Hij stond gewoon klaar.

Muziek galmde door de straten.Mensen

liepen langs of bleven staan, luisterend naar de klanken en het gezang, God aanbiddend met elkaar.

De vrede en de rust waren daar in de drukke straten van de stad. Wonderlijk als je dat beseft. We starten met elkaar met gebed.Amper waren we daarmee klaar of daar stond deze jongen. Luisterend naar de klanken, en hij ervaarde de vrede.


‘Weet je dat God van je houdt?’

Hij had het weleens gehoord.

Hij was de laatste tijd op zoek.

Hij was er een beetje mee opgegroeid, maar weggelopen.

Niet wetend of hij wilde wat hem was geleerd.

Maar meer en meer besefte hij dat hij iets miste, al wist hij niet goed wat.

Ik begon hem het evangelie te delen en vertelde hem over het kruis.

Dat God de wereld zo liefhad, dat Hij Zijn Zoon Jezus gaf.

En dat de Bijbel zegt dat we allemaal zonden hebben gedaan en dat er daardoor scheiding is tussen God en ons.

Maar dat Jezus kwam om Gods wil te doen.

Vrijwillig ging Hij aan het kruis.

Hij gaf Zijn beste: Jezus Christus.

Ik vertelde hem dat ik twee zoons heb en er geen een zou geven voor nog geen goed mens.

Maar dat Jezus kwam voor zondaren, en dat wanneer je in Hem gelooft, je niet verloren gaat, maar eeuwig leven hebt.

‘Geloof je dat?’

Hij geloofde dat. En wist dat hij zich moest omkeren van zijn eigen leven.

Samen gingen we in gebed. Hij wilde deze dag zijn leven overgeven aan God. We bidden dat God het goede werk dat Hij begonnen is, ook zal afmaken.

“Jongens, ik heb goed nieuws voor jullie!”

We liepen door de straten van Rotterdam.
Ik hou echt van Rotterdam.
De reclamezuilen, de drukte, de veelkleurigheid, maar vooral het ongecompliceerde, directe.
“Keje dat nie horìh dan?”
Door de straten lopend kwamen we aan bij de locatie waar ik de groep mocht trainen om het evangelie te gaan delen.
Veel van de groep waren al ervaren en wilden graag gaan en meer leren.
Geweldig om samen te werken met een groep gemotiveerde mensen die zo graag de liefde van Jezus willen verspreiden.
Drie jongeren stonden precies voor de deur van de locatie.

“Jongens, ik heb goed nieuws voor jullie!”

Ze begonnen te lachen en vroegen nieuwsgierig wat dat voor goed nieuws kon zijn. Ik begon ze te vertellen dat God van hen houdt en een goed plan voor hun leven heeft. Maar God heeft ons Zijn grote liefde getoond door Christus te sturen en Hem voor ons te laten sterven toen wij nog schuldige zondaars waren.
Romeinen 5:8
Maar weet je, zonde maakt scheiding tussen God en ons, want de Bijbel zegt dat we allemaal gezondigd hebben. “Jullie ook?”
Ze beaamden het.
Soms denk ik dat jongeren niet weten wat zonde is, maar dan komen ze er vaak zelf mee als we vragen of ze zeker weten dat ze naar de hemel gaan, bijvoorbeeld.
“Nee, we hebben zonden gedaan.”
Ook deze jongeren wisten het. Een van de drie zei dat hij vroeger geloofde, toen hij nog bij zijn ouders woonde. Hij geloofde het nu ook nog wel een beetje, maar wilde er verder niets meer mee.
Toen de andere twee samen met mij gingen bidden, knikte hij steeds bevestigend. Toch wilde hij niet meedoen.
Maar dank God.
Het Woord van God keert nooit leeg terug.
“Zo is mijn woord ook. Ik stuur het uit en het levert altijd vrucht op. Het doet alles wat Ik wil en bereikt datgene waarvoor Ik het wegstuur.”
Jesaja 55:11
Zo mooi om altijd weer te zien hoe de Heer harten aanraakt.
Ik kan niemand overtuigen. Ik getuig, Hij overtuigt.

