Net voor sluitingstijd…

Samen met Joke ging ik een hapje eten in een mooi restaurant met fijne gerechten. Het was lang geleden dat we elkaar echt in real life hadden gesproken, naast de spaarzame spraakberichtjes. We hadden zoveel te vertellen dat het al snel laat werd. Het restaurant liep leeg, maar wij maakten nog steeds geen aanstalten om te vertrekken. Het voordeel was dat we een vijf-gangen verrassingsmenu hadden gekozen, en dat moest natuurlijk wel afgemaakt worden. Het personeel leek ons daardoor ook niet weg te kijken.

Uiteindelijk kwam toch het moment van vertrek. Bij de uitgang waren nog een dame en een heer aanwezig. De heer rekende met ons af, en ik stelde hem de vraag of hij wist dat God van hem hield en een geweldig plan voor zijn leven heeft. Verbaasd keek hij ons aan en vertelde dat hij dat weleens had gehoord. Zijn vrouwelijke collega keek vrij cynisch naar ons. Ook haar stelde ik daarna dezelfde vraag.

Gezichten zijn soms echt goud waard, maar zeggen niet altijd de uitkomst. Vaak laten we ons tegenhouden door een gezichtsuitdrukking. Maar het is namelijk niet wat de mens ziet, want de mens ziet aan wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan (1 Sam. 16:7b). In het hart gebeurt van alles wat wij niet zien. Ook zeggen mensen regelmatig dingen vanuit pijn. De vrouw zei bijvoorbeeld: “Oh, geloof? Dat ken ik wel hoor, ik heb in zo’n dorp gewerkt…”

Ik ging gewoon verder met vragen stellen. “Stel dat je zou sterven, zou je zeker weten dat je naar de hemel gaat?” Beiden dachten naar de hemel te gaan omdat ze goede daden hadden verricht: nooit iemand kwaad gedaan, en dat soort dingen.Ik legde uit wat de Bijbel zegt: dat we allemaal zonden hebben gedaan en daardoor de nabijheid van God missen. Dat zonde scheiding maakt tussen ons en God. Ik zei: “Voordat we nu gaan, willen we jullie even zegenen.” En ik bad een zegen over hen uit. Zo mooi om te zien dat mensen zo blij worden wanneer je voor ze bidt.

Toen de keuze… “Als jij het geschenk van eeuwig leven, het geschenk van Jezus’ offer wil aannemen, bid ons dan hardop en met je hart na.” Dat deden ze. Beiden. Hun gezichten bloeiden open en begonnen te stralen. Hoe mooi om altijd weer te zien hoe God de harten aanraakt. We weten nooit van tevoren of iemand Jezus zal aannemen. Wat we wel weten, is dat we nergens voor niets komen en dat er altijd een gelegenheid is om het beste nieuws te vertellen.

Dank U, Heer, dat U niet wilt dat ook maar iemand verloren gaat. En dank U dat deze dag weer eindigde met een gouden randje…

Een avondje bij mijn vader

We waren als familie uitgenodigd om een avond te komen bbq’en in een zorghuis. Mijn vader woont daar en er zouden veel familieleden van bewoners aanhaken. Met het hele gezin waren we compleet, inclusief mijn man. Er was een gemoedelijke sfeer. De bewoners, verzorgers en familieleden waren vrolijk. Het weer was goed, wat wil je nog meer? We zaten als gezin aan een ronde tafel en een echtpaar van een jaar of vijftig vroeg of het erbij mocht zitten. Natuurlijk mocht dat.

We kletsten over van alles en nog wat. Ze waren hier voor hun zus: de zus die op haar eenenvijftigste al in dit huis was beland. Ze verloor haar baan door vreemd gedrag en kwam in de schulden terecht. Later bleek dat ze dement was geworden, maar doordat ze al lang een soort kluizenaar was, had niemand dit echt door. Inmiddels was ze zover dat ze niets meer kon. Supertriest om te zien. De man vertelde dat hij zelf ziek was geworden en ook in een spannende tijd zat.

