Geen woorden, maar daden..

Een leuk en voor mij onbekend spreekwoord zegt: ‘Veel woorden vullen de zak niet.’ Dat betekent: ‘Met alleen maar praten gebeurt er niets; het komt op het werken aan.’ Of: ‘Woorden zijn geen oorden‘. Dat betekent ook : ‘Met alleen maar praten gebeurt er niets; het komt op het werken aan.’

Wat je doet, spreekt luider dan je woorden

Jacobus 2:17 ‘Zo is ook het geloof als het geen werken heeft, in zichzelf dood.

‘Woorden zijn woorden’, zei ik vaak in mijn bittere tijden. Ik hoorde zo vaak mooie woorden en in de praktijk gebeurde er weinig.

Iemand belooft iets en doet het niet. Iemand vertelt van je te houden, maar het gedrag laat iets anders zien. Ik hoop je gauw te zien, we gaan gauw afspreken. Vervolgens komt er nooit een dag voor de afspraak. Hop, raak, in je bittere ziel. Een belofte om een keer te koken, het komt er alleen nooit van, een speciale taart wordt beloofd. Hij komt er nooit. Zeg dan niks! ‘Mama komt echt naar je luisteren straks’, maar je agenda slokt je op. Woorden zijn woorden, je hebt er niets aan wanneer het alleen woorden blijven. Loze beloften, loze liefdeswoorden. Gewoon woorden. Pas wanneer het een daad wordt, wordt het woord krachtig. Dan pas wordt er begrepen wat er gezegd wordt.

Jacobus 2:14 ‘Woorden zonder daden, stellen niets voor.’

Soms is het makkelijk om iets te zeggen, gewoon omdat je aardig gevonden wil worden, om de ander niet teleur te stellen of gewoon om er vanaf te zijn. ‘Joh! ik zou je best willen helpen hoor.. laat maar weten of het nodig is, dan kom ik.’ Tja, 99% van de mensen zou helemaal niet vragen naar je hulp. Die hopen dat je met je pannetje soep gewoon voor de deur zal staan. Ik heb beide dingen meegemaakt.. Beloften gedaan zonder daad, gewoon om een soort oplossing te bedenken. Zelfs een belofte om voor iemand te bidden, vergat ik soms. Ook was ik degene waar beloften aan werden gedaan. Hoe was ik teleurgesteld wanneer er niet gebeurde. Ik wacht nog op de taart die nooit kwam. Maar ook weet ik hoe het voelde als wel dat pannetje soep kwam.. ongevraagd. Zomaar ineens stond het daar. Wow, wat kun je daar blij van worden!

Jacobus 2:15-16 ‘Als er nu een broeder of zuster zonder kleding zou zijn en gebrek zou hebben aan dagelijks voedsel en iemand van u zou tegen hen zeggen; ga heen in vrede en word warm en verzadigd. En u zou het hun niet geven, welk nut heeft het dan?

Stel, je ligt op bed en krijgt bezoek. Je vriend vraagt: ‘Hoe gaat het met je?’ ‘Het gaat wel. Ik zou het heel fijn vinden als mijn bed even verschoond kon worden.’ Begripvol als je vriend is, komt het antwoord. ‘Oh, nou dat kan ik begrijpen. Het zou heerlijk zijn als iemand dat zou doen hè? Niks zo fijn als een schoon bed.’ Teleurgesteld zeg je niets meer. Wat heb je eraan gehoord te zijn als er niets gebeurt?

Zonder werken is het geloof dood zegt de Bijbel. Ik geloof dat iedere relatie zonder werken ook dood is. Woorden en daden.. Theorie en de praktijk.. Laten zien wat je woorden bedoelen.

Jacobus 2:18 ‘Maar nu zal iemand zeggen; u hebt geloof en ik heb werken. Laat mij dan uw geloof zien uit uw werken en ik zal u uit mijn werken, mijn geloof laten zien.’

Het woord kan niet zonder de daad en de daad niet zonder het woord.

