Niet alleen een kabel werd omgeruild

Het was een gewone en drukke werkdag toen een klant belde. “Mevrouw, ik heb de verkeerde waslijn besteld, zou ik die kunnen omruilen?” “Ja hoor meneer, dat kan wel,” hoor ik mezelf zeggen. Meteen denk bij mijzelf: wat zeg ik nu?

Omruilen is helemaal niet handig en kost veel tijd, dus normaal zeg ik altijd om het gewoon terug te sturen en een nieuwe bestelling te plaatsen. Nou ja, niks aan te doen, denk ik nog, en ga weer door. Twee dagen later staat de man op de stoep met het pakketje en komt vrolijk mijn kantoor in. “Ik had u gebeld met de vraag of het omgeruild kon worden, en dat kon zei u.”

Ik dacht: oh ja, dat kan er nog wel even bij in deze drukte, maar wist meteen dat dit niet voor niets was en vroeg hem lekker te gaan zitten en bood koffie aan. Ik ging weer zitten en vroeg of hij ver moest rijden. “Twee uur,” was zijn antwoord. “Twee uur meneer? Heeft u twee uur hiervoor gereden?”
“Ja, klopt. Mijn vrouw wilde graag een nieuwe waslijn en ik heb toch tijd zat. Dus ik rijd gewoon rustig aan naar de Betuwe. Ik ben namelijk ziek.”

“Oh, hopelijk niet ernstig meneer?”
“Ja, het is wel ernstig. Ik heb drie soorten leukemie, ze kunnen niets meer voor me doen en ik ben dus terminaal. Het kan een paar weken of een paar maanden duren, of zelfs dagen, dat kan ook.”
“Wow, zo heftig meneer. Dat moet heel moeilijk voor u en uw familie zijn.”
“Voor mijn familie misschien meer dan voor mij,” antwoordde hij. “Ik heb een prima leven gehad.”
“Dat is mooi meneer, weet u ook dat God van u houdt en een mooi plan voor uw leven heeft?” vraag ik dan vaak, maar het mooie plan liet ik even achterwege. Niet omdat het de waarheid niet is, maar omdat het cru voelde.

Hij had het weleens gehoord en was katholiek opgevoed, maar had het gelaten. “Ik hoop wel dat ik daar met mijn gezin naar de hemel ga,” zei hij.
Ik begon hem te vertellen: “Weet u meneer, de Bijbel zegt dat we allen zonden hebben gedaan…”
Ja, dat wist hij.
Ik vertelde het evangelie uitgebreid en zei hem een zegen mee te willen geven voordat hij naar huis ging.
Dat mocht.

Na de zegen stelde ik de vraag of hij met zijn hart geloofde en met zijn mond wilde belijden:
“Als u met uw mond de Heere Jezus belijdt en met uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u zalig worden. Want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot zaligheid.” Rom. 10:9
Dat deed hij. Hallelujaaa.

Hij kwam twee uur rijden om iets om te ruilen wat ik normaal niet doe.
Maar hij ruilde niet alleen zijn kabel, maar ook zijn hart.

“En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwe geest geven in het binnenste van u; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlezen hart geven.” Ez. 36:26

Net voor sluitingstijd…

Samen met Joke ging ik een hapje eten in een mooi restaurant met fijne gerechten. Het was lang geleden dat we elkaar echt in real life hadden gesproken, naast de spaarzame spraakberichtjes. We hadden zoveel te vertellen dat het al snel laat werd. Het restaurant liep leeg, maar wij maakten nog steeds geen aanstalten om te vertrekken. Het voordeel was dat we een vijf-gangen verrassingsmenu hadden gekozen, en dat moest natuurlijk wel afgemaakt worden. Het personeel leek ons daardoor ook niet weg te kijken.

Uiteindelijk kwam toch het moment van vertrek. Bij de uitgang waren nog een dame en een heer aanwezig. De heer rekende met ons af, en ik stelde hem de vraag of hij wist dat God van hem hield en een geweldig plan voor zijn leven heeft. Verbaasd keek hij ons aan en vertelde dat hij dat weleens had gehoord. Zijn vrouwelijke collega keek vrij cynisch naar ons. Ook haar stelde ik daarna dezelfde vraag.

Gezichten zijn soms echt goud waard, maar zeggen niet altijd de uitkomst. Vaak laten we ons tegenhouden door een gezichtsuitdrukking. Maar het is namelijk niet wat de mens ziet, want de mens ziet aan wat voor ogen is, maar de HEERE ziet het hart aan (1 Sam. 16:7b). In het hart gebeurt van alles wat wij niet zien. Ook zeggen mensen regelmatig dingen vanuit pijn. De vrouw zei bijvoorbeeld: “Oh, geloof? Dat ken ik wel hoor, ik heb in zo’n dorp gewerkt…”

Ik ging gewoon verder met vragen stellen. “Stel dat je zou sterven, zou je zeker weten dat je naar de hemel gaat?” Beiden dachten naar de hemel te gaan omdat ze goede daden hadden verricht: nooit iemand kwaad gedaan, en dat soort dingen.Ik legde uit wat de Bijbel zegt: dat we allemaal zonden hebben gedaan en daardoor de nabijheid van God missen. Dat zonde scheiding maakt tussen ons en God. Ik zei: “Voordat we nu gaan, willen we jullie even zegenen.” En ik bad een zegen over hen uit. Zo mooi om te zien dat mensen zo blij worden wanneer je voor ze bidt.