De hele avond had ik het idee dat ik ze het evangelie moest vertellen, maar soms moet je even wachten. Het moment kwam. Alle spullen werden opgeruimd en we kletsten nog even na. Ik begon te vragen of ze wisten dat God ook van hen houdt en een goed plan voor hun leven heeft.
Stomverbaasd keken ze me aan.
“Ja, weleens gehoord…”

Super! “Ik heb nog een hele directe vraag: stel dat je nu, op dit moment, zou sterven—ik hoop dat het nog even duurt—zou je dan zeker weten, zonder twijfel, dat je naar de hemel zou gaan?”
Geschrokken keken ze me aan. “Dat is wel een heftige vraag!”
“Ja, dat klopt,” zei ik, “maar we gaan allemaal een keer, hè?” Dat beaamden ze.
Ze wisten het niet zeker, maar hoopten het wel. Dus ik begon het evangelie uitgebreider te delen: dat het misging in het paradijs en dat daardoor alle mensen hebben gezondigd en Gods nabijheid missen. Het loon van de zonde is de dood.
Ze luisterden aandachtig.
Ik zegende hen met een gebed.

Toen kwam het moment van keuze: “Zouden jullie Jezus de Heer van je leven willen maken?”
Dat wilden ze wel en ze baden met mij mee.
De vrouw kreeg tranen in haar ogen en zei: “Wauw, dit is zo mooi. Ik ben zo blij hierom.”
Een knuffel erna… Wat bijzonder toch, iedere keer weer, om te zien hoe iemand wordt aangeraakt door de liefde van God.

Een avondje bowlen

et ons gezin gingen we laatst een avondje bowlen. Altijd leuk om even te ontspannen met elkaar en lol te maken. Toen we binnenkwamen, waren er een paar banen bezet naast ons. Toen we vertrokken was alles leeg. Niet omdat we zo laat vertrokken, maar omdat het gewoon heel rustig was. Ik liep naar de toonbank om af te rekenen en daar was een vriendelijke jongen die me hielp. Nadat ik had betaald, begon ik het evangelie met hem te delen. “Hé jongen, voordat we gaan heb ik geweldig nieuws!”

Heeft iemand je al weleens verteld dat er een God is die van je houdt en een geweldig plan met je leven heeft?” “Ja hoor, zeker!” zei hij vrolijk en wees naar zijn twee enorme kruisoorbellen. “Daarom draag ik die kruizen in mijn oren.” Ik begon hem te vertellen wat Jezus had gedaan aan het kruis. En uiteindelijk nam hij Jezus aan. Toen bleek er nog een meisje te zijn. Ze was de administratie aan het bijwerken en ik begon een praatje met haar.

“Is het altijd zo rustig om deze tijd?” “Nee, het is vakantietijd en te mooi weer, dan komt er niemand bij ons.” “Komen er straks nog wel nieuwe mensen, of moet je nu gewoon wachten tot je naar huis mag?” “Ja, we moeten gewoon wachten. Er komt, zover we nu kunnen zien, niemand meer. Duurt best lang dan.” “Ik begrijp dat dit niet fijn is inderdaad,” gaf ik terug, en begon ook met haar het evangelie te delen. In mijn ooghoek zag ik de jongen glimlachen. Bij iedere zin zei het meisje: “Wat mooi! Bedankt. Dank u dat u dit deelt met mij.”

De jeugd staat super open voor het evangelie. Ook het meisje nam Jezus aan. Ik vertelde dat God niet alleen je woorden wil, maar je hart, zoals staat in Spreuken: “Mijn zoon (of dochter), geef mij je hart, en laten je ogen behagen scheppen in mijn wegen.” Spreuken 23:26 HSV

Ze begreep het en zou eraan gaan werken. Ik heb vaak sleutelhangers met een QR-code bij me, zodat ze meteen een Bijbel hebben en kunnen lezen hoe God de wereld zo liefhad dat Hij Zijn Zoon gegeven heeft.

Halleluja!

Nog eentje, Heer!


We hadden een geweldige vakantie gehad. Een vakantie met zon, strand, lekker eten en vooral liefde, gezelligheid en een dosis rust.
Rust die we hard nodig hadden na een intensieve tijd van werk en het werk in Gods Koninkrijk.
We waren onderweg naar huis en kregen in het vliegtuig een upgrade van stoelen.
In plaats van de normale stoelen, kregen we pro-stoelen aangeboden. Veel meer beenruimte, onder andere. Heerlijk.

Onderweg moet ik meestal wel een keer naar het toilet, en ook nu. Ik stond achter een rijtje stoelen toen ik van het toilet afkwam en bad stil in mijn hart:
“Nog een, Heer, mag ik nog hier een persoon over U vertellen?”
Terstond draaide een man zich om, keek me aan, stopte de oortjes die hij in had terug in zijn houder en kwam naast me staan.
Volgens mij keek ik zelfs verbaasd naar hem en begon meteen het evangelie te delen.