Jezus geeft een verhaal voor als we geoordeeld worden. Hij zegt in Mattheüs 25: ‘Ik had honger en jij gaf Mij te eten. Ik had dorst en jij gaf Mij te drinken. Ik was een vreemdeling en jij hebt Mij gastvrij ontvangen. Ik was naakt en jij hebt Mij gekleed. Ik was ziek en jij hebt mij bezocht. Ik was in de gevangenis en jij bent bij Mij gekomen. Alles wat je voor deze mensen deed, deed je voor Mij.’

Laten we opletten wat we zeggen en onze woorden kracht bijzetten door daden. Dat mensen verrast zullen zijn in plaats van teleurgesteld. Laten zien wat we geloven. Onze God geeft in overvloed.

Wanneer God iets zegt, gebeurt het….!

Roddel

‘Heb jij gehoord van die en die? Hij schijnt weg te zijn bij zijn vrouw.’ ‘Echt?’ ‘Ja, maar ze was ook altijd weg, volgens mij. Ik kan me voorstellen dat je dan gaat lopen.’ ‘Of weet je al dat die en die een kind heeft? Volgens zeggen kon dat helemaal niet. Nou ik weet het ook niet hoor.’ ‘Die en die heeft alweer een nieuwe auto, zou hij een vreemd handeltje hebben?’ ‘Deze mensen, die hebben gewoon een groot probleem hoor, anders ga je niet weer weg.’ Enzovoort, vul maar in wat je weleens zegt. ‘Nee, gaan ze weer verhuizen?’

Een paar voorbeelden van kletspraat. Van iemand in een kwaad daglicht zetten. Van smaad, van praatjes de wereld ingooien.

‘Zullen we samen een bakkie doen?’ Een vriendin belt me op. ‘Gezellig! Zullen we gaan voor alleen een bakkie of zullen we de lunch ook doen?’ Kletsen en eten. Heerlijk! Lekker bakje muntthee is altijd na koffie mijn favoriet. Nee, niet het zakje honing in mijn thee, dat vind ik niet lekker. Ik lepel het lekker op. Het heeft al veel verbaasde blikken opgeleverd. ‘Wat doe jij nou met die honing?’ Ik doe er net even iets anders mee als jij.

Vaak denken we te weten wat iemands motief is. In plaats van het de persoon te vragen, gaan we erover praten. ‘Nou belachelijk dat ze me niet meer terug appte, ze had er gewoon geen zin in. Ze negeert me steeds en wil zelf controle houden.’ Dit is iets wat je zou kunnen zeggen. Je denkt soms iemands hart te kennen en daarbij zijn of haar motieven. Ik leer dat ik zelfs de motieven van mijn man en kinderen niet WEET als ik ze niet heb gevraagd, en dus alleen maar af kan gaan op wat ze me vertellen. Zelfs mijn eigen hart is niet altijd te volgen. Bijzonder dat we dan denken het wel voor een ander te weten.

Ook ik kon soms roddelen over anderen. De Bijbel zegt dat het is als een lekkernij… Dus een gebakje, zak borrelnoten, reep chocola. Wat jij een lekkernij vindt, dat is roddel. ‘De woorden van een lasteraar zijn als lekkernijen, ze glijden immers af naar de schuilhoeken van ons hart.’ Spreuken 18:8. ‘Zo mensen, vandaag krijgt u een ander koekje dan normaal. We gaan een high tea organiseren met lasterpraat. Wie zullen we eerst opeten?’ In Galaten 5:15 staat: ‘Indien je echter elkaar opeet, ziet dan toe dat je niet door elkaar verslonden wordt.‘ Ik ben aan het leren om net als met een koekje te zeggen: ‘Nee dank je! Ik sla even af. Ik hoef je koekje niet.’ Soms als ik last heb van jaloezie, van onzekerheid van of boosheid, dan kan ik nog weleens in de kuil van roddel stappen. Op korte termijn geeft het een goed gevoel. Je lijkt beter te zijn dan die ander.. ‘Neeeee, ik zou zoiets nooooit doen..’ Op langere termijn zet het je gevangen. De reden dat het je gevangen zet is, omdat je niet meer open naar de persoon kunt communiceren. Je hebt iets over iemand gezegd en hoopt dat het niet uit komt. Dat diegene er niet achter komt. ‘Het hart van de rechtvaardige overweegt, wat hij zal antwoorden, maar de mond der goddelozen stort boosheden uit.

