We waren als familie uitgenodigd om een avond te komen bbq’en in een zorghuis. Mijn vader woont daar en er zouden veel familieleden van bewoners aanhaken. Met het hele gezin waren we compleet, inclusief mijn man. Er was een gemoedelijke sfeer. De bewoners, verzorgers en familieleden waren vrolijk. Het weer was goed, wat wil je nog meer? We zaten als gezin aan een ronde tafel en een echtpaar van een jaar of vijftig vroeg of het erbij mocht zitten. Natuurlijk mocht dat.

We kletsten over van alles en nog wat. Ze waren hier voor hun zus: de zus die op haar eenenvijftigste al in dit huis was beland. Ze verloor haar baan door vreemd gedrag en kwam in de schulden terecht. Later bleek dat ze dement was geworden, maar doordat ze al lang een soort kluizenaar was, had niemand dit echt door. Inmiddels was ze zover dat ze niets meer kon. Supertriest om te zien. De man vertelde dat hij zelf ziek was geworden en ook in een spannende tijd zat.
De hele avond had ik het idee dat ik ze het evangelie moest vertellen, maar soms moet je even wachten. Het moment kwam. Alle spullen werden opgeruimd en we kletsten nog even na. Ik begon te vragen of ze wisten dat God ook van hen houdt en een goed plan voor hun leven heeft.
Stomverbaasd keken ze me aan.
“Ja, weleens gehoord…”
Super! “Ik heb nog een hele directe vraag: stel dat je nu, op dit moment, zou sterven—ik hoop dat het nog even duurt—zou je dan zeker weten, zonder twijfel, dat je naar de hemel zou gaan?”
Geschrokken keken ze me aan. “Dat is wel een heftige vraag!”
“Ja, dat klopt,” zei ik, “maar we gaan allemaal een keer, hè?” Dat beaamden ze.
Ze wisten het niet zeker, maar hoopten het wel. Dus ik begon het evangelie uitgebreider te delen: dat het misging in het paradijs en dat daardoor alle mensen hebben gezondigd en Gods nabijheid missen. Het loon van de zonde is de dood.
Ze luisterden aandachtig.
Ik zegende hen met een gebed.
Toen kwam het moment van keuze: “Zouden jullie Jezus de Heer van je leven willen maken?”
Dat wilden ze wel en ze baden met mij mee.
De vrouw kreeg tranen in haar ogen en zei: “Wauw, dit is zo mooi. Ik ben zo blij hierom.”
Een knuffel erna… Wat bijzonder toch, iedere keer weer, om te zien hoe iemand wordt aangeraakt door de liefde van God.