Terras belevenis…

Nadat we even langs waren gegaan bij oude bekenden, besloten we een terrasje op te zoeken voor een lunch.
De tafeltjes stonden enorm dicht naast elkaar, waardoor je niet alleen elke kruimel bij de buren op hun bord kon zien liggen, maar ook hun gesprekken woordelijk kon verstaan.

Toen we aankwamen, kwamen er tegelijk twee dames naast ons zitten, en we kletsten wat over en weer over het weer, zoals het een echte Hollander betaamt. Ze vertelden uit de buurt van Rotterdam te komen, wat zeker anderhalf uur bij deze stad vandaan lag.
We kregen beiden eten, en onze gesprekken stopten en we richtten ons op het bord eten.
Na ongeveer zes happen begon er een man het evangelie te delen door een megafoon, net naast onze tafeltjes.
We zagen mensen geïrriteerd kijken en eerlijk gezegd kan ik dat wel begrijpen. De mensen naast ons aan de tafel begonnen erover te kletsen. “Nou, dit vind ik niet echt normaal, jij?” “Nee, van mij hoeft dit ook niet.”
“Heb jij nog last van het een of ander?” stelde de ene buurvrouw de andere buurvrouw de vraag, waarop ze antwoordde: “Nee hoor, Jezus redt.”
Na een tijdje kwam de vraag: “Zou jij eeuwig leven willen?” “Absoluut niet,” zei de ander.
Mijn man en ik keken elkaar aan, maar bleven stil.

Toen we weggingen, vroeg ik de dames of ik even mocht ingaan op het eeuwige leven. Ik verontschuldigde mezelf dat we het hadden meegeluisterd en vroeg of ik er iets meer over mocht zeggen. Dat mocht, en ik kon ze even kort het evangelie uitleggen. Hoe we allen steeds zonden doen, en als God willen zijn, elkaar oordelen, en dat we dat niet goed kunnen maken met God. Dat God de wereld zo lief had, dat Hij Zijn Zoon gaf. Die kon de prijs betalen die wij niet konden betalen.
En dat als je Hem aanneemt als je Redder en je omkeert van je oude weg en terugkeert naar Hem, je eeuwig leven zult ontvangen. Maar dat is niet hier, maar straks.
“Ja,” zei de vrouw die had gezegd geen eeuwig leven te willen, “hier wil ik het niet. Maar wat je nu vertelt, is anders.”
Ik vroeg of ze een Bijbel hadden, wat zo was, en nodigde ze uit die te gaan lezen. Elke dag een stukje.
Dat zouden ze doen.
Ineens schoot me te binnen dat ik 27 september in Rotterdam mag spreken bij een kerk en vroeg of ze de desbetreffende kerk kenden.
Dit was zo.
En ik nodigde ze uit. Ze gingen het meteen opschrijven. Het lijkt me superleuk ze opnieuw te ontmoeten.

Na een toiletbezoek gingen we de mannen opzoeken die hadden staan preken. De mannen hadden de politie al op hun dak gehad omdat een marktman woest was, maar ze bleken netjes een vergunning te hebben en gingen erna iets verder van de markt en de terrassen vandaan.

We vertelden ze dat we indirect samen hadden gewerkt. Dat de mensen erover gingen praten, en wij hierdoor een gesprek kregen.
God keert alles ten goede voor degenen die Hem liefhebben.
Dankbaar voor weer een dag als deze. Gewoon een dag in de rust, met een geweldige afloop. God is goed, altijd.

Met knikkende knieën

Een paar weken waren ze weggeweest. Samen op zakenreis naar China. Vader en zoon. Samen met onze aanstaande schoondochter ging ik de mannen weer ophalen van de luchthaven. Beiden in spanning om de mannen weer in onze armen te kunnen sluiten. Twaalf dagen waren ze weggeweest. We hadden ze gemist. Gezellig kletsten we over van alles en nog wat, toen we besloten er gewoon een bakkie koffie bij te gaan halen.

Bij de eerstvolgende benzinepomp reden we de afrit af en parkeerden de auto. Het was een lekker zonnig dagje en er stonden zeven motoren op de parkeerplaats.

Harley-Davidsons… Stoere mannen met leren hesjes. Een seconde twijfelde ik en bedacht dat ze het moesten horen. Horen dat God van ze houdt, dat Hij een goed plan voor hun leven heeft. Ik liep de groep in en ging in het midden staan. Spanning gierde door mijn lijf, maar ik moest het ze vertellen. Ze keken me verbaasd aan en twee trokken zich grinnikend terug. De anderen luisterden aandachtig.