Ik heb meegemaakt dat erover mij gepraat werd. Erg veel zelfs. Pijnlijk om mee te maken. Je weet niet wat ze allemaal vertellen. Ook niet wie de bron van het gerucht is. Je voelt dat het gebeurt en wordt wantrouwend naar iedereen. Bij verschillenden wist ik het zeker. Ze vluchtten bijna als ik ze tegenkwam. Ze kunnen je niet meer recht aankijken. Mijn hart wilde wraak. Ik voelde me zo klein. Ik durfde niet meer goed het dorp in en werd erg onzeker. Wat dachten mensen te weten? Wat werd erover mij verteld? Waarom kwamen mensen niet naar me toe om te vragen wat er waar was? Zou ik dat zelf doen? Ik had de neiging om degene wie ik dacht dat de bron was ter verantwoording te roepen. Waarom doe je dit? Of het terug te gaan doen.. Die persoon in een niet al te zonnig daglicht te zetten uit wraak. In Spreuken 26:4 staat: ‘Antwoord de zot niet naar zijn dwaasheid, opdat je niet aan hem gelijk wordt.’ Ik kon het dus niet zelf gaan oplossen. En wachtte op een moment dat het zou stoppen. Het leerde me hoe kwetsbaar ik ben. Hoe moeilijk het is, als je naam wordt gelasterd en je niets kunt doen om het te stoppen! Hoe dingen overal naartoe dwarrelen en je nooit alles meer op kunt halen. Ook leerde ik dat God zegt: ‘Zorg goed voor Mijn schepsel, anders kom je aan Mij, de Schepper.’ Wanneer we mensen belasteren en bekritiseren, dan komen we aan de Maker.

Het grappige van roddel is, dat je iemand zoekt waar je het kwijt kan. Op de een of andere manier voel je het aan wanneer iemand ervoor open staat. Maar Spreuken 26:30 zegt: ‘Waar geen hout is, dooft het vuur. Waar geen lasteraar is, komt de twist tot rust.‘ Dus wanneer je er niet voor open staat, zal het vuur geblust worden.

Er worden wonden gemaakt met roddel. Spreuken 12:18 zegt: ‘Er zijn er wier gepraat werkt als dolksteken, maar de tong der wijzen brengt genezing aan.’ Een mes in je rug, zo zal menigeen het verwoorden, vooral wanneer een vriend over hem roddelt. Het voelde veilig, en dan wordt er een mes getrokken en in je rug gestoken. Zelfs al wordt het mes verwijderd, dan nog blijft het een gevoelig litteken. Laten we mensen zegenen in plaats van vervloeken. Durf eens te vragen aan de persoon of het waar is, of je kunt helpen. Durven we bij ‘Heb je het al gehoord?’ te zeggen: ‘Nee dank je, ik wil het niet horen.’ Moeilijk maar haalbaar. ‘Wie een overtreding bedekt, jaagt liefde na; maar wie een zaak ophaalt, brengt scheiding tussen vrienden.’ Spreuken 17:9 En ‘Een vals karakter zaait voortdurend tweedracht, een lasteraar drijft vrienden uit elkaar.’ Spreuken 16:28. Oef, wat een pittige teksten hè? Ben je dan vrij? Laten we waken over onze mond. Over ons hart in eerste instantie. Wees wijs en praat met elkaar als er iets is en niet over elkaar. Er is moed voor nodig dit te doen. Het kan een enorme drempel zijn. Maar juist door openlijk te praten en de boel op tafel te leggen, de bittere koekjes ook te eten, zeg maar, dan komt er genezing. Je krijgt een vrijheid met iedereen te praten, omdat je vrij bent!

Behoed dan je tong voor het kwaad,
je lippen voor woorden van bedrog.’ Psalm 34:14

GEBED: ‘Zet, HEER, een wacht voor mijn lippen;
Behoed de deuren van mijn mond,
opdat ik mij, tot genen stond,
iets onbedachtzaams laat’ ontglippen.’ Psalm 141