Verborgen rommel

‘Belijden we onze zonden, dan zal Hij, die trouw en rechtvaardig is, ons onze zonden vergeven en ons reinigen van alle kwaad.’ 1 Johannes 1:9

Toen ik in China was, zag ik veel contrasten. Het ene gedeelte ziet er prachtig uit. Super strak, groene struiken en bomen, prachtige bloemen, gewoon alles netjes bijgehouden. In een straatje achter dit alles kan het ineens een enorm vervallen gebeuren zijn. Vieze straatjes, kapotte stoeptegels waar je in het donker bijna je nek breekt, rotte vis op de stoep, poep van de dieren enzovoort. Een beetje triest.

We liepen op een dag heerlijk te wandelen. Prachtig uitzicht vanuit Shenzhen naar Hongkong. Het was gewoon perfect. Zelfs muziek schalde door de luidsprekers in het parkje. Mensen vrolijk, lekker weer. Daar gaat een hek open.. Wat schetst mijn verbazing.. een enorme bende achter dit hek. Dit is typisch China, vind ik. Alles voor het eerste zicht is mooi bijgehouden. Maar o wee als je iets verder kijkt.

Zo kan het in ons eigen leven ook zijn. In je eigen huis waar alles er spic en span uit ziet. Maar dan trek je een kast open en kan er een enorme bende tevoorschijn komen.

Lang geleden toen onze oudste klein was, had hij de neiging om alles te laten zien aan de visite die kwam. Hij trok alle kasten open. Ik weet nog dat ik me naar schaamde toen zijn juf op visite kwam en hij met alle geweld zijn kamer wilde laten zien. Ik dacht: ‘Laat die rotzooi maar liggen, dat komt straks wel. Ze komt toch niet boven.’ Maar mijn lieve zoon had anders bedacht en wilde graag zijn kamer laten zien. Wat had ik graag de tijd even terug gedraaid en hem verteld dat hij de juf niet mee naar boven mocht nemen of in ieder geval had ik de rommel opgeruimd.

China opnieuw.. Een paar straten verder kom ik bij water. Net voor dat water keek ik in een enorme bende. Tussen de rommel zie ik ineens iets kleins bewegen. Het blijkt een duif te zijn. Een duif tussen de bende. Het is of de Heer tot mijn hart spreekt.. ‘Wanneer je Mij je rommel laat opruimen, dan is het echt weg. Je kunt het verstoppen, je kunt er deuren voor dichtdoen, of gewoon je ogen sluiten, maar je hebt mijn reiniging nodig.’

Een duif als symbool voor reinheid, tussen de rommel

God wil door Zijn zoon Jezus jou schoonwassen. Niet dat je eerst alles op gaat poetsen, om zo als een soort beter mens tot Hem te komen. Gewoon komen met al je rommel. Al stinkt het, ligt er meters stof, voel je schaamte en schuld, laat Zijn licht erop schijnen.

Hij heeft Zichzelf voor ons gegeven om ons van alle zonde vrij te kopen, ons te reinigen en ons tot Zijn volk te maken, dat vol ijver is om het goede te doen.’Titus 2:14 |

‘Heer, hier ben ik. Met al mijn rommel. Ik weet dat ik U nodig heb in alles. Dank U dat U voor al mijn rommel gestorven bent aan het kruis. Dat U mijn rommel weg hebt gehaald. Dank U Heer dat ik mijn rommelkasten open mag trekken. Kom met Uw licht en schijn!’

Maar gaan we onze weg in het licht, zoals Hijzelf in het licht is, dan zijn we met elkaar verbonden en reinigt het bloed van Jezus, zijn Zoon, ons van alle zonde.’ 1 Johannes 1:7 | NBV

Sorry!

Toen onze oudste zoon klein was, keek hij regelmatig het programma Koekeloere. Daarin speelde een mol die Moffel heette en een pier die Piertje heette. Ze maakten van alles met elkaar mee en soms deden ze elkaar pijn. Ze zongen dan een liedje: ‘Sorry, sorry, deed het pijn? Zullen wij weer vriendjes zijn? Ik vind het naar als je huilen moet, ik vind het toch zo naar als jij zo huilen moet.’ Ik was aan het nadenken over ‘sorry’ en moest aan dit liedje denken. ‘Sorry, deed het pijn?’

