Leven uit overvloed.

Een paar jaar geleden hoorde ik een mooi verhaal. Er was een man die een opdracht kreeg van één van de rijken der aarde. De rijke man was enorm blij en dankbaar voor hetgeen er voor hem gedaan was. Hij wilde de arbeider een cadeau geven. Hij zei: ‘Zeg maar wat je wil hebben en ik regel dat voor je.’ De arbeider dacht aan een golfclub. Aan een stick waar je het balletje mee weg kunt slaan. ‘Ja’, dacht hij ‘dat vraag ik.’ De rijke man ging het regelen. Na een paar weken niets te hebben gehoord, dacht de arbeider dat het niet meer zou komen. En ineens kwam er bericht.

Er was een eigendomsakte opgesteld voor een complete golfclub. Een clubhuis met velden. De rijke man keek vanuit een heel ander blikveld dan de ontvanger. De rijke dacht groot vanuit zijn rijkdom. De ontvanger kleiner vanuit zijn wereld.

Meten..

Meet je met de maat vanuit je kleine blikveld? Of vanuit het Koninkrijk van God waar overvloed is.

God heeft de macht u te overstelpen met al Zijn gaven, zodat u altijd en in alle opzichten voldoende voor uzelf hebt en ook nog ruimschoots kunt bijdragen aan allerlei goed werk.’ 2 Korintiërs 9:8

Bij God is er geen tekort, maar overvloed.

‘U zalft mijn hoofd, als bij een persoonlijke gast, mijn beker vloeit over van uw zegen!’ – Psalm 23:5 Niet net genoeg, maar de beker loopt over.

Geef, dan zal je gegeven worden; een goede, stevig aangedrukte, goed geschudde en overvolle maat zal je worden toebedeeld. Want de maat die je voor anderen gebruikt, zal ook voor jullie worden gebruikt.’Lucas 6:38.

Wanneer je beker overvloeit.. Je dus intiem met de Heer (persoonlijke gast) bent, kun je vanuit Zijn rijkdom geven. ‘Hij heeft de macht u te overstelpen’ staat er. Genade is altijd meer dan we verdienen. Genade is groter dan we aankunnen.

Maar tegen jullie die luisteren, zeg Ik: ‘heb je vijanden lief, wees goed voor wie je haten, zegen hen die je vervloeken en bid voor degenen die je smaden. Slaat iemand je op de wang, bied hem dan ook de andere, en pakt iemand je jas af, weiger hem ook je hemd niet. Vraagt iemand je om iets, geef het, en pakt men iets van je af, vraag het dan niet terug. Behandel de mensen zoals je wilt dat ze jullie behandelen. Als jullie je vrienden liefhebben, is er dan reden tot dankbaarheid? Ook de zondaars hebben hun vrienden lief. En als jullie je weldoeners weldoen, is er dan reden tot dankbaarheid? Ook de zondaars doen dat. En als jullie lenen aan mensen van wie je iets terugverwacht, is er dan reden tot dankbaarheid? Ook zondaars lenen aan zondaars om op hun beurt hetzelfde te krijgen.

Nee, heb je vijanden lief, doe wel en leen uit, en verwacht daarvoor niets terug. Dan zal er een rijke beloning voor jullie zijn: je wordt kinderen van de Allerhoogste, want ook Hij is goed voor ondankbare en slechte mensen. Wees barmhartig, zoals jullie Vader barmhartig is. Werp je niet op als rechter, dan zullen jullie niet berecht worden. Veroordeel niet, dan zullen jullie niet veroordeeld worden. Spreek vrij, dan zullen jullie vrijgesproken worden. Geef, dan zal jullie gegeven worden. Een mooie maat, stevig aangedrukt, goed geschud en overvol zal je in de schoot geworpen worden. Want met de maat waarmee jullie meten, zul je gemeten worden.’ Lucas 6:27-38

gebed. ‘Heer leer mij dicht bij U te blijven, zodat mijn beker overvloeit en ik kan doen wat U vraagt. Dank U dat er bij U geen tekort is. Dat ik kan geven uit Uw rijkdom.’

Geven en Nemen?

‘In het leven is het geven en nemen’, werd mij verteld vanaf mijn jonge leeftijd. Je geeft iets en hebt het recht om iets terug te nemen. Voor wat hoort wat. Ik doe iets voor jou en jij doet iets voor mij. Een onnatuurlijk puntensysteem. Jij rijdt nu met de auto naar een uitje, ik de volgende keer. Iemand komt je helpen met een klus, jij helpt weer terug. Ik bij jou op visite en neem bloemen mee, jij doet dat de volgende keer weer bij mij. Doodvermoeiend en echt alleen op ratio.