Toen de keuze… “Als jij het geschenk van eeuwig leven, het geschenk van Jezus’ offer wil aannemen, bid ons dan hardop en met je hart na.” Dat deden ze. Beiden. Hun gezichten bloeiden open en begonnen te stralen. Hoe mooi om altijd weer te zien hoe God de harten aanraakt. We weten nooit van tevoren of iemand Jezus zal aannemen. Wat we wel weten, is dat we nergens voor niets komen en dat er altijd een gelegenheid is om het beste nieuws te vertellen.

Dank U, Heer, dat U niet wilt dat ook maar iemand verloren gaat. En dank U dat deze dag weer eindigde met een gouden randje…

Jij bent een professional!!

We hadden een heerlijke vakantie, in een land waar praktisch geen christenen zijn. Een land waar veel andere geloven zijn…

En wat stonden de mensen open. We waren er maar een weekje geweest en 26 mensen accepteerden het offer van Jezus Christus, terwijl we niet eens actief ervoor op pad zijn geweest.

We gingen bijvoorbeeld een avondje naar het centrum. Heerlijk, wanneer het wat koeler was geworden.

Piet, mijn man, was een tas aan het kopen in een winkel. Ik drentelde er wat rond, had geen zin om echt iets te bekijken, maar wel om mensen over Jezus te vertellen. De man die me aansprak, wilde me graag iets verkopen, maar ik vertelde hem dat ik wat voor hem had. Gratis. “Oh, vertel,” zei hij in het Engels…

En ik begon. “Heeft iemand u weleens verteld dat er een God is die van u houdt…?”Op het punt van Jezus Christus begon hij enorm te zweten en zei dat hij er spontaan hoofdpijn van kreeg en hij niet snapte wat er gebeurde. Toen ik op het punt kwam met de keuze, begon hij mee te bidden en nam het aan. Toen straalde hij van oor tot oor en zei: “U heeft echt een geweldige energie, zeg!”

“Nou meneer, dan is Jezus in mij.” En ik gaf hem een sleutelhanger met een QR-code zodat hij een Bijbel had in zijn eigen taal.

Hij nam het aan, maar trok het erna bijna weer uit zijn broekzak, alsof de sleutelhanger in de fik stond. Hij zei: “Nee, dit kan ik niet aannemen, en oh, ik krijg weer hoofdpijn.” Er was een zichtbare strijd gaande bij de man. Toen ik hem een folder gaf, waar het evangelie nog een keer uitgebreid in staat beschreven, werd hij kwaad.

“Jij bent een professional en jij bent hier niet zomaar op vakantie!” “Wie ben je?” riep hij. “Welnee, ik ben gewoon hier met mijn gezin op vakantie, en ondertussen vertel ik over Jezus,” was mijn verweer. Hij werd weer kalm. Het bleek dat ik het evangelie op zich wel mocht vertellen, al houden ze er niet van, maar dat folders met het evangelie verspreiden verboden zijn. Dit land heeft geen enkele kerk in de buurt. Waar stuur je ze dan heen?

HEER, wat moeten we doen? Een gebed in mijn hart, die voortduurt.

We zijn zo enorm verwend in ons land, dat we overal het evangelie kunnen horen. We kunnen overal naartoe voor een kerk, en zijn daar dan weer zo verwend mee dat we vechten om verschillen als we niet uitkijken. Dit land heeft dat niet. Het gevecht is anders. Laten we één zijn, lieve mensen, zoals Jezus ons opriep…

En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen die door hun woord in Mij zullen geloven, opdat zij allen één zullen zijn, zoals U, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zullen zijn, opdat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt, En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven die U Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn, zoals Wij Eén zijn; Ik in hen, en U in Mij, opdat zij volmaakt één zijn en opdat de wereld erkent dat U Mij gezonden hebt en hen liefgehad hebt, zoals U Mij hebt liefgehad. Johannes 17:20-23

U bent hier speciaal voor ons

Die middag hadden we met het team afgesproken bij een restaurant in de bossen. De rit ernaartoe was al geweldig.

Lekker kletsen met de Heer, een preek aan of worshippen – What He’s Done!! schalde heerlijk door de auto. Wanneer ik besef wat Jezus voor mij heeft gedaan, stroomt mijn hart over van dankbaarheid. Hij betaalde de prijs die ik niet kon betalen. Daarom wil ik niets liever dan voor Hem leven en gaan in gehoorzaamheid aan de grote opdracht:
“Ga uit in de wereld en predik het evangelie aan alle schepselen.”