Je kunt sorry zeggen om er snel vanaf te komen. ‘Ja hoor.. nou als jij het zo vervelend vindt, sorry dan.’ Of gewoon om dan toch nog wat van de ander voor elkaar te krijgen wat je wilde en nu niet meer kreeg. Een kind bijvoorbeeld. Het zou iets leuks krijgen als beloning van een klusje wat gedaan moet worden. Het klusje gebeurt niet, maar het kind wil wel graag de beloning. Het roept: ‘Sorry ik was het vergeten of ja sorry, ik wilde het nog gaan doen.’

Ook hebben we soms de neiging de schuld bij de ander te leggen. Ik weet dat ik een tijdje terug wat was vergeten om te doen. Pieter, mijn man had me het gevraagd. Ik was het vergeten. Ik vond dat ik daar allerlei redenen voor kon geven om niet te erkennen dat het bij mij lag. Hij vroeg: ‘Waarom heb je niet gedaan wat ik je vroeg?’ Ik zei: ‘Sjonge zeg.. net of jij nooit iets vergeet. En trouwens weet je hoe druk ik was!’ Excuses om geen sorry te hoeven zeggen. Niet erkennen dat ik het niet goed had gedaan. Een stuk trots hield mij tegen om te erkennen dat ik iets vergeten was.

David zwijgt in Psalm 32 over zijn fouten. Hij zegt dat hij er ziek van werd. Psalm 32:3 ‘Eerst zweeg ik over mijn fouten. Ik werd ziek, ik huilde de hele dag.’ Wanneer we iets niet oplossen, gaat het op ons drukken. Het wordt zwaar. Gewoon vertellen tegen elkaar en tegen God. ‘Ik heb het niet goed gedaan. Sorry.. !’ ‘Het spijt mij dat ik je teleurgesteld heb.’ ‘Ik vind het echt erg dat ik gelogen heb.’ (Er bestaan geen leugentjes om bestwil op lange termijn.) ‘Het spijt mij dat ik je broek ben vergeten op te halen bij de stomerij.’ ‘Sorry dat ik je voor schut zette op die verjaardag.’ ‘Ik vind het echt vervelend voor je dat ik onze trouwdag ben vergeten. Ik ga ervoor zorgen dat het niet meer gebeurt. Wil je me er anders aan herinneren?’ ‘Het spijt me dat ik mijn werk voorop heb gezet.’ Gewoon bekennen, alle kleine en grote dingen en er kan verandering komen in relaties. Nu pas kan ik het loslaten. Ik heb nu echt gezien dat haar ‘sorry’ echt was. Ik geloof dat ze er echt spijt van heeft.

Psalm 32:5 ‘Toen vertelde ik U over mijn fouten, ik zweeg niet langer over mijn schuld. Ik zei eerlijk wat niet goed was, en U hebt me alles vergeven.’

Vaak lijken het hele kleine dingen die juist zeer doen en waar een SORRY voor nodig is. Ik geloof dat als we kunnen kijken naar waar we zelf sorry voor mogen zeggen, daar verantwoordelijkheid voor nemen, het een sleutel is in herstel van relaties. Geen uitvlucht meer, maar erkennen en sorry zeggen. De ander zal dan makkelijk ook sorry kunnen zeggen. En stel dat het niet gebeurt, dan nog heb je jouw stuk opgeruimd.

De Bijbel gaat nog een beetje verder dan sorry zeggen als je iets niet goed hebt gedaan naar een ander. In Mattheüs staat zelfs dat je het goed moet gaan maken met iemand die boos op je is. Ik heb dat weleens gehad. Iemand had iets tegen mij. Ik dacht: ‘Tja.. ik kan daar toch niets aan doen? Als de persoon wat tegen mij heeft, moet die maar naar mij toekomen.’ In Mattheüs 5 vers 23 staat: ‘Stel dat je in de tempel komt om een offer aan God te geven, en dat je dan opeens bedenkt dat een ander boos op je is. Laat dan je offer bij het altaar achter. Ga eerst snel naar die ander en maak het goed. Daarna kun je terugkomen om je offer te brengen.

