Loslaten

Het loslaten van dingen die je vasthouden, is soms moeilijk. Stoer vertellen we anderen dat ze los moeten laten. Bijvoorbeeld, iemand kan niet vergeven, houdt de controle over alles en iedereen of leeft steeds in angst. ‘Laat gewoon los, joh.’ ‘Vergeef nu gewoon, dat vraagt de Bijbel.’ We voelen de last niet die de ander draagt en geven advies. Tot het moment dat we zelf ergens tegenaan lopen. Ineens belemmert het enorm je bewegingsvrijheid en voel je letterlijk een last op je schouders drukken.

Laat los en je zult losgelaten worden Lucas 6:37b

Jaren terug zei een vriend tegen mij: ‘Laat gewoon los, je moet geen controle proberen te houden. In de Bijbel staat: ‘Laat los en je zult losgelaten worden.’ ‘Oh ja’, was mijn antwoord, alsof ik het begreep. ‘Geen idee wat het betekent’, was mijn gedachte. Maar de angst dom over te komen, belemmerde mij te vragen hoe dit dan bedoeld werd.

Ineens begreep ik het laatst door een voorbeeld wat de Heer in mijn gedachte bracht. Een vriend van ons heeft twee huizen gehuurd. Eén ervan kan eigenlijk niet leeg staan. Wanneer het leeg zou staan, zou er grote kans zijn dat er zou worden ingebroken. Dit was de reden dat hij erin ging wonen. Zijn gezin woonde een paar dorpen verderop. Ik was verbijsterd toen ik het hoorde. ‘Man!, je materialen worden misschien niet gejat.. maar je gezinsleven is dat al. Gewoon gestolen!’

In onze buurt hoorden we ook veel over inbraken. Ineens pakte het mij en mijn man. Een bepaalde angst overviel ons. Het drukte op ons. Wat moesten we beter beveiligen en wat moest anders worden bewaakt? Het greep me letterlijk naar mijn keel en ik voelde een enorme stress. Mijn vrede was al gepikt en de onrust drukte op mijn schouders.

Ineens besefte ik dat ik iets had vast gepakt wat niet van mij was. Ik ben niet in staat om ons voor kwaaddoeners of inbrekers te behoeden. Alleen de Heer kan dat. We spraken erover met elkaar. Waarom voelen we stress? De Heer beschermt ons. ‘Ja’, zei onze jongste, ‘waar ben je bang voor? Mama zegt zelf altijd dat er duizenden engelen op ons pad staan.’

‘Heer, dank U dat U ons beveiligt. Dank U dat ik los kan laten en meteen losgelaten word. Dank U dat Uw juk zacht is en Uw last licht en dat U mij leert geen zorgen te maken.’

Laat los en je gevangenis gaat open

‘Werp al je zorgen op Hem (JEZUS), want Hij zorgt voor u. ‘ 1 Petrus 5:7

Zomaar een ontmoeting

Zondag 21 maart vandaag. Een dag om uit te slapen. De dienst begint om 12.30 en ik zet mijn wekker om 9 uur. Ik hou ervan veel van de dag mee te krijgen en langer uitslapen vind ik zonde van mijn dag. Ik dut nog heel even door en bedenk wat ik deze dag zou willen doen. Even tijd voor mezelf lijkt me fijn en daarin tijd voor de Heer. Ik weet dat wanneer ik in Zijn schuilplaats zit, de meeste energie ontvang. Wanneer ik Zijn woorden hoor of lees, vult vrede mijn hart.

Ik denk na over de afgelopen week, waarin we een nieuwe wereld in zijn getrokken. Een wereld waar angst heerst over Covid 19. Waarin de wereld een soort vertraging heeft gekregen. Uitdrukkelijk door de overheid gevraagd is, elkaar niet te bezoeken en zeker niet aan te raken in verband met besmettingsgevaar.