Toen ik aankwam, was er verder nog niemand van het team. Maar ik ben meestal de eerste, dus dat is vrij normaal. Ik wandelde langs de bomen; het bos rook heerlijk! Die extra tijd kon ik meteen gebruiken om nog even wat mensen aan te spreken met het goede nieuws dat God van ze houdt. Veel mensen kwamen terug van een wandeling door het bos en stapten in hun auto. Ik stak even mijn hand op, en ze stopten om hun raampje open te doen en te luisteren naar wat ik te zeggen had. Al een keer of vijf had ik dit gedaan toen het eerste teamlid aankwam, en ik ermee stopte.

Een ouder echtpaar parkeerde naast mij, en ik kon het niet laten om ook hen nog even het allerbeste nieuws te vertellen. De man vertelde dat hij het geloof lang geleden had losgelaten en daar vrede mee had. De vrouw stond er meer voor open. Een zaadje… Een langer gesprek volgde.

Toen ons team bijna compleet was en graag naar binnen wilde gaan omdat ze het koud hadden, bleef ik wachten op de rest. Twee mannen liepen naar hun auto. Ik stelde de bekende vragen en legde het evangelie uit. Ze stonden er volledig voor open. Allerlei vragen werden gesteld, en weloverwogen besloten ze Jezus als Heer van hun leven aan te nemen.

“Wauw mevrouw, u stond hier echt speciaal voor ons,” zei een van de mannen blij. Blij namen ze ook de Bijbel aan die ik hen gaf.

“Let er dan op dat u nauwgezet wandelt, niet als dwazen maar als wijzen, en buit de geschikte tijd uit, omdat de dagen vol kwaad zijn. Wees daarom niet onverstandig, maar begrijp wat de wil van de Heere is.”
– Efeze 5:15-17 (HSV)

Ik wil je echt oproepen om je te laten trainen, zodat je elke gelegenheid kunt gebruiken om het allerbeste nieuws te vertellen.
Mensen zitten er letterlijk op te wachten. Soms weten ze niet eens waar ze op wachten… totdat ze thuiskomen.
God wil dat niemand verloren gaat.

Een dagje uit met de Heer

Samen met de Heer op pad is prachtig. Hij is altijd met ons, maar wanneer ik alleen op pad ben, ben ik me daar vaak meer bewust van.

Deze dag was ik in Florida en ik had een dagje vrij. Mijn man had me aangeraden om een dagje naar Clearwater Beach te gaan en daar ook dolfijnen in het wild te gaan spotten.

Met de Uber ging ik op pad. Alfredo was mijn chauffeur. “Alfredo van de pastasaus,” zei hij.

Ik begon hem het evangelie te vertellen. “Ik heb eerst een vraag,” zei hij.

“Als toch iedereen naar de hemel gaat, bestaat er dan geen hel?”

Ik was even heel verbaasd over deze vraag. Heb al een hoop vragen gehad, maar deze nog niet.

En vertelde hem dus meteen dat die er wel is, en dat mensen daar automatisch op weg naartoe zijn, maar dat God de wereld zo liefhad, dat Hij een reddingsplan had voor de wereld. Dat Hij daarom Zijn Zoon Jezus had gestuurd om te betalen voor de zonden van de hele wereld.

Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. – Johannes 3:16

Dat deze redding aan iedereen wordt aangeboden, maar dat niet iedereen het aanneemt. “Nou, ik zou dat wel willen aannemen,” zei de man. Samen deden we een gebed, waarop de man ontzettend blij was.
Geweldig als je een uur de tijd hebt en elke vraag kan beantwoorden.

Na een geweldig relaxed dagje liep ik terug naar de plaats waar ik die ochtend was afgezet door de Uber.
Onderweg sprak ik Victor aan. Een open jongen, die relaxt luisterde. Op mijn vraag of hij naar de hemel ging, zei hij: “Inshallah.”

“Als God het wil” betekent dat. Hij wilde Jezus als zijn Redder aannemen en bad een gebed met mij mee, en ook hij was zichtbaar blij. Toen nog Marco. Wist niets zeker, al las hij de Bijbel af en toe. Wist er wel wat van. Kende God niet persoonlijk. Dus ook tegen hem vertelde ik het evangelie van redding. Hij nam het aan, en ik moedigde hem aan om het Woord te gaan lezen. “Hoe vaak eet jij per dag?” vroeg ik hem. “In ieder geval wel drie keer,” was zijn antwoord. “Stel nou dat je zo vaak het Woord zou lezen als je nu eet, hoe zou dan je leven veranderen?”

“Of, stel dat je zo vaak eet als dat je de Bijbel leest, zou je dan nog leven?” Hij lachte… Hij dacht van niet.
Dus ik legde hem uit hoe hij een relatie kon krijgen met God. Opnieuw blijdschap.

Predik het Woord. Volhard daarin, gelegen of ongelegen. Weerleg, bestraf, vermaan, en dat met alle geduld en onderricht. – 2 Timotheüs 4:2 (HSV)
Vertel het gewoon overal waar je komt.

Volgende keer deel 2 van deze dag