Kijk eens naar programma’s als: ‘De rijdende rechter,’ Bonje met de buren’ en ‘Het familiediner.’ Stel je eens voor dat ze sorry hadden gezegd voor hun eigen stuk, zouden deze programma’s dan bestaan?

Het kan als zalf werken voor iemands hart wanneer we sorry zeggen. Genezing voor een pijn die er lang of kort zit. Sorry! Ik deed je pijn. Ik zet mijn trots opzij, maak me klein voor jou, omdat jij het waard bent. Onze relatie staat boven alles.

Het is echt niet gelijk voorbij wanneer er sorry wordt gezegd. Stel dat een persoon vertelt dat hij vreemd is gegaan, of stel dat iemand over je geroddeld heeft, of stel dat iemand je financieel tekort heeft gedaan.. het wordt erkend en sorry gezegd.. Dan is dat de eerste stap naar herstel. Wegstoppen en uitvluchten verzinnen maakt meer kapot dan je lief is. ‘Sorry, ik wilde je geen pijn doen.’

Tegenspoed

‘In tegenspoed geduldig’, werd er gezegd toen we trouwden. Volmondig zei ik ja. Natuurlijk zou ik blijven staan in mijn huwelijk, wat er ook gebeurde. Ik had geen idee wat tegenspoed was. Verschillende dingen had ik mee gemaakt in mijn leven, maar tegenspoed? Ik kon nog niet benoemen wat tegenspoed was.

Wat is tegenspoed eigenlijk in andere woorden? Er staan woorden als: desillusie, pech, tegenslag, teleurstelling, tragedie, onheil, ramp, leed. Geduldig in desillusie in pech etc.

Bij ons kwam er tegenspoed toen Pieter (mijn man) ziek werd. Zijn huid begon los te laten. Als kind had hij eczeem en daar was hij overheen gegroeid. Nadat onze oudste ongeveer twee was, begon de binnenkant van zijn hand kapot te gaan. Erger en erger werd de ziekte en de artsen omschreven het als een auto-immuunziekte. Dat hield in dat zijn lichaam zich tegen zijn huid keerde, zoals ze dit omschreven. Ontstekingen, pijn en jeuk werden een terugkerend patroon. Maandenlang niet of nauwelijks slapen. Depressie tot gevolg. Hij vertelde me soms liever niet meer te willen leven. Het leven was ondragelijk geworden. Leven werd overleven.

Pieter:
Ik kwam terecht bij de specialist; Die zei: ‘Ik ben de specialist, de oudste van dit ziekenhuis, maar dit heb ik in mijn leven nog niet gezien. Deze auto-immuunziekte geeft dat je lichaam je huid afstoot.’ ‘t Is de pijn dokter, – heeft u iets om het te onderdrukken?’ ‘Ik ga je teer voorschrijven, licht en donker, hormonaal behandelen ga ik je en verband geven. Vet, stinkend moet je het hergebruiken, zonder het te wassen.’

In de Bijbel staat ook een verhaal. Het verhaal van Job. Job schreeuwt het uit naar God. Hij vindt het niet terecht dat hij dit mee moet maken. Eerst verliest hij al zijn kinderen en zegt hij in Job 1:21 ‘De Heer heeft gegeven en genomen, de Naam van de Heer zij geloofd!‘ En daarna verliest hij nog meer. Zijn vrouw zegt: ‘Zegen God en sterf.’ Zijn vrienden beschuldigen hem van van alles en zeggen dat God hem straft. In Job 6:57 zegt Job ‘Ik schreeuw het uit van pijn, zoals een bang dier schreeuwt van honger. Ik wil dit lijden niet meer. Het is afschuwelijk! Het is net als met eten waar geen smaak aan zit. Dat mag je toch ook weigeren?‘ Eén van zijn vrienden weet het zeker waardoor Job ziek is en zegt in 15:17-18: ‘Luister Job, ik zal het je uitleggen, ik zal je vertellen wat ik weet. Mijn woorden komen van wijze mannen en zij hebben ze weer van hun voorouders gehoord.’ Zo hier kan Job niks tegenin brengen. Wijze mannen en die hebben het van hun voorouders gehoord. Zijn andere vrienden hebben nog veel meer aanklachten.