Op het moment dat ik beneden kom, zit mijn jongste kind er al. ‘Mam, zullen we naar het bos gaan?’ Daar gaat mijn tijd met de Heer denk ik.. Hij had het de avond ervoor al gevraagd en ik zeg meteen ‘ja’. De hele week had ik me naar dit kind schuldig gevoeld door de drukte in ons bedrijf. Mijn jongste moest net als alle andere kinderen maar thuis leren en mijn week was overvol geweest. Enorm dankbaar voelde ik me dat alles doordraaide, maar het gevoel om mijzelf in vieren te moeten delen, matte mij af.

In het bos aangekomen, genieten we enorm van fluitende vogels, van mijn zoons mankracht die hij overvloedig laat zien en van zomaar ineens een tak bloesem tussen het nog dorre winterbos.

bloesem in een dor winterbos

We lopen rinchting uitgang als een meneer ons aanspreekt met een doemscenario. ‘Weet u wel wat er gaat komen met deze 1.5 meter? Er komt een gigantische crisis door dit alles. Over 2 jaar is die crisis nog veel erger. Ik kom uit de brandhaard nu die in Brabant is. Vreselijk daar. Kan niet meer normaal over straat. Ik ben zo’n beetje hierheen gevlucht.’ Ondertussen had de meneer bij iedere zin tics in zijn gezicht. ‘Trouwens’, zegt hij;, ‘Het kan mij verder niet schelen als ik dood zou gaan. Dan moet de sociale dienst mijn rommel maar opruimen’, zegt hij lachend. ‘Ik heb toch niemand meer.’

Pijn voel ik voor die man en ik vraag voorzichtig of hij ook gelooft. Hij begint hard te lachen en haalt een kaartje uit zijn zak, Jezus erop afgebeeld. ‘Ik geloof in een God die barmhartig schijnt te zijn, maar voor mij alles kapot maakte.’ ‘Gelooft u dat echt? ‘ ‘Ja’, zei hij . ‘Zoals je ziet heb ik Gilles de la tourette. Hierdoor werd ik vanaf mijn 3e jaar in een internaat geplaatst. Mijn ouders keken nooit naar mij om. Daar in het internaat werd ik met stokken geslagen en misbruikt. Op mijn 18e mocht ik weer thuis komen. Nou mooi niet, ik haatte mijn ouders. Nu hoefde het niet meer. Ik geloof dat ze rechtstreeks naar de hel zijn gegaan toen ze dood gingen.’

‘Wat een moeilijk leven heeft u gehad meneer. Wat erg. Ik geloof dat de Heer Jezus met innerlijke ontferming over u bewogen is.’ Hij keek me aan.. ‘Ja, denk je dat?’ ‘Ja echt meneer.’ Hij lachte weer, vreugdeloos en ging verder over zijn weg in de schuldsanering, zijn werk in de haven en zijn diepe weg van alleen zijn.

‘Wat moet die jongen hier eigenlijk van denken’, vroeg hij? ‘Nou jongen’, vroeg ik mijn zoon., ‘wat vind je hiervan?’ En zoals wel vaker verraste mijn 12-jarig kind mij met de woorden: ‘Meneer de ellende is niet door God in de wereld gekomen! Het komt door de zondeval.’ ‘Oh ja’, zei de man. ‘De appel’.. ‘Inderdaad de appel. Maar Jezus is gekomen om u en mij te redden van die val’ vulde ik aan. ‘Wanneer u in Hem gelooft bent u gered. Dan geldt ook voor u de belofte van Psalm 91.’

‘Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten, die zal vernachten in de tent van de Almachtige. Die zal zeggen, mijn Toevlucht, mijn Burcht, mijn God op wie ik vertrouw.‘

‘Dan hoeft u niet bang te zijn.’

‘Zal ik met u bidden?’ Opnieuw lacht hij.. weer gaat zijn verhaal verder. Hoe hij misdienaar was en dat het leven nu wel lijkt op de plagen uit Egypte. Met sprinkhanen in Kenia en ziekte over de hele wereld. ‘Heeft u een Bijbel?’ vraag ik. ‘Ja’, is het antwoord.. ‘gratis gekregen’. “Wat mooi!’ ‘Ja he, dat vind ik ook mooi.’