Hun hoofd gebogen naar de grond. De derde zei dat het niks voor hem was en stapte ook achteruit. De Bijbel zegt dat we allemaal gezondigd hebben en daardoor Zijn nabijheid missen. Zonden brengen scheiding tussen Hem en ons, ging ik verder. Maar door Zijn genade kan die scheiding opgelost worden. God gaf Zijn Zoon Jezus, Die voor jullie en voor mij aan het kruis ging om te betalen voor onze zonden. En de Bijbel zegt: als je in Hem gelooft, zal je eeuwig leven hebben. Als je Hem aanroept, zal je worden gered. Zouden jullie dat willen? Dat je wordt gered van al je fouten en zonden? Allemaal zouden ze dat wel willen…

Maar toen ik ze aanbood samen te bidden, zeiden de meesten toch nee. Eén man… Eén man begon mee te bidden. Hardop tussen zijn maten. Hij begon te stralen. En ik straalde nog harder, denk ik. Het is zo’n vreugde wanneer een zondaar zich bekeert, zegt de Bijbel, en elke keer ervaar ik dat weer. Ik kan dan wel juichen!! God, dank U wel!! U raakte opnieuw een hart aan. Overtuigde de man. Hallelujaaaaa, Vader!! We liepen weg en ineens besefte ik hoe ik beefde. Mijn benen trilden en ik ervaarde ineens de spanning in mijn lijf. Maar het maakt niet uit. Zelfs Paulus vertelde het met vrees en veel beven, maar hij ging… En ik wil ook gaan, met trillende benen of niet. Maakt niet uit. En ik, broeders, toen ik bij u kwam, ben niet gekomen om u met voortreffelijkheid van woorden of van wijsheid het getuigenis van God te verkondigen, want ik had mij voorgenomen niets anders onder u te weten dan Jezus Christus, en Die gekruisigd. En ik was bij u in zwakheid, met vrees en veel beven. En mijn spreken en mijn prediking bestonden niet in overtuigende woorden van menselijke wijsheid, maar in het betonen van geest en kracht, opdat uw geloof niet zou bestaan in wijsheid van mensen, maar in kracht van God. 1 Korinthe 2:1-5 HSV

2 keer geen pakket…

Aan het einde van de dag kwam nog een telefoontje van een klant.
“Annelies, ik heb die spullen echt nodig, maar jullie hebben het pakket twee keer naar mij gestuurd en het komt gewoon niet aan.
Al twee keer is het teruggegaan door de verzender, en nu krijg ik een uitleverprobleem, want ik moet de spullen gaan monteren,” aldus onze klant.
Het pakket was nog onderweg en ik kon het dus niet meteen weer verzenden.
Wat doe je dan? Het enige wat misschien nog een optie was, was ophalen.
Maar om nou de man een uur te laten rijden, terwijl het er had moeten zijn, vond ik wel lastig.

Toch moest ik iets proberen, dus ik stelde voor het nog een derde keer op te sturen naar een ander adres, of hij kon het bij ons afhalen.
Dit werd het laatste. De volgende morgen zou de klant er om 7 uur staan om zijn pakketje op te halen, zodat hij aan de slag kon.
Meteen ging het door mijn hoofd: dan komt hij niet voor niets.
Maar ook tegelijk een irritant stemmetje dat zei: dus het is 2 keer niet goed gegaan en nu wil je hem ook nog het evangelie gaan vertellen terwijl hij een uur naar je toe komt rijden.
Denk je echt dat hij daar blij van wordt?

Maar ja, dat stemmetje kun je gewoon het zwijgen opleggen, en dat deed ik dan ook.
De man kwam aan en ik gaf hem zijn pakketje.
Alstublieft meneer, nogmaals excuus voor deze moeite.
Geeft niks hoor, zei hij vol genade.
Ik gaf hem koffie en begon mijn gesprekje…
Naast de koffie heb ik ook nog heel goed nieuws.
Nieuwsgierig keek hij me aan en ik begon het evangelie te delen.
Nadat hij dit vol blijdschap aannam, zei hij…
Misschien heeft dit toch zo moeten zijn.
Dank U HEER!