Goede raad komt er van mensen die het goed met je bedoelen. Of van mensen die het minder goed bedoelen. Soms vrienden. Je bent ziek, hebt het moeilijk en er komt een advies. Stel dat je het niet opvolgt.. tja dan is het je eigen schuld. Had je maar moeten luisteren. Moeilijk als je zwak bent. De pijn die er al is, dan de adviezen en mensen die verdwijnen. Het is moeilijk om te blijven staan in tegenspoed. Als je weer een afspraak af moet zeggen omdat je zwak bent.

Pieter: ‘Het zuchtje wind wat ooit mijn huid streelde, voelt nu als brandnetels. Ooit klopte het hart onhoorbaar nu boven het suizen in m’n oren. M’n lymfen pompen op leven en dood en circuleren bloed door een uitgemergelde fabriek die het lichaam nog is. Dan is er nog de overweldigende zwakte, mensen die terugdeinzen, je ziet ze niet meer.’

In tegenspoed kun je een paar dingen doen. Of je roept het uit naar God. Je wordt boos op alles en iedereen en vooral op God of je berust erin. Piet geloofde nergens meer in, zei hij. Totdat er een man op zijn pad kwam. Pieter vertelt dat hij zei: ‘Oh God als U er bent, help mij.’ Dan komt de priester en de leviet voorbij, broederlijk steken zij over. Dan komt daar die sportleraar. ‘Zal ik voor je bidden?’ Door alles en m’n huid in de steek gelaten, kan ik niet anders: ‘Ja doe, dan maar.’ Een normale man die spreekt tegen Iemand die hij kent. Een nacht en door ‘Ik ben’ – ben ik genezen. Dan begint de zoektocht waarvan ik het einde ken. Hij leerde God kennen door zijn tegenspoed. Een zoektocht..

Ik wens niemand tegenspoed… en toch.. soms leert het je zoveel. in Romeinen 5:3-4 staat: ‘We prijzen onszelf gelukkig onder alle ellende. Omdat we weten dat de ellende tot volharding leidt. Volharding tot betrouwbaarheid en betrouwbaarheid tot hoop.‘ Is alle ellende voorbij als je God kent? Nee. Je hoeft het niet meer alleen te doen. De hemelse Vader houdt Zijn wacht over je. Er komt een nieuwe hoop.

Romeinen 8:33-39

God heeft ons uitgekozen. Wie kan ons dan nog beschuldigen? God spreekt ons vrij van elke schuld. Wie zou ons kunnen veroordelen? Christus Jezus is immers voor ons gestorven! Wat nog belangrijker is: Hij is uit de dood teruggekomen en zit aan de rechterhand van God, waar Hij voor ons opkomt. Wat kan ons ooit van de liefde van Christus scheiden? Onderdrukking? Nood? Vervolging? Honger? Ontbering? Gevaar? De dood? Wij lezen in de Psalmen: ‘Ter wille van U zijn wij voortdurend in levensgevaar, wij worden beschouwd als slachtschapen.’ Maar onder al die omstandigheden hebben wij, dankzij Hem die zoveel van ons houdt, de overwinning! Ik ben ervan overtuigd dat niets ons kan scheiden van Gods liefde. De dood niet, het leven niet, engelen niet, bovenaardse krachten niet, de dingen van vandaag niet, de dingen van morgen niet. Nee, er is geen enkele kracht die dat kan. Hoe hoog we zijn gestegen of in welke diepte wij ons ook bevinden, niets in de hele schepping kan ons scheiden van Gods liefde, die ons gegeven is in Christus Jezus, onze Heer.


Roddel

‘Heb jij gehoord van die en die? Hij schijnt weg te zijn bij zijn vrouw.’ ‘Echt?’ ‘Ja, maar ze was ook altijd weg, volgens mij. Ik kan me voorstellen dat je dan gaat lopen.’ ‘Of weet je al dat die en die een kind heeft? Volgens zeggen kon dat helemaal niet. Nou ik weet het ook niet hoor.’ ‘Die en die heeft alweer een nieuwe auto, zou hij een vreemd handeltje hebben?’ ‘Deze mensen, die hebben gewoon een groot probleem hoor, anders ga je niet weer weg.’ Enzovoort, vul maar in wat je weleens zegt. ‘Nee, gaan ze weer verhuizen?’