Nog steeds op 1.5 meter afstand vraag ik of ik voor hem mag bidden. ‘Het is goed’, zegt hij. ‘U mag uw handen vouwen en ogen sluiten’, en na opnieuw een lach doet hij dat. Daar op het bospad van de Grebbeberg, waar jaren geleden oorlog werd gevoerd, lijkt nu de inwendige strijd voorbij te gaan. Ik vraag hem of hij Psalm 91 wil gaan lezen en hij schrijft in zijn agenda: ‘Bijbel lezen Psalm 91.’

Ik voel blijdschap voor deze ontmoeting.. ik geloof dat Jezus kwam voor iemand als deze man. Hij begroette me vrolijk, lachte nu oprecht en ging zijn weg verder.

‘Heer, zorgt u voor Tonnie?’

Perfectie..

Alles moet het liefst perfect. Huis op orde en dus spic en span. Zaak draait lekker, kinderen gaan goed, gedragen zich voorbeeldig! Leuke vriendinnen, die me altijd begrijpen. Manlief die me op handen draagt. Altijd een lach op mijn en zijn gezicht. Mijn haar zit goed, ook heel belangrijk! Zelfs als klein meisje toen mijn moeder mijn haar deed, mocht er niet één haartje scheef zitten. En niet te vergeten het eten moet lekker zijn en gezond. Eten ja.. daar ga ik uiteraard ook altijd goed mee om. Geen grammetje teveel suiker, niet te veel vet. Geen eetbuien meer. Gewoon perfect. Heerlijk perfect leven.. niks zit tegen. Een fantastische wereld lijkt me. Makkelijk ook. Geen gedoe. Geen vuiltje aan de lucht.

imperfect..

Het frustreert me wanneer ‘perfect’ niet lukt. Het moet dan beter. De volgende keer mag ik niet meer zo reageren, de volgende keer moet ik eerst nadenken voordat ik wat zeg, de volgende keer ga ik eerst in gesprek, de volgende keer weet ik dat ik geen stress hoef te voelen. De volgende keer zorg ik dat ik nog net voor de visite komt, de wc goed nagelopen heb, voordat er een vreemde naar toe gaat. Wat zullen ze wel niet denken met die druppel op de rand. De volgende keer zal ik meer invoelend zijn.

Enorm moe word ik soms van me zelf. Ik streef naar een perfecte wereld af en toe. Voor anderen ben ik milder dan voor mezelf. Zij mogen fouten maken, (al vind ik dat soms ook moeilijk) maar mijn eigen fouten straf ik af. Kom op Lies, denk je nu echt dat mensen dit van jou accepteren? Het had beter gekund! Teveel gegeten, nu op dieet. Lelijk gedaan tegen Piet mijn man, nu door het stof. Ik blijf soms 40 keer sorry zeggen om het goed te maken.

Een ander woord voor perfectie is volmaaktheid. Volmaakt zijn en leven in een volmaakte wereld, met volmaakte mensen om je heen. Geen rimpels in je gezicht, putten in je benen of spataderen. Altijd liefde en vrede. Zoiets als wat ik al beschreef.

In het paradijs was het zo. Perfect. Volmaakt. Alles mochten we eten. Heerschappij over de aarde hadden we. Kleding was niet nodig. Een perfecte temperatuur. Geurende bloemen, vrede. Heerlijk. Van één boom mochten we niet eten.. goed te doen zou je zeggen, kan niet mis gaan.. en zelfs dat ene ging mis. Eva gaf Adam en ze aten.. het ging mis.. daar waar het volmaakt was, werd het onvolmaakt. Waar we afhankelijk van God waren, zochten we naar onafhankelijk zijn. Ik kan het zelf wel, alleen. Ik heb God niet nodig en de ander al helemaal niet.

‘En hoe vaak struikelen we niet allemaal! Wie nooit struikelt in het spreken kan zich een volmaakt mens noemen, die in staat is om zelfs het hele lichaam in toom te houden.’ Jakobus 3:2 

Steeds opnieuw besef ik dat ik het bloed van de Heer Jezus nodig heb. Degene die volmaakt is, is mijn redding.