Hij kwam van vakantie terug uit zijn land van herkomst, maar was sinds drie jaar voor werk naar Nederland geëmigreerd.
En nadat ik het evangelie had gedeeld, nam hij met vreugde Jezus aan en vertelde me dat hij wist dat het waar was.
Hoe snel komt God tegemoet als we dingen vragen die naar Zijn wil zijn?
Hij wil namelijk niet dat er ook maar iemand verloren gaat.
2 Petrus 3:9 (HSV)
De Heere vertraagt de belofte niet (zoals sommigen dat als traagheid beschouwen), maar Hij heeft geduld met ons en wil niet dat enigen verloren gaan, maar dat allen tot bekering komen.

Toen we terugkwamen op de luchthaven, moest ik opnieuw naar het toilet. (Zegen op het toilet!) Een vrouw ging net voor mij een wc-hokje in.
En meteen kwam ze er weer uit en vroeg:
“Wil je even op mijn deur letten? Want ik moet naar het toilet en ik heb claustrofobie.”
“Tuurlijk wil ik dat, mevrouw.”
Blij kwam ze er weer uit en bedankte me.
“Mevrouw,” zei ik, “zal ik voor u bidden dat de claustrofobie weggaat?”
“Oh ja, graag!” En ik nam haar hand in mijn hand. Daarna vroeg ik haar het te testen, maar dat ging ze thuis doen met haar man.
Ja, en als we er toch staan, kan ik haar natuurlijk niet zonder het beste nieuws naar huis laten gaan. Dus dat begon ik haar te vertellen.
“Oh, wat mooi,” zei ze. “Dat wil ik wel.” En we baden samen.
Halleluja!
Ze straalde van oor tot oor. Dit was nog eens een thuiskomst.

Een avondje bowlen…

Samen met ons gezin gingen we laatst een avondje bowlen. Altijd leuk om even te ontspannen met elkaar en lol te maken. Toen we binnenkwamen, waren er een paar banen bezet naast ons. Toen we vertrokken was alles leeg.

Niet omdat we zo laat vertrokken, maar omdat het gewoon heel rustig was. Ik liep naar de toonbank om af te rekenen en daar was een vriendelijke jongen die me hielp. Nadat ik had betaald, begon ik het evangelie met hem te delen. “Hé jongen, voordat we gaan heb ik geweldig nieuws!”

Heeft iemand je al weleens verteld dat er een God is die van je houdt en een geweldig plan met je leven heeft?” “Ja hoor, zeker!” zei hij vrolijk en wees naar zijn twee enorme kruisoorbellen. “Daarom draag ik die kruizen in mijn oren.” Ik begon hem te vertellen wat Jezus had gedaan aan het kruis. En uiteindelijk nam hij Jezus aan. Toen bleek er nog een meisje te zijn. Ze was de administratie aan het bijwerken en ik begon een praatje.

“Is het altijd zo rustig om deze tijd?” “Nee, het is vakantietijd en te mooi weer, dan komt er niemand bij ons.” “Komen er straks nog wel nieuwe mensen, of moet je nu gewoon wachten tot je naar huis mag?” “Ja, we moeten gewoon wachten. Er komt, zover we nu kunnen zien, niemand meer. Duurt best lang dan.” “Ik begrijp dat dit niet fijn is inderdaad,” gaf ik terug, en begon ook met haar het evangelie te delen. In mijn ooghoek zag ik de jongen glimlachen. Bij iedere zin zei het meisje: “Wat mooi! Bedankt. Dank u dat u dit deelt met mij.”

De jeugd staat super open voor het evangelie. Ook het meisje nam Jezus aan. Ik vertelde dat God niet alleen je woorden wil, maar je hart, zoals staat in Spreuken: “Mijn zoon (of dochter), geef mij je hart, en laten je ogen behagen scheppen in mijn wegen.” Spreuken 23:26 HSV

Ze begreep het en zou eraan gaan werken. Sleutelhangers heb ik vaak mee met een QR-code zodat ze meteen een Bijbel hebben, en ze kunnen lezen hoe God de wereld zo liefhad dat Hij Zijn Zoon gegeven heeft.

Halleluja!