Een paar voorbeelden van kletspraat. Van iemand in een kwaad daglicht zetten. Van smaad, van praatjes de wereld ingooien.

‘Zullen we samen een bakkie doen?’ Een vriendin belt me op. ‘Gezellig! Zullen we gaan voor alleen een bakkie of zullen we de lunch ook doen?’ Kletsen en eten. Heerlijk! Lekker bakje muntthee is altijd na koffie mijn favoriet. Nee, niet het zakje honing in mijn thee, dat vind ik niet lekker. Ik lepel het lekker op. Het heeft al veel verbaasde blikken opgeleverd. ‘Wat doe jij nou met die honing?’ Ik doe er net even iets anders mee als jij.

Heb je het gehoord?

Vaak denken we te weten wat iemands motief is. In plaats van het de persoon te vragen, gaan we erover praten. ‘Nou belachelijk dat ze me niet meer terug appte, ze had er gewoon geen zin in. Ze negeert me steeds en wil zelf controle houden.’ Dit is iets wat je zou kunnen zeggen. Je denkt soms iemands hart te kennen en daarbij zijn of haar motieven. Ik leer dat ik zelfs de motieven van mijn man en kinderen niet WEET als ik ze niet heb gevraagd, en dus alleen maar af kan gaan op wat ze me vertellen. Zelfs mijn eigen hart is niet altijd te volgen. Bijzonder dat we dan denken het wel voor een ander te weten.

Ook ik kon soms roddelen over anderen. De Bijbel zegt dat het is als een lekkernij… Dus een gebakje, zak borrelnoten, reep chocola. Wat jij een lekkernij vindt, dat is roddel. ‘De woorden van een lasteraar zijn als lekkernijen, ze glijden immers af naar de schuilhoeken van ons hart.’ Spreuken 18:8. ‘Zo mensen, vandaag krijgt u een ander koekje dan normaal. We gaan een high tea organiseren met lasterpraat. Wie zullen we eerst opeten?’ In Galaten 5:15 staat: ‘Indien je echter elkaar opeet, ziet dan toe dat je niet door elkaar verslonden wordt.‘ Ik ben aan het leren om net als met een koekje te zeggen: ‘Nee dank je! Ik sla even af. Ik hoef je koekje niet.’ Soms als ik last heb van jaloezie, van onzekerheid van of boosheid, dan kan ik nog weleens in de kuil van roddel stappen. Op korte termijn geeft het een goed gevoel. Je lijkt beter te zijn dan die ander.. ‘Neeeee, ik zou zoiets nooooit doen..’ Op langere termijn zet het je gevangen. De reden dat het je gevangen zet is, omdat je niet meer open naar de persoon kunt communiceren. Je hebt iets over iemand gezegd en hoopt dat het niet uit komt. Dat diegene er niet achter komt. ‘Het hart van de rechtvaardige overweegt, wat hij zal antwoorden, maar de mond der goddelozen stort boosheden uit.

Ik heb meegemaakt dat erover mij gepraat werd. Erg veel zelfs. Pijnlijk om mee te maken. Je weet niet wat ze allemaal vertellen. Ook niet wie de bron van het gerucht is. Je voelt dat het gebeurt en wordt wantrouwend naar iedereen. Bij verschillenden wist ik het zeker. Ze vluchtten bijna als ik ze tegenkwam. Ze kunnen je niet meer recht aankijken. Mijn hart wilde wraak. Ik voelde me zo klein. Ik durfde niet meer goed het dorp in en werd erg onzeker. Wat dachten mensen te weten? Wat werd erover mij verteld? Waarom kwamen mensen niet naar me toe om te vragen wat er waar was? Zou ik dat zelf doen? Ik had de neiging om degene wie ik dacht dat de bron was ter verantwoording te roepen. Waarom doe je dit? Of het terug te gaan doen.. Die persoon in een niet al te zonnig daglicht te zetten uit wraak. In Spreuken 26:4 staat: ‘Antwoord de zot niet naar zijn dwaasheid, opdat je niet aan hem gelijk wordt.’ Ik kon het dus niet zelf gaan oplossen. En wachtte op een moment dat het zou stoppen. Het leerde me hoe kwetsbaar ik ben. Hoe moeilijk het is, als je naam wordt gelasterd en je niets kunt doen om het te stoppen! Hoe dingen overal naartoe dwarrelen en je nooit alles meer op kunt halen. Ook leerde ik dat God zegt: ‘Zorg goed voor Mijn schepsel, anders kom je aan Mij, de Schepper.’ Wanneer we mensen belasteren en bekritiseren, dan komen we aan de Maker.