Ik durfde geen hulp aan te nemen. Als iemand mij een keer aanbood te komen helpen, zei ik nee. Ik had er een eigen theorie over. Je moet nooit iemand vragen of ze hulp willen, maar gewoon doen. Maar ja, dan kom je weer met grenzen in aanraking, dus dat werkt ook niet. Ik zei nee als het dan een keer werd gevraagd. Stel dat ze verwachten dat ik het terug kom doen en ik daar geen tijd voor heb. Ik liep altijd al met mijn eigen werk achter de feiten aan.

Geven wilde ik wel. Goed doen naar anderen. Helpen of iets geven. Het liefst steeds grotere cadeaus geven.

Eigenlijk kwam dit voort uit een soort arrogantie. Een groot gevoel van onafhankelijk zijn. Ik was doodsbang om maar van iemand afhankelijk te zijn. Ik heb niemand nodig. Ik regel mijn eigen zaakjes wel.

Totdat…

Tot het moment dat mijn man en ik in een dieptepunt kwamen. Ik, die vaak tegen mensen zei: ‘Ik betaal wel’, kon dat niet meer.

Op een avond wilde ik graag met iemand afspreken. Maar ja wie zou op mij zitten te wachten? Ik kon ook niet zeggen: ‘Zullen we daar of daarheen gaan? Ik betaal wel.’ Ik moest iedere euro omdraaien. Ik voelde me enorm klein. Toch stuurde ik mijn nicht een bericht en vroeg: ‘Kunnen we samen wat drinken? Liefst niet in een restaurant, want daar heb ik geen geld voor.’ Ze zei: ‘Kom maar naar mij, ik betaal!’ ‘Echt? Wil je dat echt? Zeker weten?’ Ik die zo makkelijk weg gaf, kon niet ontvangen.

Met mijn tennisteam zouden we uit eten gaan. Ik meldde me af. ‘Sorry meiden, ik kan het nu gewoon niet betalen.’ ‘Oh’, was het antwoord, maar jij gaat gewoon mee! Wij betalen met elkaar voor jou!’ ‘Serieus???’ Ik voelde me zoooo klein en ook zo dankbaar.

Geef, dan zal je gegeven worden; een goede, stevig aangedrukte en goed geschudde en overvolle maat zal je worden toebedeeld. Want de maat die je voor anderen gebruikt, zal ook voor jullie worden gebruikt.’ Lucas 6:38.

Op het moment dat je geeft en niet kunt ontvangen, kan er wrok in je hart komen. Een bitterheid dat de ander zo makkelijk kan ontvangen en zelf bijna nooit iets geeft. Geen tijd, geen cadeaus of bloemen, geen oppas of vul in waar jij tegenaan loopt. Eigenlijk geef je meer weg, dan dat je hebt.

Ik ontdekte niet van harte te geven, maar te geven om ‘iemand’ te zijn.

Wat u ook doet, doe het van harte, alsof het voor de Heer is en niet voor mensen. Want u weet dat u van de Heer een erfenis als beloning zult ontvangen. Uw Meester is Christus.’ Kol.3:23-24.

Ik leerde in die lastige fase van mijn leven wat ontvangen is. Tot op de dag vandaag vind ik het lastig om te ontvangen. Toch te antwoorden.. ‘dank je wel!’ ‘Wat lief dat je aan mij hebt gedacht.’ ‘Wat fijn dat je tijd voor mij maakt.’ ‘Super hoe je gezocht hebt naar een cadeau wat bij mij past.’ ‘Dank je wel voor je compliment.’ Zonder er eerst nog 3 kritische punten overheen te gooien.

Geven en ontvangen..

Uit liefde geven’, omdat het uit je hart komt. En ontvangen, omdat de liefde uit het hart van de ander komt. Voor mij is het een cadeau wanneer iemand wil ontvangen wat ik te geven heb.

God heeft de macht u te overstelpen met al Zijn gaven, zodat u altijd en in alle opzichten voldoende voor uzelf hebt en ook nog ruimschoots kunt bijdragen aan allerlei goed werk.’ 2 Kor. 9:8.

Gebed: ‘Dank U Heer dat ik genoeg ontvang om ook nog uit te mogen delen. Leer mij steeds meer uit liefde te geven en in dankbaarheid te ontvangen. Amen.’