeld, de Meester zelf die mij door dit alles had gered van de hel, wees me terecht.

‘O, Heer vergeef me,’ bad ik ‘En ja, Heer ik ben bereid om te gaan voor die ene. De moeite te doen voor die ene.’

Ook als ze liegen of lelijk doen. Leer meer Heer, om trouw te zijn zoals U trouw bent.

Want..

Als wij ontrouw zijn, blijft Hij getrouw. Hij kan Zichzelf niet verloochenen.

2 Tim. 2:13

Erna begon het te groeien.. er kwam vertrouwen van de mensen naar mij. Er kwamen verhalen en getuigenissen die ik nooit meer zal vergeten.