Het grappige van roddel is, dat je iemand zoekt waar je het kwijt kan. Op de een of andere manier voel je het aan wanneer iemand ervoor open staat. Maar Spreuken 26:30 zegt: ‘Waar geen hout is, dooft het vuur. Waar geen lasteraar is, komt de twist tot rust.‘ Dus wanneer je er niet voor open staat, zal het vuur geblust worden.

Er worden wonden gemaakt met roddel. Spreuken 12:18 zegt: ‘Er zijn er wier gepraat werkt als dolksteken, maar de tong der wijzen brengt genezing aan.’ Een mes in je rug, zo zal menigeen het verwoorden, vooral wanneer een vriend over hem roddelt. Het voelde veilig, en dan wordt er een mes getrokken en in je rug gestoken. Zelfs al wordt het mes verwijderd, dan nog blijft het een gevoelig litteken. Laten we mensen zegenen in plaats van vervloeken. Durf eens te vragen aan de persoon of het waar is, of je kunt helpen. Durven we bij ‘Heb je het al gehoord?’ te zeggen: ‘Nee dank je, ik wil het niet horen.’ Moeilijk maar haalbaar. ‘Wie een overtreding bedekt, jaagt liefde na; maar wie een zaak ophaalt, brengt scheiding tussen vrienden.’ Spreuken 17:9 En ‘Een vals karakter zaait voortdurend tweedracht, een lasteraar drijft vrienden uit elkaar.’ Spreuken 16:28. Oef, wat een pittige teksten hè? Ben je dan vrij? Laten we waken over onze mond. Over ons hart in eerste instantie. Wees wijs en praat met elkaar als er iets is en niet over elkaar. Er is moed voor nodig dit te doen. Het kan een enorme drempel zijn. Maar juist door openlijk te praten en de boel op tafel te leggen, de bittere koekjes ook te eten, zeg maar, dan komt er genezing. Je krijgt een vrijheid met iedereen te praten, omdat je vrij bent!

Behoed dan je tong voor het kwaad,
je lippen voor woorden van bedrog.’ Psalm 34:14

GEBED: ‘Zet, HEER, een wacht voor mijn lippen;
Behoed de deuren van mijn mond,
opdat ik mij, tot genen stond,
iets onbedachtzaams laat’ ontglippen.’ Psalm 141

Bemoedigende woorden?

‘Dood en leven zijn in de macht van de tong. Wie hem liefheeft zal de vrucht ervan eten.’ Spreuken 18:21

Woorden kunnen opbouwen en afbreken. Op iemand neerkijken of verhogen. Respect tonen of juist niet. Minachting zorgt voor leegte, waardeloosheid. Liefde houdt hoog en geeft respect, geeft waarde. Welke woorden spreken we uit? Brengen ze dood? Of leven?

Wat zaai jij op je werk, je school, je huwelijk, je gezin?