Zonder Jezus zijn we verloren, is onze volmaaktheid achtergebleven in het paradijs. In Jezus zijn we gered van de vloek.. ,leven we nog in een onvolmaakte wereld en zijn geborgen in de volmaakte Redder.

Zou jij gered willen worden?

‘Heer, leer me afhankelijk te zijn van U. Genadig te zijn. Dank U voor Uw genade. Dank U dat Uw Woord zuiver is en me beschermt. Amen.

Verborgen rommel

‘Belijden we onze zonden, dan zal Hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad.’ 1 Johannes 1:9

Toen ik in China was, zag ik veel contrasten. Het ene gedeelte ziet er prachtig uit. Super strak, groene struiken en bomen, prachtige bloemen, gewoon alles netjes bijgehouden. In een straatje achter dit alles kan het ineens een enorm vervallen gebeuren zijn. Vieze straatjes, kapotte stoeptegels waar je in het donker bijna je nek breekt, rotte vis op de stoep, poep van de dieren enzovoort. Een beetje triest.

We liepen op een dag heerlijk te wandelen. Prachtig uitzicht vanuit Shenzhen naar Hongkong. Het was gewoon perfect. Zelfs muziek schalde door de luidsprekers in het parkje. Mensen vrolijk, lekker weer. Daar gaat een hek open.. Wat schetst mijn verbazing.. een enorme bende achter dit hek. Dit is typisch China, vind ik. Alles voor het eerste zicht is mooi bijgehouden. Maar o wee als je iets verder kijkt.

Zo kan het in ons eigen leven ook zijn. In je eigen huis waar alles er spic en span uit ziet. Maar dan trek je een kast open en kan er een enorme bende tevoorschijn komen.

Lang geleden toen onze oudste klein was, had hij de neiging om alles te laten zien aan de visite die kwam. Hij trok alle kasten open. Ik weet nog dat ik me naar schaamde toen zijn juf op visite kwam en hij met alle geweld zijn kamer wilde laten zien. Ik dacht: ‘Laat die rotzooi maar liggen, dat komt straks wel. Ze komt toch niet boven.’ Maar mijn lieve zoon had anders bedacht en wilde graag zijn kamer laten zien. Wat had ik graag de tijd even terug gedraaid en hem verteld dat hij de juf niet mee naar boven mocht nemen of in ieder geval had ik de rommel opgeruimd.

China opnieuw.. Een paar straten verder kom ik bij water. Net voor dat water keek ik in een enorme bende. Tussen de rommel zie ik ineens iets kleins bewegen. Het blijkt een duif te zijn. Een duif tussen de bende. Het is of de Heer tot mijn hart spreekt.. ‘Wanneer je Mij je rommel laat opruimen, dan is het echt weg. Je kunt het verstoppen, je kunt er deuren voor dichtdoen, of gewoon je ogen sluiten, maar je hebt mijn reiniging nodig.’

Een duif als symbool voor reinheid, tussen de rommel

God wil door Zijn zoon Jezus jou schoonwassen. Niet dat je eerst alles op gaat poetsen, om zo als een soort beter mens tot Hem te komen. Gewoon komen met al je rommel. Al stinkt het, ligt er meters stof, voel je schaamte en schuld, laat Zijn licht erop schijnen.

‘Hij heeft Zichzelf voor ons gegeven om ons van alle zonde vrij te kopen, ons te reinigen en ons tot Zijn volk te maken, dat vol ijver is om het goede te doen.’Titus 2:14 |

‘Heer, hier ben ik. Met al mijn rommel. Ik weet dat ik U nodig heb in alles. Dank U dat U voor al mijn rommel gestorven bent aan het kruis. Dat U mijn rommel weg hebt gehaald. Dank U Heer dat ik mijn rommelkasten open mag trekken. Kom met Uw licht en schijn!’

‘Maar gaan we onze weg in het licht, zoals Hijzelf in het licht is, dan zijn we met elkaar verbonden en reinigt het bloed van Jezus, zijn Zoon, ons van alle zonde.’ 1 Johannes 1:7 | NBV