Ik wilde heel graag dat mijn man woorden van leven over mij sprak. Dat hij mij zou verhogen het liefst in het openbaar. Waarde gaf waar ik naar verlangde. Hoe een geweldige vrouw ik wel niet was enzo. Ik vroeg dit vaak door onvrede heen. Dat ging ongeveer zo. Een soort stoomlocomotief dendert door het huis en puft dat ze alles alleen moet doen en altijd de zorg voelt voor alles en iedereen. ‘Sjonge, als jij nu ook eens zag wat ik allemaal doe, welke ballen ik in de lucht moet houden.’ Dat zei ik niet altijd hardop, maar ik liep wel door het huis heen te stampen, af en toe gooide ik het voor zijn voeten. Piet vroeg soms: ‘Wat is er? En daar kwamen de verwijten. ‘Ik moet alles hier alleen doen en altijd dit en dat.. ‘ Onvrede verwijt en afbrekende woorden vlogen mijn mond uit in de hoop hem ertoe te laten inzien wat ik allemaal wel niet deed voor ons gezin. Hij reageerde dan enorm afwijzend. Ik voelde me vervolgens alleen en zei hem dat ik nu behoefte had aan een knuffel. Hij keek me aan of hij water zag branden en zei: ‘Ik kijk wel uit om een cactus te knuffelen. Dat zie ik niet zitten. Die dingen steken en er blijft vaak een stekel ergens hangen.’ Ik wist dat hij gelijk had. Ik had met woorden afgebroken. Niet alleen hem, maar mijn huwelijk.

Ik oogstte rotte vruchten die ik zelf had gezaaid.

Ik oogstte rotte vruchten.

In Samuël 6 staat ook een verhaal. De ark komt terug naar Israël en David begeleidt de stoet. In vers 14 staat: ‘David huppelde uit alle macht voor het aangezicht van de Heer en David was gekleed in een linnen hemd.’ Toen gebeurde het dat Michal zijn vrouw, de dochter van Saul, de vorige koning door het raam naar beneden keek en David zag huppelen en springen en zij verachtte hem in haar hart.

Nou ja, niks aan de hand zou je zeggen.. het was alleen maar in haar hart en meer niet. Hebben we allemaal weleens last van. Er komt iets op in je hart. En dan de vraag: wat doe je ermee? Michal stond het toe.. en waar je hart vol van is, loopt je mond van over..

David komt thuis om zijn huis te zegenen staat er. Hij had het volk nog wat te eten gegeven voor ze naar huis gingen. En Michal komt hem tegemoet. Het eerste wat ze hem zegt is dit: ‘Wat zal de koning van Israël vandaag geëerd zijn. Hij heeft zich vandaag voor de ogen van de slavinnen en de dienaren uitgekleed. Als een landloper. ‘ En in plaats van te zegenen waar hij voor thuis kwam sneert hij terug: ‘Voor het aangezicht van de Heer, die mij uitgekozen heeft boven jouw vader en boven heel zijn huis (jou, Michal dus ook) door mij aan te stellen als een vorst over het volk van de Heer, over Israël, ja voor de Heer heb ik gehuppeld.’ AFBRAAK en dood door woorden.

Ik schets even een scenario.. David komt thuis om zijn huis te zegenen. Hij kijkt ernaar uit zijn vrouw weer te zien en haar te vertellen van zijn avonturen onderweg. Hoe ze onderschat hadden hoe heilig God is, waardoor er iemand stierf onderweg. Hoe blij hij was dat ze de ark weer terug hadden, waardoor hij zich uitbundig had gedragen en gehuppeld had voor de Heer. Michal zou glimlachend naar hem kijken, Vol liefde en blij dat haar man weer thuis is. Ze kent zijn impulsieve buien en weet dat hij het niet doet om zich oneerbaar te gedragen. Ze zegt: ‘Wat mooi dat je zo vol glorie voor de Heer kon dansen en springen. Ik heb lekker voor je gekookt. Een bad voor je gemaakt.’ David zou zijn gezin zegenen en iedereen is opgebouwd.

Dit klinkt ideaal toch?

Het kan echt. Wanneer je zoekt naar het beste van elkaar, dan bouw je op. Mijn man bouwt mij op. Hij vertelt hoe waardevol hij mij vindt en hoeveel hij van me houdt. Hij zoekt naar het beste voor ons huwelijk en voor zijn gezin. Ik zoek naar het beste voor hem en bouw hem op met woorden en mijn houding. Samen zoeken we naar het beste voor ons gezin en onze omgeving. We danken elkaar voor alles. We bouwen elkaar op, bemoedigen met woorden en daden. Soms kan er een bitter worteltje in je hart opschieten. Trap ik die dood of laat ik hem groeien tot een giftige plant?

Dood en leven zijn in de macht van de tong … Bouw jij op of breek je af?